Samenleving

  • 4 maanden geleden
  • essay
  • Trudy Oldenhuis
  • De dwergvinvis op 16 december 2020. Foto: Hans Verdaat
Samenleving

Ook dode vissen horen bij de natuur

Walvissen die aanspoelen op de Nederlandse kust worden normaal altijd opgeruimd. Maar een jonge dwergvinvis die in november aanspoelde op Rottumerplaat, mag daar blijven liggen. Onderzoekers kijken hoe het kadaver langzaam vergaat. 

Het valt eigenlijk nog mee, de staat van ontbinding die de dwergvinvis op Rottumerplaat inmiddels heeft bereikt, als je bedenkt dat de walvis daar al ruim drie maanden ligt. Het kadaver is nog redelijk intact en niet uit elkaar gevallen. Wel is de huid flink verkleurd en zijn delen van de vis, vooral de tong, opgezwollen.  

Al is zelfs die zwelling de laatste maand wat afgenomen, zegt onderzoeker en ecoloog Martin Baptist van Wageningen Marine Research, onderdeel van Wageningen University & Research (WUR). “Het was eerder nog erger.” 

De dwergvinvis – een kleinere baleinwalvis – spoelde eind november aan op Rottumeroog en ligt daar sindsdien rustig te vergaan. “Het scheelt dat het op een Waddeneiland ligt”, zegt Baptist. “Op het vasteland zijn meer aaseters die echt stukken uit zo’n kadaver zouden halen. Vossen bijvoorbeeld, of wilde zwijnen, die kunnen er ook wat van. Die scheuren soms zo een stuk van een hert af. Maar dat soort dieren heb je op Rottumerplaat natuurlijk niet. Daar zijn zelfs geen ratten.” 

De dode dwergvinvis op Rottumberplaat op 28 november. Foto: Martin Baptist

Baptist doet, met een team onderzoekers van Wageningen University & Research, in opdracht van Rijkswaterstaat onderzoek naar de dode dwergvinvis. Meer precies: naar de manier hoe deze dwergvinvis vergaat en welke rol die dan speelt in de ecologische omgeving.

Op het vasteland zijn meer aaseters. Vossen bijvoorbeeld, of wilde zwijnen. Maar die heb je op Rottumerplaats niet

Normaal gesproken wordt een kadaver van een grote walvis altijd weggehaald. Eventueel worden ze onderzocht aan de Universiteit Utrecht of bij Naturalis. Baptist: “Soms is dat ook nodig. Neem bijvoorbeeld de ramp met MSC Zoe in 2019, toen er zoveel plastic in de zee kwam. Als je dan een dode walvis vindt, wil je weten hoe die is gestorven en of er verband is met zo’n ramp. Dat was hier niet het geval.”  

Hier ging het om een dwergvinvis, een soort die voorkomt in de Noordzee en waarvan het op zichzelf ook niet zo bijzonder is dat een dood exemplaar een keer aanspoelt op de Nederlandse kust. Voor deze walvis had dan ook niemand belangstelling: er was geen museum of onderzoeksinstelling die het dode jong wilde onderzoeken. In dat geval wordt zo’n kadaver dan beschouwd als ‘strandafval’, waarna het onder de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat valt. Die ruimt het kadaver dan op.  

En dat opruimen kost geld, vertelt Baptist. Een kadaver van zo’n walvis kan immers groot zijn. De dwergvinvis op Rottumerplaat meet 4,7 meter, en dat was dan nog maar een kalf. “Er is dus vaak groot materiaal nodig om zo’n vis te verplaatsen, daarna moet het vervoerd worden naar een destructiebedrijf in Brabant en daar worden verwerkt. En daarbij: hoe natuurlijk is het eigenlijk om zo’n kadaver op te ruimen? Ook een dode walvis is uiteindelijk onderdeel van de natuur.” 

Vogels doen zich te goed aan de dwergvinvis op 6 januari 2021. Foto: Wildcam

Aaseters 

Omdat de walvis aanspoelde op een onbewoond Waddeneiland, was er dit keer ruimte om het anders te doen, zo besloten Rijkswaterstaat, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Staatsbosbeheer. Op Rottumerplaat vormt het kadaver geen gevaar voor de scheepvaart en er zijn geen omwonenden die last kunnen krijgen van de stank. Daarom werd besloten tot een experiment: wat zou er gebeuren als zo’n walvis gewoon blijft liggen? Hoe snel vergaat het dan? Welke dieren komen erop af? En wat is de impact op vegetatie, bodemkwaliteit of bijvoorbeeld duinvorming? 

 Wageningen University & Research werd gevraagd het onderzoek uit te voeren en het onderzoeksteam monitort sindsdien het kadaver met zeven verschillende camera’s. Vier daarvan sturen elk uur een foto door en reageren bovendien op bewegingen bij het kadaver; de drie andere camera’s sturen alleen foto’s door bij beweging. Elke maand wordt met hulp van de Waddenunit het kadaver bezocht om precies te kijken hoe het erbij ligt en om batterijen van de camera’s te vervangen. “Want stroom is daar natuurlijk ook niet.” 

En dan is het ondertussen afwachten wat er gebeurt. “Elke dag check ik de foto’s via internet”, zegt Baptist. Tot nu toe zijn het vooral vogels die zich tegoed doen aan de walvis, al duurde het wel even voordat zij het kadaver aanvraten. Baptist: “Het is ook niet zo makkelijk voor vogels om door de huid van een walvis te komen. Die is best dik.” Maar sporen van hun vraat zijn inmiddels wel te zien: ‘de staartvin is rafelig aangevreten en een losliggende lap huid is verdwenen’, zegt het meetverslag van 27 januari.  

In de sneeuw, 12 februari 2021. Foto: Wildcam

De vogels die er nu komen zijn eksters, zwarte kraaien, grote mantelmeeuwen, zilvermeeuwen en één keer een buizerd. Waar de onderzoekers benieuwd naar zijn is of grotere aaseters het kadaver weten te vinden. “Zeearenden bijvoorbeeld. Of ivoormeeuwen. Die zitten in het arctische gebied en zouden met een noordelijke wind ook wel hier kunnen komen. Dat zou mooi zijn, natuurlijk. Maar die hebben we tot nu toe nog niet gezien.” 

“Hoe natuurlijk is het eigenlijk om zo’n kadaver op te ruimen? Ook een dode walvis is uiteindelijk onderdeel van de natuur” 

Maar waar Baptist en zijn team eigenlijk nog meer op hopen, zijn aasetende insecten. “Het zou het echt heel bijzonder zijn als er bijvoorbeeld kevers op het kadaver afkomen. Dat kan wel, want sommige soorten kevers, doodgravers bijvoorbeeld, kunnen flinke einden vliegen en hebben ook een heel sterk reukvermogen. Die zouden misschien vanaf het vasteland naar Rottumerplaat kunnen komen. In de winter natuurlijk niet, maar het zou echt bijzonder zijn als zulke kevers over een paar maanden dit kadaver weten te vinden.” 

Hoe dan ook blijft het een verrassing wat er met en rondom het kadaver zal gebeuren. “We zijn dit onderzoek vrij blanco ingegaan, zonder duidelijke verwachtingen, omdat zoiets nog nooit eerder in Nederland is gedaan. Op andere plekken in de wereld zijn natuurlijk wel eens dode walvissen blijven liggen, maar dan had je ook grotere aaseters in de buurt die het lijk aanvraten. Dat is op Rottumerplaat toch anders.” 

De dwergvinvis op 25 februari 2021. Foto: Hans Verdaat

Stank 

Het hele jaar zullen de wetenschappers van Wageningen University het kadaver blijven monitoren. Er is slechts één mits: de geur. “Rottumerplaat is onbewoond, maar straks komen er wel weer vogelwachters. Het huis waar zij bivakkeren ligt vlakbij het kadaver en als de stank te erg wordt, dan wordt het experiment gestopt.” 

Dat er een flinke lucht om zo’n kadaver kan hangen, blijkt uit het meetverslag van 27 januari. Dat meldt: ‘De geur van het kadaver was opvallend aanwezig. Benedenwinds van het kadaver was de stank tot op dertig meter goed te ruiken; dit gaf een misselijkmakende geurbeleving.’ Baptist: “Maar een maand later waren we er weer, en toen viel het veel meer mee met de stank. Het hangt natuurlijk erg af van hoe het weer is en hoe de wind staat. Het kan ook zijn dat het kadaver veel meer uitdroogt dan rot. Als we weer een droog voorjaar en zeker een droge zomer krijgen, dan kan het wel eens vooral uitdrogen.” 

Maar ook als het experiment vanwege een – al dan niet misselijkmakende – geur wordt gestopt, hoeft dat niet te betekenen dat het kadaver alsnog geruimd wordt. “Misschien kunnen we het dan ook gewoon begraven. Dan zou de stank al weg zijn.”