Theologie denkt wat geloof leeft

Het veelzijdige en erudiete boek Alle dingen nieuw van Erik Borgman verbindt theologische gedachtes aan het werk van dichters en denkers. Een boek om te lezen en te herlezen.

Rik Peels
Afbeelding bij 'Theologie denkt wat geloof leeft'
Erik Borgman biedt een theologische visie voor de 21e eeuw. Foto Arjan Broers

Erik Borgman (1957) is hoogleraar theologie aan de Universiteit van Tilburg en leken-dominicaan. Dit boek is het eerste deel in een serie van drie boeken die een theologische visie biedt voor de 21e eeuw. Maar een theologische visie waarop precies? Op het christelijk geloof? Op onze seculiere maatschappij? Op de theologie zelf?

Borgman maakt het niet expliciet, maar wie begint te lezen ziet het al snel: op elk van deze dingen. Dit veelzijdige en erudiete boek wil ons helpen om gelovig theologisch in het leven te staan, in hoe we het christelijk geloof zien, in hoe we culturele en politieke ontwikkelingen duiden, in onze verlangens en onze hoop, in de manier waarop we theologie beoefenen.

In zijn korte bestaanstijd is dit boek door sommigen al verkeerd geïnterpreteerd: het is geen dogmatiek. Wie op zoek wil gaan naar een overzicht van wat christenen geloven en wat daarvoor de bronnen zijn, kan beter elders terecht, zoals in de Christelijke dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi.

Grammatica

Alle dingen nieuw neemt onze manier van denken en onze wijze van spreken zelf onder de loep. Een basisgedachte, aan de 12e-eeuwse monnik Petrus Damianus ontleend, is hierbij dat Christus zelf onze grammatica is. Dit is een grammatica van liefde, van leven dat als genade wordt ontvangen, van schoonheid die ons verrast in wat Borgman consequent ‘de buik van het kwaad’ noemt.

Dit veelzijdige en erudiete boek wil ons helpen om gelovig theologisch in het leven te staan, in hoe we het christelijk geloof zien, in onze verlangens en onze hoop, in de manier waarop we theologie beoefenen

Daarmee neemt het boek een helikopterperspectief in: het beoogt onze manier van theologisch denken en spreken te boetseren om die recht te laten doen aan Gods wonderlijke aanwezigheid in onze gebroken wereld.

Wie dit werk leest als een systematisch, argumentatief overzichtswerk zal daarom teleurgesteld worden. Wie het tot zich laat komen als cultureel rijke en brede bron van inspiratie, misschien als startpunt voor gesprek, zal het keer op keer uit de kast halen.

Herlezen

Veel zinnen moeten niet alleen herlezen worden om ze te begrijpen, maar ook omdat ze het waard zijn, zoals deze definitie van ‘geloof’: ‘Geloof is het niet dwingend door de rede te funderen, maar wel als redelijk uit te leggen inzicht dat het geboden is zich over te geven aan deze God van liefde, alles te zien in het licht van zijn aanwezigheid en van daaruit te leven en te denken - met de eenzijdigheid die dat impliceert.’ (p. 135)

Borgman brengt de lezer in de volgende cadans: een theologische gedachte wordt gepresenteerd, vervolgens kort uitgewerkt en ten slotte geïllustreerd aan de hand van het werk van een denker, dichter, schrijver of kunstenaar, zoals Simone Weil, Blaise Pascal, Wallace Stevens, Ben Okri, Michel de Certeau, Thomáš Halík, Max Weber, Terry Eagleton, Edith Stein en Jan Patočka - oude en bekende, maar ook veel nieuwe namen dus.

Een kracht van dit boek is dat het de seculiere eis verwerpt dat geloof in onze hedendaagse cultuur pas een rol mag spelen als het wordt uitgelegd in een taal en redeneerstijl die door iedereen begrepen kan worden

Opvallend is dat Borgman met name van de hoge cultuur gebruik maakt: filosofie, schilderkunst, gedichten, en niet van de lage, alledaagse cultuur als toegankelijke films of graffiti, zoals Martien Brinkman en Nicholas Wolterstorff wel doen.

Op de kop

Een kracht van dit boek is dat het de seculiere eis verwerpt dat geloof in onze hedendaagse cultuur pas een rol mag spelen als het wordt uitgelegd in een taal en redeneerstijl die door iedereen begrepen kan worden. Borgman maakt ruim baan voor de grammatica van Christus, die wat wij verwachten of redelijk vinden juist volledig op de kop zet.

De plaats van de theologie in onze cultuur is er een van thuisloosheid; de theologie is als een bedelaar die wil leven van de goddelijke liefde. Hier zien we keer op keer de Dominicaanse achtergrond van Borgman terugkomen. Die uit zich overigens ook in mooie zinnetjes als ‘Theologie denkt wat geloof leeft’ (p. 115).

Tevens benadrukt Borgman dat God juist daar te vinden is waar het leven achtergesteld en verminkt is, bij het zwakke, het dwaze, het geringe. Niet wat wij als waardevol zien, maar waar God om geeft, bepaalt waar de theologie zich mee bezig moet houden.

Dat Borgman de autonomie van het theologisch spreken ten opzichte van de cultuur waarborgt, is een grote verdienste

Hij haalt dan ook meerdere keren instemmend Paus Franciscus aan, bijvoorbeeld wanneer deze zegt dat goede theologie altijd open staat voor Gods waarheid, die voortdurend in ontwikkeling is (p. 191).

Autonomie

Dat Borgman de autonomie van het theologisch spreken ten opzichte van de cultuur waarborgt, is een grote verdienste. Wel kiest hij er dus uitgebreid met onze cultuur in gesprek te zijn en niet zozeer met vragen vanuit bijvoorbeeld de biologie, de neurologie en de historische wetenschappen. Zoals Stefan Paas in zijn pamflet Zoeken naar het goede leven heeft betoogd, is de verhouding tot de andere wetenschappen ook belangrijk voor de toekomst van de theologie.

Maar er is natuurlijk geen reden waarom dat noodzakelijkerwijs ook uitgebreid in Borgmans boek aan de orde zou moeten komen. Verschillende visies op de toekomst van theologie kunnen elkaar hierin mooi aanvullen.

Gesprek

Wat me wel opviel, is dat Borgman weinig in gesprek is met andere theologen. De uitzonderingen hierop zijn in dit eerste deel Karl Barth, Thomas van Aquino en Paul Tillich. De theologie, ook de protestantse theologie, biedt een enorme rijkdom aan concepten, ideeën, invalshoeken en inderdaad ook manieren van spreken die ons op weg helpen.

We staan op de schouders van reuzen, met een woord van Isaac Newton. De 21e-eeuwse theoloog is niet alleen cultureel maar juist ook theologisch geen tabula rasa.

Borgman benadrukt dat God juist daar te vinden is waar het leven achtergesteld en verminkt is, bij het zwakke, het dwaze, het geringe

Ik zie als het grootste voordeel van een serieus gesprek met andere theologen dat Borgman daarmee zichzelf nog wat meer de kans had geboden om zijn theologische visie kritisch te laten bevragen, om verantwoording af te leggen van theologische keuzes.

Tegelijk twijfel ik er niet aan dat die uitgebreide discussie en verantwoording zal plaatsvinden, maar dan naar alle waarschijnlijkheid in respons op dit werk.

Eerste deel

Zoals gezegd is dit het eerste van drie delen. Dit boek biedt een inleiding en een aanroepen (invocatio) van de liefde die het überhaupt mogelijk maakt in een taal te spreken waarvan Christus de grammatica is.

Het tweede deel zal gaan over creatio: de ruimte waarin wij leven en het leven van God ontvangen, alsook ons vermogen om onszelf en elkaar te scheppen.

Het laatste deel betreft Gods renovatio: Hij is bezig alle dingen nieuw te maken. Ik ben heel benieuwd hoe Borgmans theologische visie zich verder zal ontvouwen in de twee delen die nog volgen.

 

Dr. Rik Peels is Universitair Hoofddocent aan de Afdeling Filosofie en de Faculteit Religie & Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Erik Borgman, Alle dingen nieuw. Een theologische visie voor de 21ste eeuw, deel I: Inleiding en Invocatio. Uitgeverij KokBoekencentrum 29,99 euro

 

Deel dit artikel