We worden om de tuin geleid met gestolen en vervalste Bijbelfragmenten

Papyroloog en classicus Dirk Obbink is onlangs opgepakt op verdenking van diefstal van papyri. De Nederlandse oudhistoricus Jona Lendering waarschuwt al langer tegen Obbink en trawanten, onder meer in zijn boek Bedrieglijk echt.

Jan Auke Brink
Afbeelding bij 'We worden om de tuin geleid met gestolen en vervalste Bijbelfragmenten '
Het papyrusfragment van het ‘Evangelie van de vrouw van Jezus’. Door de controverses rond deze vervalsing verdiepte oudheidkundige Jona Lendering zich in vervalsingen. Foto: Wikimedia Commons

De vorige week opgepakte classicus Dirk Obbink ligt al langer onder vuur. Zo stelde de Universiteit van Oxford vorig jaar een onderzoek in naar de wetenschapper van die universiteit: de Amerikaan zou fragmenten van het ‘Evangelie volgens Marcus’ hebben doorverkocht die niet van hem waren. Het ging daarbij om een in 2012 ontdekt fragment, dat zou dateren uit de eerste eeuw na Christus.

In zijn vorige maand verschenen boek Bedrieglijk echt. Oude papyri, moderne controverses gaat de Nederlandse oudheidkundige Jona Lendering uitgebreid in op Obbink: hij blijkt naast een befaamd wetenschapper een gewiekste zakenman die gestolen goederen verkoopt aan - in het beste geval - goedgelovige en naïeve slachtoffers.

Marcusfragment

Bij het Marcusfragment was de koper Steve Green, ‘een behoudende christen die sinds 2009 duizenden antieke voorwerpen heeft aangekocht’, aldus Lendering. In 2014 zou zijn collectie uit zo’n 40.000 objecten bestaan, waaronder duizend papyri.

In 2017 opende Green zijn Museum van de Bijbel in Washington, met daarin een deel van de eigen verzameling. Maar waar die collectie vandaan kwam was voor velen een raadsel: ‘Tussen 2009 en 2014 zijn geen 40.000 objecten legaal op de markt geweest, laat staan dat ze door één koper kunnen zijn aangekocht.’

Obbink blijkt naast een befaamd wetenschapper een gewiekste zakenman die gestolen goederen verkoopt aan - in het beste geval - goedgelovige en naïeve slachtoffers

De FBI onderzocht de zaak: ‘Veel objecten zouden afkomstig zijn van de plunderingen na de Arabische Lente en clandestien zijn aangekocht. Aanvankelijk weerspraken Greens zaakwaarnemers de beschuldiging, maar toen de FBI had bewezen dat vondsten inderdaad uit Syrië en Irak waren gestolen, betaalde de Greencollectie een boete van drie miljoen dollar.’

Het Marcusfragment dat Obbink aan de Greencollectie verkocht was weliswaar niet afkomstig uit een plundering, maar het was ook niet van Obbink. ‘Obbink had dus verkocht wat niet van hem was en de Greens hadden dat aangekocht. Het eerste impliceert diefstal, het tweede heling’, schrijft Lendering in zijn boek.

Het Marcusfragment is slechts een van de voorbeelden van de ondoorzichtige handel en wandel van Obbink. Het lijkt er op dat hij een goede boterham verdient met het vals dateren van oude papyri die hij dan voor extra veel geld verkoopt - zo bleek het Marcusfragment toch niet uit de eerste eeuw te stammen (wat uniek zou zijn), maar uit de veel gangbaardere derde eeuw.

Lab herkent vervalsing niet

Na de Universiteit van Oxford onderzoekt nu dus ook de Britse politie Obbink. Maar hoe is het mogelijk dat er zoveel onduidelijk is rond oude papyri? Zijn die historische documenten niet beter te dateren en te controleren?

In zijn boek Bedrieglijk echt legt Lendering duidelijk uit dat daar een groot probleem zit. Goede vervalsingen zijn in laboratoria niet te herkennen: daar kan slechts worden vastgesteld of de gebruikte materialen oud zijn of niet. Daarom maakt een vervalser zelf met authentieke ingrediënten ‘antieke inkt’ en koopt hij antiek schrijfmateriaal: ‘Het is altijd voor een habbekrats te koop geweest in Egyptische souks en wie het te veel moeite vindt naar Caïro te vliegen kan het tegenwoordig online verkrijgen.’

Zo bleek het Marcusfragment toch niet uit de eerste eeuw te stammen (wat uniek zou zijn), maar uit de veel gangbaardere derde eeuw

De gevolgen daarvan zijn helder: ‘Wie in de jaren tachtig in Amsterdam woonde, kon in de Warmoesstraat een fiets aangeboden krijgen voor 25 gulden. Die was dus gejat. Nader onderzoek was niet nodig. Zo is het ook met papyri. Als die op de zwarte markt worden aangeboden, is er iets mis. Als ze niet vals zijn, zijn ze gestolen.’

Vooral oude joodse en christelijke teksten zijn geliefd bij vervalsers, constateert Lendering: ‘Omdat de tekst van de heilige schrift vastligt, volstaat het een passage over te schrijven, zodat de vervalser niet veel taalkennis hoeft te hebben om iets na te maken dat valt te verkopen aan een even vrome als naïeve toerist.’

Evangelie van de vrouw van Jezus

Maar niet alleen voor de toeristenmarkt worden vervalsingen geproduceerd, ook de wetenschap schrikt geregeld op door opzienbarende religieuze teksten, waarvan het bestaan niet bekend was. Lendering behandelt in zijn boek onder meer het ‘Geheime evangelie van Marcus’ en het ‘Evangelie van de vrouw van Jezus’.

Wie in de jaren tachtig in Amsterdam woonde, kon in de Warmoesstraat een fiets aangeboden krijgen voor 25 gulden. Die was dus gejat. Nader onderzoek was niet nodig. Zo is het ook met papyri

De opmerkelijke gang van zaken rond dat laatste fragment was voor Lendering aanleiding om zich verder in de materie te verdiepen. Het ‘Evangelie van de vrouw van Jezus’ dook in september 2012 op, toen de Amerikaanse geleerde Karen King, verbonden aan de Harvard-universiteit, het bestaan van een payrussnipper aankondigde waarop stond dat Jezus over iemand sprak als ‘mijn echtgenote’.

King hypete de ontdekking door te spreken van het ‘Evangelie van de vrouw van Jezus’, media schreven lekkerbekkend over de ontdekking. Ondertussen ontmaskerde een blogger het als een gegarandeerde vervalsing: al na drie weken ontdekte hij dat in de papyrus een schrijffout zat die was overgenomen van de online-editie van het Thomas-evangelie waar een zetfout in zat.

Harvard misleidt

‘Deze smoking gun had het einde behoren te zijn’, aldus Lendering. Maar het liep heel anders: Harvard liet het fragment onderzoeken en men kwam tot de ontdekking dat het papyrusfragment authentiek was.

Lendering: ‘Onwaar was het niet, ter zake evenmin.’ Het sprak vanzelf dat het materiaal oud was, dat kan iedereen immers zelf kopen. ‘Verder beweerde Harvard dat in het lab geen aanwijzingen waren gevonden voor een vervalsing, wat misleidend was omdat de smoking gun al zonder laboratoriumonderzoek was ontdekt.’

De media hapten nógmaals welwillend toe op het persbericht van Harvard: ‘Om er geen twijfel over te laten bestaan dat beïnvloeding van de publieke opinie opzet was, bracht Harvard het nieuws kort voor Pasen naar buiten, als journalisten traditioneel zoeken naar vette stukjes over het vroege christendom.’ Gerenommeerde bladen als The New York Times en Time trapten in de ‘cynische academische spelletjes’.

Harvard beweerde dat in het lab geen aanwijzingen waren gevonden voor een vervalsing, wat misleidend was omdat de smoking gun al zonder laboratoriumonderzoek was ontdekt

In Bedrieglijk echt legt Lendering op toegankelijke wijze de problemen in zijn vakgebied bloot. Én hij maakt pijnlijk duidelijk dat journalisten met te weinig kennis van zaken te vaak onzin publiceren over zogenaamd opmerkelijke antieke vondsten. Het boek is een prettige en vlotgeschreven introductie voor eenieder die behoefte heeft aan enige houvast tussen de rookgordijnen en spelletjes die volop gespeeld worden.


Naar aanleiding van: Jona Lendering, Bedrieglijk echt. Oude papyri, moderne controverses. Uitgeverij Omniboek. 15 euro


Deel dit artikel