Niet elke volksmenner is een populist

Onder politicologen is consensus over wat het populisme inhoudt. Volgens die definitie is niet elke politicus die grote woorden gebruikt een populist. En het is ook niet voorbehouden aan alleen rechts.

Henk van der Laan
Afbeelding bij 'Niet elke volksmenner is een populist'
De Spaanse minister en Podemos-leider Pablo Iglesias bewijst dat populisme niet slechts rechts is. Foto: AFP

Onlangs stond in het Friesch Dagblad een bespreking van een boek waarin de vraag werd gesteld of Abraham Kuyper een populist was. Gelukkig was de conclusie in het boek dat hij dat niet was. Uiteraard niet. Kuyper was van alles, maar geen populist.

Populist is een veel, en vaak verkeerd, gebruikte term om een tegenstander in de hoek te zetten. Niet elke oproerkraaier, propagandist of demagoog is een populist.

Onder politicologen is consensus over wat het populisme inhoudt. Het is kortweg het idee dat de samenleving bestaat uit de elite en het volk. Hierbij handelt de elite niet in het belang van het goede en ondeelbare volk, het verraad het zelfs, en de populist werpt zich op als vertolker van de volkswil. Wie tegen hem is, is dus tegen het volk en zelf van de elite. Een populist heeft dus ook een hekel aan onafhankelijke tegenkrachten als rechters, academici of journalisten.

Niet links of rechts

De politicoloog Cas Mudde noemt het een ‘dunne ideologie’: het is iets meer dan een stijl of retorische truc, maar het is ook geen ideologie in de zin van een politiek ideaal. Populisten maken juist deel uit van een ideologie zoals conservatisme, liberalisme, socialisme et cetera.

Kortom, populisme is niet per se ‘rechts’. Sterker nog: Zuid-Amerika kent een lange links-populistische traditie, zoals het peronisme in Argentinië. En in Europa heb je partijen als het Griekse Syriza, van ex-premier Alexis Tsipras, of Podemos in Spanje – dat sinds enkele weken meeregeert.

Belangrijk verschil tussen rechts en links populisme is dat rechtse populisten denken langs nationale of culturele lijnen (‘de Nederlander’), terwijl linkse populisten denken in sociaaleconomische termen (‘de arbeider’).

Wat ook veel voorkomt is dat populisten zoeken naar een zondebok, een groep mensen die de elite bevoordeelt tegen de belangen van het volk in. Waarbij rechts-populisten zich op etnische of religieuze minderheidsgroepen richten met als verwijt dat zij zich onttrekken aan het idee dat het volk ondeelbaar is. Links-populisten gaan juist los op ondernemers of bankiers.

Grote woorden

Terug naar waarom Kuyper geen populist was. Kuyper kwam op voor ‘zijn groep’, de gereformeerden, en eiste een even gelijke behandeling voor hen in de samenleving. Hij was een emancipator, geen volksdenker. Kuyper stond voor een land van minderheden waar iedere groep zichzelf mocht zijn en was tegen het liberale eenheidsdenken.

Leg je Nederlandse politici van nu naast de wetenschappelijke consensus over wat populisme is, dan is duidelijk dat bij Geert Wilders de tweedeling van slechte elite versus goed volk, het zondebokidee en het idee van het vertolken van de volkswil aanwezig is.

Jesse Klaver (GroenLinks), die ook vaak het verwijt populist te zijn krijgt, is veel bezig met pr op sociale media en schuwt daarbij de grote woorden niet. Maar in Nederland is volgens hem niet een ondeelbaar volk, maar zijn er meerdere elites. Geen populist dus.

Wie zijn achterban opzweept met grote woorden en flitsende maar misleidende spotjes of de boeg radicaal wil omgooien is nog niet meteen populist. Je moet die term dus ook niet te pas en te onpas gebruiken, anders verliest het zijn betekenis en herken je echte populist niet meer wanneer die verschijnt. Zoals eerder met het fascisme gebeurde.

Deel dit artikel