Samenleving

  • 7 maanden geleden
  • essay
  • Lucas Meijs, Juri Hoedemakers en Philine van Overbeeke
  • Foto: Shutterstock
Samenleving

Stel hofnar-vrijwilligers aan als tegenkracht

Wie vertelt een leider van een publieke organisatie de onverbloemde waarheid? Daarvoor zou een speciale vrijwilliger moeten worden aangesteld.

Recent verscheen het boek Een nieuw sociaal contract van CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt. Een belangrijk onderdeel van zijn voorstel tot een nieuw sociaal contract is het actief creëren van tegenkrachten in de samenleving.

Want het is geen toeval dat het zo extreem fout ging bij de Belastingdienst. De ontsporing van de Belastingdienst werd wel beperkt opgemerkt, maar wie het zag, durfde niet in te grijpen. Dat zijn volgens ons precies de twee bouwstenen waarop tegenkracht gebaseerd moet zijn: reflectievermogen om te zien dat het fout gaat en macht om ‘speaking truth to power’ mogelijk te maken.

Reflectievermogen

Het ontbreken van reflectie bij machthebbers is eeuwenoud. In alle organisaties, in bedrijven maar zeker ook in de politiek en het openbaar bestuur, lopen leiders gevaar om vooral jaknikkers om zich heen te verzamelen. Dat zijn mensen die ook niet zien wat er fout gaat en al helemaal geen vreemde vragen durven te stellen.

De ontsporing van de Belastingdienst werd wel beperkt opgemerkt, maar wie het zag, durfde niet in te grijpen

Maar wie wijst de leider dan op fouten? Of wie vertelt hen de onverbloemde waarheid? Wie houdt de leider een spiegel voor? ‘Een spiegel voorhouden’ is een metafoor voor passief reflectief vermogen. Dat is wat leiders moeten organiseren.

De middeleeuwse koningen met hun vreselijke absolute macht, veel meer macht dan onze huidige premier heeft, hadden daarvoor een unieke oplossing: de hofnar. Volgens recent onderzoek van Hoedemakers vervulde de hofnar een complexe organisatierol met maar liefst zestien onderdelen. Hofnar zijn was een lastige maar o zo belangrijke functie. Daarom zou die functie weer in ere moeten worden hersteld.

Macht

Naast reflectie is macht nodig. De hofnar heeft geen macht, maar dat is juist waardoor deze kan overleven. Echte tegenkracht vraagt om macht met een veilige positie. Voor deze veilige macht kan gekeken worden naar buiten, bijvoorbeeld naar het parlement, de vrije pers of terugduwende maatschappelijke organisaties. Maar voor deze macht kan ook binnen de organisatie gekeken worden.

Voor effectieve veilige macht moet de medewerker echter wel beschermd worden. De bescherming voor klokkenluiders werkt blijkbaar niet afdoende. Voor betaalde medewerkers staat er, zie de toeslagenaffaire, gewoon te veel op het spel.

Als iemand zegt dat het ergens fantástisch aan toegaat, wie geloof je dan eerder: iemand die betaald wordt om dat te zeggen of een vrijwilliger?

Maar wanneer het vrijwilligerswerk is, is de straffende macht van de manager ineens een stuk minder. Daarom is voor publieke organisaties, zoals de Belastingdienst maar ook het CBR of de kinderbescherming, veilige macht te vinden in vrijwilligerswerk. Vrijwilligers kunnen zonder angst vragen stellen en de baas op zijn tenen gaan staan. Vrijwilligers zijn niet alleen onafhankelijk, ze zullen ook minder lang (willen) blijven en daardoor kunnen ze dus voortdurend de samenleving binnen brengen in de organisatie.

En voeg daar nog geloofwaardige transparantie aan toe. Want als iemand zegt dat het ergens fantástisch aan toegaat, wie geloof je dan eerder: iemand die betaald wordt om dat te zeggen, of iemand die zijn vrije tijd doneert aan de organisatie om die scherp te houden?

Sterke tegenkracht

Om te voorkomen dat de vrijwilliger ook wordt ingekapseld pleiten wij inderdaad voor kortdurende vrijwilligersklussen. Een vrijwilliger zou daarom bijvoorbeeld niet langer dan een jaar bij de organisatie werkzaam moeten zijn. Dit sluit ook nog eens erg mooi aan bij de moderne vormen van vrijwilligerswerk, die vaak projectmatig zijn.

Wellicht zou het zelfs een onderdeel kunnen zijn van de maatschappelijke diensttijd voor jongeren? Dat zou zeker kunnen, want het gaat juist niet om iemand die de professionele taal van de systeemwereld spreekt, maar om een ‘gewone’ burger die de menselijke vragen van de leefwereld kan stellen. En als dan parlement en media ook naar de rapportage van die hofnar-vrijwilliger willen luisteren, is er een sterke tegenkracht bijgekomen.

Kortom, het is tijd voor vrijwillige hofnarren in de maatschappelijke dienstverlening. De Belastingdienst, maar ook Jeugdzorg en het welzijnswerk kunnen allemaal baat hebben bij het inzetten van een onafhankelijke, gemotiveerde en kritische kracht die geen blad voor de mond neemt en op tijd aan de bel trekt. Liefst nog voordat het dreigt mis te gaan.


Lucas Meijs is hoogleraar Strategische Filantropie en Vrijwilligerswerk. Juri Hoedemakers schreef een prijswinnende scriptie Bedrijfskunde over Hedendaagse Manager en De Hofnar. Philine van Overbeeke werkt aan een onderzoek naar de unieke waarde van vrijwilligerswerk. De drie auteurs zijn verbonden aan Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM).