We hebben een andere kijk nodig op ouder worden

Hoe gaan ouderen om met hun naderende levenseinde en welke rol speelt religie daarin? Die vragen stonden centraal in het onderzoek van Nienke Fortuin (44), die daarop deze week promoveerde aan de Radboud Universiteit.

Trudy Oldenhuis
Afbeelding bij 'We hebben een andere kijk nodig op ouder worden'
De twijfel of er iets is na de dood leidt tot meer onzekerheid. Foto: Anne Fortuin

Promoveren op een onderzoek naar omgang met de dood: het lag heel lang niet voor de hand bij Nienke Fortuin. Ze had aardwetenschappen gestudeerd en werkte jaren als geohydroloog. “Toch had ik al lang het idee dat ik iets met zingeving of theologie wilde doen. Maar hoe gaat dat? Je denkt: dat doe ik óóit nog eens, en zo kwam het er een hele tijd niet van.”

Dat veranderde toen haar jongste kind geboren werd en Fortuin met spoed in een ambulance naar het ziekenhuis moest, omdat ze veel bloed had verloren. “Dan komt de dood ineens dichtbij. Het kwam allemaal goed, maar daarna besloot ik religiewetenschappen te gaan studeren.”

Sterk religieuze mensen en sterk niet-religieuze mensen ervaren de minste angst voor de dood. Juist de groep daar tussenin ervaart die angst sterker

De studie mondde uiteindelijk uit in een promotieonderzoek naar de omgang met de dood: hoe denken ouderen over hun naderende sterven en welke rol speelt religie daarin? Voor haar onderzoek interviewde Fortuin 26 ouderen, dertien mannen en dertien vrouwen, in de leeftijd van 79 tot honderd jaar. Daarnaast verspreidde ze vragenlijsten onder een representatieve groep ouderen in Nederland, waarvan ze er 356 terugkreeg.

Zekerheid en twijfel

Haar onderzoek bevestigde een conclusie die ook in ander onderzoek getrokken wordt: er is een zogenoemde kromlijnige relatie tussen religie en doodsangst. Sterk religieuze mensen en sterk niet-religieuze mensen ervaren de minste angst voor de dood. Juist de groep daar tussenin, zij die dus meer twijfelen of een losser geloof hebben, ervaart die angst sterker.

“De twijfel of er iets na de dood komt, leidt tot meer onzekerheid. Ik zag dat ook bij mensen die vroeger misschien wel een sterke religieuze levensovertuiging hadden gehad, maar die daar op latere leeftijd afscheid van hadden genomen. Mensen die sterk niet-religieus waren, zagen de dood vaker als iets onafwendbaars en iets natuurlijks. ‘De kat gaat dood, de hond gaat dood, de muizen op het balkon gaan dood en ik straks ook’, was dan meer de houding. Zij hadden ook geen angst voor een naderend oordeel. Religieuze mensen haalden zekerheid uit hun overtuiging dat er na de dood nog iets is, en dat dat iets ook mooi is. Dat wil niet zeggen dat zij allemaal precies wisten hoe het zou zijn. ‘Laat er ook maar iets van een mysterie blijven’, zei iemand bijvoorbeeld tegen mij.”

Mensen die sterk niet-religieus waren, zagen de dood vaker als iets onafwendbaars en iets natuurlijks. Zij hadden ook geen angst voor een naderend oordeel

Bijzonder om te zien was dat, naast het hebben van een geloof, ook andere dingen kunnen helpen om de angst voor de dood te verminderen. “Op een bepaalde leeftijd wordt die angst minder, merkte ik. Dat kwam bijvoorbeeld doordat deze ouderen al vaker geconfronteerd waren met de dood in hun omgeving of getuige waren geweest van een ‘goed sterven’ van iemand. De dood wordt dan meer iets ‘normaals’, een onderdeel van het leven.”

Euthanasie

Het verschil in levensovertuiging leidt ook tot een verschillende houding tegenover euthanasie. Niet verwonderlijk is wellicht dat uit de interviews blijkt dat de mensen die zelf geen euthanasie zouden willen de meest religieuze groep vormen, en dat hun religie vaak gebaseerd is op traditionelere beelden. De groep die beslissingen rond euthanasie wil baseren op medische gronden vormt de minst religieuze groep.

Daarnaast kwam een groep ouderen op voor zelfbeschikking rond het levenseinde. Deze groep is ook een heel religieuze groep, maar gelooft minder in een hiernamaals en heeft een minder traditionele kijk op religie. Deze groep maakt vaker een eigen verhaal of combinatie als het gaat om een religieuze interpretatie van het sterven. “Eén oudere verwoordde dat bijvoorbeeld met: ‘Je krijgt je leven van God, dan moet je het ook weer terug kunnen geven.’ Dat is ook een voorbeeld van wat je in de huidige moderne tijd ziet: dat grote religieuze verhalen uiteenvallen en mensen daarbij ook meer vrijheid nemen om hun eigen interpretatie hieraan te geven.”

Tot last zijn

Een opvallende uitkomst uit Fortuins onderzoek was dat mannen en vrouwen verschillend aankeken tegen levensverlengende handelingen. Mannen kiezen daar vaker voor dan vrouwen, een verschil dat ook in eerder onderzoek al naar voren was gekomen.

Waarom? “Vrouwen spreken vaker uit dat ze hun omgeving niet tot last willen zijn. Tien van de dertien door mij geïnterviewde vrouwen zei dat expliciet. Eén vrouw in mijn onderzoek had zelfs bepaald dat haar graf na een aantal jaar geruimd moest worden, ‘want ik kan toch niet verwachten van mijn kinderen dat die altijd maar mijn graf blijven verzorgen’. Geen enkele man die ik interviewde uitte deze zorg. De verklaring voor dit verschil tussen mannen en vrouwen wordt vaak gezocht in het feit dat vrouwen vaker in de zorg hebben gewerkt of mantelzorg hebben verleend. Daardoor hebben zij wellicht ook een realistischer beeld van de complicaties die bepaalde handelingen kunnen geven.”

Positiever narratief

De diepte-interviews die Fortuin hield met ouderen waren waardevol, zowel voor haar onderzoek als voor haarzelf. “Deelname aan het onderzoek was natuurlijk vrijwillig, dus de mensen die meededen, waren ook bereid om hierover te praten. Maar het was toch bijzonder om te zien hoe open en kwetsbaar deze ouderen zich opstelden.” Hetzelfde ervaart Fortuin in haar huidige werk als geestelijk verzorger van ouderen, palliatieve patiënten en mensen met dementie. “Je komt om ouderen iets te geven, maar heel vaak krijg ik juist iets van hen terug, in wijsheid bijvoorbeeld of bijzondere verhalen.”

Eén vrouw in mijn onderzoek had zelfs bepaald dat haar graf na een aantal jaar geruimd moest worden, ‘want ik kan toch niet verwachten van mijn kinderen dat die altijd maar mijn graf blijven verzorgen’

Wat Fortuin betreft komt er in onze maatschappij dan ook een ander idee – een zogenoemd cultureel narratief – over ouder worden. “Bij ons heerst sterk het narratief dat ouder worden vooral negatief is en gepaard gaat met aftakeling en zwakte. De laatste tijd is er daarnaast aandacht voor gezond en vitaal oud worden, waarbij ouderen gestimuleerd worden om tot op hoge leeftijd zelfstandig te zijn en bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen. Dat is al positiever, maar kan ook belemmerend werken. Want wat als je nu eenmaal niet vitaal bent en juist afhankelijk van zorg?”

Het is daarom tijd voor een ander cultureel narratief, vindt Fortuin. “Dat ouder worden misschien soms moeilijk is, maar ook kan betekenen dat je wijzer wordt en rijper, dat er sprake is van innerlijke groei en dat je meer levenservaring hebt. In vroeger eeuwen keken we misschien meer op die manier naar ouderen en in sommige culturen gebeurt dat nog. Het zou ook in onze maatschappij een meer gebalanceerde kijk op ouderdom kunnen geven.”


Nienke Fortuin, The search for meaning in later life. An emipirical exploration of religion and death. Uitgeverij Lit Verlag, 302 blz., € 34,25

Deel dit artikel