Column

  • 1 maand geleden
  • column
  • Ineke Evink
Ineke Evink

Op de barricades!

De strijdmetafoor is heel populair. Er wordt wat afgevochten op radio en tv, Facebook en Twitter. Al vloeit er gelukkig geen bloed, het is toch zaak wat voorzichtiger te worden met al die oorlogstaal.

Er komt gelukkig steeds meer verzet tegen, maar de gedachte dat je een ziekte kunt overwinnen, komt nog steeds voor. ‘Hij heeft tot het einde toe gestreden’, of ‘zij heeft de strijd verloren’, staat soms in overlijdensadvertenties. Niet iedereen vindt dat kies. Het leven is meer dan winnen of verliezen, en sterven ook.

Ook de overheid en het RIVM hebben het consequent over bestrijdingsmaatregelen, als ze spreken over de beteugeling van de coronapandemie. Aan de andere kant van het spectrum worden juist de maatregelen bestreden die de pandemie moeten beteugelen.

Die strijdmetaforen hebben zo hun nadelen. Ze suggereren dat wij iets tegen de ellende kunnen doen, als we maar willen en maar doorzetten

Strijdmetaforen en oorlogstaal zijn populair. In de Tweede Kamer worden geen moties meer ingediend, maar ‘in stelling gebracht’. Alsof een motie een kanon is en het overheidsbeleid vanachter de verdedigingsmuren van de regering over het volk wordt uitgestrooid.

Die strijdmetaforen hebben zo hun nadelen. Ze suggereren dat wij iets tegen de ellende kunnen doen, als we maar willen en maar doorzetten. Op de barricades! Maar in het geval van een nare ziekte als kanker is dat maar zeer de vraag. Tot nu toe zijn er geen valide onderzoeken die aantonen dat positief denken werkelijk een tumor kan verkleinen.

Er is natuurlijk nog veel meer dat bestreden moet worden. Verkeerde denkbeelden bijvoorbeeld, zoals racisme of fundamentalisme: ten strijde tegen het kwaad! Maar dat is natuurlijk een lastige. Officieel is discriminatie en racisme immers allang verboden.

De strijd tegen racisme is er vooral een van woorden. In de praktijk presenteren de hardste schreeuwers zich daarom als hardste strijders. Niet zelden bevindt het strijdtoneel zich immers op het gebied van de taal. Een faux pas na een paar wijntjes of een uitschieter op Twitter, en je hoofd ligt op het openbare hakblok. En als je hoofd er eenmaal af is, krijg je hem er niet zomaar weer op.

Om een racistische houding te bestrijden, is waarschijnlijk vooral psychologie nodig. Er gaat een alarmsignaal af in de hersenen als je iemand ziet die er anders uitziet dan jij, en die je niet kent. Dat is een gegeven. Daar kun je schuldig over voelen, maar je kunt beter accepteren dat het zo is, en vervolgens bedenken wat je daaraan kunt doen.

Een goede opvoeding, die een kind leert dat je je oordeel moet uitstellen, helpt al. Of nog beter: behandel de ander zoals je zelf behandelt wilt worden. En het summum: heb je naaste lief als jezelf. Met of zonder woorden.

 

 Ineke Evink is redacteur van Het Goede Leven