Onderschat de kracht van de gemeenschap niet

 “De klimaatverandering is de grootste uitdaging van deze tijd”, zegt Hein Pieper, dijkgraaf van waterschap Rijn en IJssel. Hij is op 29 september met Cees Buisman een van de sprekers op de bijeenkomst ‘Duurzaam denken over water’ van Het Goede Leven en bisdom Groningen-Leeuwarden.

Trudy Oldenhuis
Afbeelding bij 'Onderschat de kracht van de gemeenschap niet'
Hein Pieper: “Te lang is klimaatverandering gebagatelliseerd, ook door de politiek.” Foto: Sjef Prins

In de ruime tuin van Hein Piepers (58) woning in Schalkhaar is het eenvoudig om de nog steeds verplichte anderhalve meter afstand tot elkaar te houden. “En toch”, zegt Pieper, “de coronacrisis is natuurlijk erg, maar wat ons te wachten staat met de klimaatcrisis is veel erger. Zonder iets af te willen doen aan Covid-19, zeg ik: de klimaatverandering is de grootste uitdaging van deze tijd.”

Pieper kan het weten, want hij heeft als dijkgraaf van waterschap Rijn en IJssel dagelijks met de gevolgen van klimaatverandering te maken. Die beïnvloedt in hoge mate onze omgang met water en het waterbeheer. Een droog voorjaar in 2020, na de droge jaren 2018 en 2019, maakte dat nog eens duidelijk.

We wisten dat dit ging komen, alleen ging men er in de KNMI-modellen vanuit dat dit scenario pas in 2030 of 2035 werkelijkheid zou worden. Blijkbaar is er nu een versnelling gaande

Halverwege juni bedroeg het watertekort in ‘zijn’ Rijn en IJssel 160 millimeter, zegt Pieper. “En tegelijkertijd valt er dan ergens ineens 112 millimeter op één dag en zie je foto’s op het journaal van kanoënde mensen in de straten. Het wordt dus extremer.”

Droogte in de delta Nederland: het is een probleem dat internationaal bijna niet uit te leggen valt. Maar onverwacht is deze droogte niet, benadrukt Pieper. “We wisten dat dit ging komen, alleen ging men er in de KNMI-modellen vanuit dat dit scenario pas in 2030 of 2035 werkelijkheid zou worden. Nieuwere gegevens laten al enige tijd wat anders zien. Maar die modellen worden wetenschappelijk opgesteld, dus alle gegevens worden gecontroleerd en gevalideerd. Dat is op zich goed, maar het duurt dan ook lang om een model op te stellen of te wijzigen. En blijkbaar is er nu dus een versnelling gaande.”


Als we het wel wisten, waarom lijken we dan nu toch verrast door deze droogte?

“Te lang is klimaatverandering gebagatelliseerd, ook door de politiek. Er hoefde maar één koude winter te zijn en men zei: ‘het valt wel mee’. Daardoor hebben we veel te lang onze kop in het zand gestoken. Dat doen we al decennia. We hebben al zoveel tijd verloren met elkaar.”

“Men weet bijvoorbeeld nu al dat de temperatuur in Europa de komende vijf jaar één graad stijgt. Het heersende model voorspelt dat pas in 2050, maar die stijging komt de komende vijf jaar al. Dat staat nog niet in de huidige modellen, maar we weten het wel.”


De droogte van de laatste jaren dwingt ons anders om te gaan met water. Foto: Shutterstock


Wat moet er nu dan gebeuren?

“Behalve dat we alles moeten proberen om deze klimaatverandering tegen te gaan, moeten we nadenken over de vraag hoe we ons ook kunnen aanpassen aan deze veranderingen. De Green Deal van de Europese Unie is daar een mooi voorbeeld van. Dat is de eerste keer dat een grote instantie echt wat doet en stippen op de horizon zet: dit willen we bereiken in 2030.”

Als je nu ziet wat de lockdown in maart, april en mei heeft gedaan met bijvoorbeeld de CO2-uitstoot, dan begrijp je ook dat er iets heel groots moet gebeuren

“En die doelen op zichzelf zijn niet eens zo interessant. Maar daarna worden ze vastgelegd in wetgeving en dan worden die doelen de standaard. Dat is mooi. Want er zijn genoeg bedrijven die best wel wat willen, maar die bang zijn hun concurrentiepositie te verliezen. Die zeggen: ‘Ja, als ik ineens heel duurzaam produceer, dan prijs ik mijzelf uit de markt.’ Zij zijn op zoek naar level playing field. Dat komt er, als deze wetgeving er is.”


Kan de coronacrisis daarbij helpen?

“Die biedt natuurlijk wel een kans. Als we de boel nu weer opstarten, laten we het dan vanuit een duurzame invalshoek doen. Ik hoop daarom ook dat de Nederlandse regering zich niet vrekkig maar duurzaam opstelt binnen Europa, ook als het gaat om hulp aan andere landen. Want als we daarin niet solidair zijn, verliezen we niet alleen de Europese Unie, maar ook een van de laatste kansen die we hebben om een antwoord te geven op klimaatverandering.”


Dat klinkt somber: ‘onze laatste kans’.

“Maar als je nu ziet wat de lockdown in maart, april en mei heeft gedaan met bijvoorbeeld CO2-uitstoot, dan begrijp je ook dat er iets heel groots moet gebeuren. We zouden bijna tot in 2050 in lockdown moeten om het klimaat te redden. Maar ik geloof ook in de creativiteit en de aanpassingskracht van mensen. Het zelflerend en zelforganiserend vermogen van mensen is een vergeten kracht, dat is mijn overtuiging.”


Wat houdt het zelflerend en zelforganiserend vermogen van de samenleving in?

“De samenleving heeft verborgen krachten om zelf tot een oplossing te komen. Overheden willen te graag ont-zorgen en álles regelen. Dat hoeft niet. Er moeten zeker regels en kaders zijn, maar laat de samenleving dan creatief worden. Wie had een paar jaar geleden gedacht dat we al zoveel energie zouden opwekken met zonnepanelen? En we kunnen nog enorme stappen maken op het gebied van isolatie en woningbouw. Dat scheelt echt een heleboel energie.”

“Tegelijk moeten er wel kaders zijn, gesteld door de overheid. Neem bijvoorbeeld de boeren. Velen van hen zien heus wel dat het anders moet, maar ze moeten ook gewoon een boterham verdienen. Wat als een boer tien jaar geleden geïnvesteerd heeft in een stal die 25 jaar meekan, ook omdat de overheid toen zei dat dat moest, en er nu ineens een nieuwe moet komen omdat drijfmest in de stal niet meer mag? Dat kan alleen als je een perspectief biedt en een goede financiële compensatie. Geef boeren de mogelijkheid om anders te werken, dan doen ze het ook.”


Het kan dus wel, ons aanpassen en voorbereiden op klimaatverandering?

“Dat kan wel, maar dan moeten we bereid zijn over onze grenzen heen te stappen en niet meer alles te leggen langs de meetlat van het economische en de cijfers. Dat is zo eenzijdig. We hebben heel lang geloofd in het dogma van de vrije markt. Maar zie wat er gebeurde bij de coronacrisis: de eersten die de vrije markt lieten vallen waren de liberalen. In één keer kregen allerlei bedrijven staatssteun. Dus het kan wel. Nu wéten we dat er een nieuwe crisis komt. Laten we dus handelen.”

Gemeenschap

Dat Hein Pieper dijkgraaf zou worden, lag gezien zijn studie en carrière niet direct voor de hand. Hij studeerde theologie in Heerlen en zat in de Tweede Kamer. Maar juist de studie theologie noemt Pieper “de beste vooropleiding voor een dijkgraaf” die je kunt hebben. “In de theologie leer je altijd te denken aan het ondenkbare. Je leert de dialoog aan te gaan en een mens nooit helemaal af te schrijven.”


Wat trok u aan het water en het waterschap?

“Klimaatverandering heeft directe invloed op water en waterbeheer. Het heeft allemaal met water te maken. Er wordt gezegd dat in de toekomst 80 procent van de conflicten in de wereld over water zullen gaan. Ik wil graag bijdragen aan het nadenken over water, waterbeheer en klimaatverandering. Dat komt ook voort uit mijn wens mij in te zetten voor de gemeenschap, voor het bonum commune, zoals het katholiek sociaal denken het noemt. “

“Dat geldt ook internationaal: we hebben als gezamenlijke waterschappen nu bijvoorbeeld het programma Blue Deal waarin we wereldwijd 20 miljoen mensen gaan helpen aan schoon en veilig drinkwater, door geld en het delen van kennis. Die 20 miljoen is onze doelstelling en die gaan we ook halen.”

Het coöperatieve denken waaruit de waterschappen zijn voortgekomen, heeft zijn wortels in het christendom. Naar dat denken vanuit de gemeenschap, vanuit wat goed is voor iederéén, moeten we terug

“Daarnaast zijn waterschappen de oudste democratische instellingen van Nederland. Ze gaan in elk geval terug tot twaalfde eeuw. Dat weten we zeker. Maar er zijn aanwijzingen dat er in de achtste eeuw al een vorm van gemeenschappelijk waterbeheer was. Kloosters en abdijen speelden hierbij ook een sleutelrol.”

“Het coöperatieve denken waaruit waterschappen zijn voortgekomen, heeft dus ook zijn wortels in het christendom. Niet dat het alleen binnen het christendom voorkomt, want God openbaart zich in ieder mens. Er zijn prachtige voorbeelden te vinden van gemeenschappen in de wereld die gezamenlijke afspraken maakten over landbouw of over hoeveel er gevist werd, waarbij niet één persoon bevoordeeld werd, maar de hele gemeenschap. Naar dat denken vanuit de gemeenschap, vanuit wat goed is voor iederéén, moeten we terug.”


Dijkgraaf Hein Pieper bij de Oude IJssel. Foto: Sjef Prins


Hoe doen we dat, terug naar de gemeenschap?

“We zouden meer kunnen kijken naar de twaalfde eeuw. Die eeuw was in feite een rijkere tijd voor Nederland dan de Gouden Eeuw, waar we het zo graag over hebben. In de Gouden Eeuw was een kleine elite schatrijk en leefden daarnaast veel mensen in bittere armoede. In de twaalfde eeuw was de rijkdom veel eerlijker verdeeld.”

“De nadruk op de gemeenschap en solidariteit zit ook in het Rijnlands denken. Helaas zijn we de laatste jaren veel Angelsaksischer geworden, met de nadruk op het marktdenken, het individu en de vrije markt. We zouden veel meer terug moeten naar de gemeenschap, de samenleving: laten we de creativiteit en de slagkracht van de samenleving benutten.”

Het jammere is: we zijn vaak te bang. Terwijl het mooie aan het christelijke geloof is dat God zich openbaart daar waar wij hem niet zoeken

“En daarbij moeten we ook een gesprek aangaan met elkaar: wat vinden we belangrijk? Is dat economische groei en altijd meer, meer, meer? Meer schaalvergroting bijvoorbeeld? Schaalvergroting is op zichzelf niet altijd verkeerd, het heeft ons bij de waterschappen ook veel goeds gebracht. Maar de nadruk op het economische, de cijfers, het altijd alles willen meten, vind ik zo eenzijdig. Het is een grijsgedraaide plaat. Maar je merkt dat alles wat we niet kunnen meten, eng gevonden wordt, en subjectief. Dat vraagt daarom om andere argumenten. En daar zouden de kerken een rol in kunnen spelen, maar die mis ik ontzettend in dit debat.”

 

Wat zouden kerken kunnen toevoegen aan dit gesprek?

“De kerken, ook mijn eigen katholieke kerk, hebben zich te veel buiten de samenleving geplaatst. Ze zijn te veel gaan zitten op liturgie en vieringen. Op de grote dossiers in de samenleving doen ze niet meer mee. Waarom moet er bijvoorbeeld altijd schaalvergroting zijn? Kerken zouden kunnen laten zien dat je kleine gemeenschappen, de kleine kerken, ook kunt koesteren. Het coöperatieve denken zou de kerken in de genen moeten zitten, daar zouden ze veel meer in voorop moeten lopen.  En op ethisch vlak zijn er vele uitdagingen: neem zo’n corona-app bijvoorbeeld, de vragen rondom privacy of gentechnologie. Wat hebben kerken daarover te zeggen?”

“Het jammere is: we zijn vaak te bang. Terwijl het mooie aan het christelijke geloof is dat God zich openbaart daar waar wij hem niet zoeken. Wie had ooit kunnen denken dat Jezus, die timmermanszoon uit Nazareth, het verschil zou maken? En Jezus zei ons niet te proberen ons leven te behouden, maar het te durven verliezen. Durf te lopen op het water, ook al ben je bang. Durf dan als kerk ook het gesprek aan te gaan, je te mengen in het debat, aan gemeenschapsopbouw te doen. We zijn dan misschien bang, maar we zijn ook zo nodig.”


Hein Pieper (10 mei 1962) studeerde theologie in Heerlen en werd in 2000 directeur van het Verband Katholieke Maatschappelijke Organisaties. Daarnaast was hij vanaf 2004 directeur van het Katholiek Netwerk. Van 2009-2010 zat hij voor het CDA in de Tweede Kamer en in 2011 werd hij dijkgraaf van waterschap Rijn en IJssel. Hij is vicevoorzitter van de Unie van Waterschappen en is actief in het vrijwilligerswerk. Pieper schreef verschillende boeken: Plezier in je werk (2010, samen met Anselm Grün), Boerenwijsheid (2010, met Grün en Ton Duffhues) en Levenslessen (2012, onder meer met Grün). 

Deel dit artikel