Democratie

  • 1 jaar geleden
  • essay
  • Lucas Meijs
  • Kinderen van vluchtelingen krijgen voor het eerst les op een Nederlandse school. Vluchtelingenwerk Nederland werd in de loop der jaren vooral uitvoerder van het Nederlandse asielbeleid. Foto: ANP
Democratie

Tegenkrachten zijn nodig in een gezonde democratie

Maatschappelijke organisaties moeten los van de overheid hun werk kunnen doen, ook en juist vooral als ze kritiek leveren op regeringsbeleid of een tegenkracht vormen. Dat is onderdeel van een goede civil society.

Tijdens de verkiezingsstrijd om het lijsttrekkerschap van het CDA tussen Hugo de Jonge en Pieter Omtzigt, sprak de laatste over de gewenste onafhankelijkheid van maatschappelijke organisaties. Hij zei: “Verenigingen, gezinnen en maatschappelijke organisaties moeten autonoom, los van de overheid ruimte krijgen. De beste initiatieven komen namelijk vaak vanuit de praktijk en juist de overheid dient dat te koesteren.” Omtzigt adresseerde daar een belangrijk punt, waarbij Nederland echt terug moet naar de toekomst.  

Het gaat hierbij om de ‘civil society’. De civil society bestaat uit de vrijwillige private en niet-op-winst-gerichte verbanden van burgers die een bijdrage leveren aan de vormgeving van het publieke domein. Essentieel is dat in de civil society een private subgroep van burgers zelf het beleid van de eigen organisatie bepaalt, in plaats van dat beleid bepaald wordt door een overheid.  

In principe is een civil society-organisatie supplementair of contrair aan de overheid, doordat de organisatie zich richt op specifieke (uitgesloten) groepen en subjectieve aspecten van kwaliteit. Deze civil society is gebaseerd op het produceren en in stand houden van heterogeniteit en diversiteit.  

Waan van de dag

Maar bijna iedere overheid probeert grip te krijgen en te houden op de civil society. Daarom is in veel landen de civil society vooral complementair aan overheidsbeleid, waarmee het verschil tussen civil society en overheid vervalt. Daarmee is de civil society net zoals de overheid gericht op verdergaande homogenisering of in ieder geval uitvoeren van de huidige politieke waan van de dag. 

De beste initiatieven komen namelijk vaak vanuit de praktijk en juist de overheid dient dat te koesteren

In Nederland zijn maatschappelijke organisaties verschoven van supplementair in de verzuiling naar complementair in de verzorgingsstaat. Dit proces heet verstatelijking, maar daarachter liggen processen van incorporatie en pacificatie die leiden tot een verregaande controle vanuit de overheid over de civil society en de organisaties van burgers. Ook in Nederland. 

China: ingekapseld 

Samen met een Chinese collega, Changjuan Geng, heb ik de ontwikkeling van een milieubeweging in een niet nader genoemde Chinese stad vergeleken met de ontwikkeling van Vluchtelingenwerk Nederland (VVN). De Chinese milieugroep begon als een autonome en vrije burgerbeweging die vanwege subsidie besloot zich officieel te laten registeren voor het ‘Dual Management System’. Daarbij moeten lokale ambtenaren in een toezichthoudend bestuur komen.  

De organisatie bleef echter kritisch. Totdat er vervuiling door een lokale fabriek plaatsvond: de organisatie kreeg een verbod om zich met deze vervuiling bezig te houden en daarnaast een offer you cannot refuse: de erkenning als dé milieu civil society-organisatie van de regio.  

De Chinese overheid wil slechts één civil society-organisatie per onderwerp per regio en zo is de burgerbeweging ineens een erkende echte speler. Ze heeft macht, maar is ingekapseld.  

Vluchtelingenwerk als uitvoerder van overheidsbeleid 

In Nederland zien we vergelijkbare processen, zoals bij Vluchtelingenwerk Nederland (VWN). Deze organisatie is het resultaat van een in 1979 door de landelijke overheid via de subsidie afgedwongen fusie van verschillende vluchtelingenorganisaties. Het is voor de overheid simpelweg gemakkelijker om slechts met één organisatie een formele relatie te hebben.  

De Chinese overheid wil slechts één civil society-organisatie per onderwerp per regio en zo is de burgerbeweging ineens een erkende echte speler

Het vervolgverhaal van VWN bestaat uit meebewegen met veranderende vluchtelingenstromen en voortdurend veranderend overheidsbeleid. Als er meer vluchtelingen zijn, neemt het aantal beroepskrachten toe. Als de stroom vluchtelingen afneemt, wordt - niet verbazingwekkend - de subsidie minder en neemt het aantal vluchtelingen af.  

Evenzo verandert de opdracht die VWN krijgt vanuit de subsidie. Vluchtelingenwerk wordt hierdoor steeds meer een uitvoerder van overheidsbeleid in plaats van een criticaster. Het is anders, maar ook ingekapseld (zie ook: Vrijwilligersbeleid gaat meer op dat van China lijken)  

Politieke tegenkrachten nodig 

Daarom adresseerde Pieter Omtzigt inderdaad een belangrijk punt, zeker ook voor zijn eigen partij. Want de samenleving schreeuwt om nieuwe diversiteit van scholen (zie de opkomst van nieuwe soorten van onderwijs), omroepen (zie de nieuwe (rechtse) omroepen), nieuwe vormen van gezondheidszorg (de nieuwe kleinere woon/zorg coöperaties) en veel meer. Het systeem werkt gelukkig nog wel, maar wel met veel tegenwerking vanuit de bestaande grote organisaties.  

Het nieuwe sociale contract vraagt om dappere politici die begrijpen dat burgers meer doen wanneer de overheid bewust ruimte geeft, in plaats van maar gewoon gaten laten vallen

De samenleving snakt ook naar meer politieke tegenkrachten die worden vormgegeven door nieuwe bewegingen zoals Black Lives Matter en Farmers Defence Force. Dit vraagt absoluut om een nieuwe vormgeving van het contract tussen de overheid en de samenleving. Inderdaad: samenleving en niet maatschappij.  

Als uitweg uit deze val waarbij de samenleving diversiteit nodig heeft, maar de overheidsbemoeienis leidt tot homogeniteit, gaf de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO, in 2015 opgegaan in de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving), zes handreikingen voor een samenleving waarin onder eigen regie mensen zélf verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Over de uitgangspunten die dat vraagt, publiceerde de RMO een aantal adviezen: Terug naar de basis (2010), Tegenkracht organiseren (2011), Het onbehagen voorbij (2013), Rondje voor de publieke zaak (2013) en Terugtreden is vooruitzien (2013).  

Deze adviezen vertalen zich in de volgende zes wegen voor verandering:  

  1. Neem diversiteit als standaard van de samenleving en niet als (on)gewenst resultaat van beleid 
  2. Geef solidariteit vorm in gemeenschappen en vertaal die naar het grotere geheel 
  3. Geef de civil society de kans om idealen te vertalen naar actie 
  4. Loslaten door de overheid vraagt om toelaten van andere aanbieders met meer vrijheid  
  5. Blij waakzaam voor gelijkvormigheid  
  6. Zorg voor meer rechtsstaat en voor minder verzorgingsstaat 


Het nieuwe sociale contract vraagt om dappere politici die begrijpen dat burgers meer doen wanneer de overheid bewust ruimte geeft, in plaats van maar gewoon gaten laten vallen. Het vraagt om dappere politici, omdat bewust ruimte geven ook vrijheid geven en macht overdragen betekent. Dappere politici, omdat de civil society soms de ruimte zal gebruiken om het beleid te betwisten en dwars te liggen. 

Maar politici die bereid zijn om hun eigen tegenkracht te financieren, zijn het kenmerk van een echte gezonde democratie. Dat was Nederland, dat is Nederland en zo moet het ook blijven. De routekaart ‘terug naar de toekomst’ ligt klaar.  

 

Lucas Meijs is hoogleraar Strategische filantropie en vrijwilligerswerk aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam. Als RMO-raadslid was hij medeverantwoordelijk voor de hier aangehaalde adviezen en notities.