Samenleving

  • 6 maanden geleden
  • essay
  • Een uitgestorven Schiphol in maart 2020. Veel mensen verwachten dat na de coronacrisis ook ons vlieggedrag veranderd is. Foto: ANP
Samenleving

Nadenken over de post-coronasamenleving

Er wordt vaak gezegd dat de coronacrisis tot een andere samenleving zal leiden. Maar hoe die samenleving er dan precies uitziet, weet eigenlijk niemand. En het blijkt moeilijk daarover iets te zeggen.

Er waart een spook door Nederland, het spook van het coronavirus. De harde werkelijkheid van een tweede golf van coronabesmettingen dringt zich aan ons op.

In de publieke opinie klinken stemmen die pleiten voor een radicaal andere benadering van de coronacrisis. Die crisis vormt een serieuze bedreiging van onze samenleving, maar biedt ook bij uitstek kansen voor verandering.

Die verandering, zo beweren velen, vergt een nieuw soort denken. De concrete voorbeelden van dat andere, nieuwe denken houden helaas niet over. Het komt vaak neer op ideeën die al heel lang meegaan.

Ook in de wereld van de mens- en maatschappijwetenschappen speelt de vraag of de coronacrisis tot een wezenlijke verandering van onze samenleving leidt. Net als de publieke opinie kan de wetenschap op dit punt nog niet echt overtuigen.

Eerste en tweede fase

De eerste fase van de coronacrisis in Nederland (van maart tot augustus) verliep nog redelijk overzichtelijk. Er waren de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT), aangestuurd door het RIVM; het kabinet besloot, op basis van die adviezen, snel tot een intelligente lockdown; de Nederlandse bevolking hield zich braaf aan de nieuwe regels; het aantal besmettingen liep gestaag terug.

Iedereen haalde opgelucht adem. Maar helaas, die opluchting was van korte duur.

Het is niet vreemd dat allerlei mensen van zich laten horen met voorstellen voor een wezenlijk andere benadering van de coronacrisis

In de tweede fase van de coronacrisis (van augustus tot nu) is alles anders: de samenstelling van het OMT, de inhoud van zijn adviezen, en de rol van het RIVM - allemaal onderwerpen waarover men inmiddels hevig met elkaar van mening verschilt; het kabinet aarzelt en vindt het lastig om door te pakken met een harde lockdown; op allerlei plekken nemen burgers de regels niet serieus of plegen zelfs openlijk verzet; en het aantal besmettingen loopt alsmaar op. We raken collectief van de kook.

Onder die omstandigheden is het niet vreemd dat de afgelopen maanden allerlei mensen van zich laten horen met voorstellen voor een wezenlijk andere benadering van de coronacrisis. Ik heb het nu niet over complotdenkers of aanhangers van Viruswaarheid - dat is een aparte categorie, die ik hier gemakshalve buiten beschouwing laat.

Ik doel op verstandige mensen, met serieuze ideeën, die het beste voorhebben met Nederland. Zij houden ons voor dat we vastlopen in de coronacrisis omdat onze wijze van denken daarover tekortschiet.

Het Vondelpark in Amsterdam in mei. Bij de eerste lockdown hielden mensen zich vrij goed aan de regels. Foto: ANP

Grenzen bereikt

Een goed voorbeeld van zo’n verstandige persoon is de Duitse filosoof, historicus en schrijver Philipp Blom. In een lang interview in Algemeen Dagblad van 26 september begon hij met een uitgesproken somber perspectief: ‘Het succesverhaal van de mens is bij het laatste hoofdstuk aangekomen. We hebben de grenzen van onze economische groei bereikt. Er is gewoon niet voldoende aarde voor nog meer vooruitgang.’ 

Corona noemde hij een bedreiging, maar tegelijkertijd ook een kans: ‘Corona heeft dezelfde oorzaak als de klimaatcrisis, namelijk het ingrijpen van de mens in de natuur. Er zullen andere zaken volgen, andere virussen of dingen die we nu nog niet kennen. Daar begint het omdenken.’

Lees ook: Weg met het idee van de eeuwige groei

De coronacrisis heeft laten zien dat als de nood aan de man is, wij van de ene dag op de andere de radicaalste maatregelen kunnen bedenken en uitvoeren. Daarom beschouwt Blom de pandemie als ‘het omslagpunt in ons leven’. Dat is voor hem de diepere betekenis van ‘omdenken’.

Maar als je kijkt naar concrete voorbeelden van dat omdenken, dan valt het toch een beetje tegen: rijke landen bieden hun kennis over duurzame energiebronnen gratis aan arme landen aan; duurzame producten uit Afrika maken via een export- en importregeling meer kans op de Europese markt; een basisinkomen voor iedereen. Meer voorbeelden noemt Blom niet.

Grote politieke keuzes

Ook de belangrijkste Nederlandse kabinetsadviseurs hebben zich recent laten horen over de aanpak van de coronacrisis. Op 9 oktober publiceerde NRC Handelsblad een groot interview met de drie directeuren van de drie Planbureaus: Pieter Hasekamp (CPB), Kim Putters (SCP) en Hans Mommaas (PBL). Dit driemanschap nam hetzelfde standpunt in als Philipp Blom: het is de hoogste tijd dat het kabinet kiest voor een radicaal andere benadering.

Hasekamp, Putters en Mommaas gebruiken het woord omdenken niet, maar hun boodschap sluit naadloos aan bij die van Blom.

Het kabinet moet ‘meer doen dan alleen de brand blussen’. ‘De coronacrisis is te ernstig, en vraagt om grote politieke keuzes.’ Maar de voorbeelden die de drie noemen komen, net als die van Blom, niet veel verder dan overbekende algemeenheden: de groeiende sociale kloof in Nederland, de klimaatverandering, de maatschappelijke impact.

Lees ook: Kim Putters: Als we iets willen veranderen, dan moeten we het nu doen

Toegegeven, zij noemen ook concretere zaken: leerachterstanden van kinderen, eenzaamheid onder 75-plussers, bezoekregelingen voor verpleeghuizen, beschermende middelen voor mantelzorgers, duurzame eisen in ruil voor 3,4 miljard euro steun aan KLM, enzovoort. Maar zijn dit voorbeelden van ‘grote politieke keuzes’? Van wezenlijk anders nadenken over de coronacrisis?

Nog een voorbeeld uit de krant. Op 24 oktober publiceerde het Algemeen Dagblad een uitgebreid interview met Marli Huijer (oud-huisarts, hoogleraar publieksfilosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voormalig Denker des Vaderlands) en Rudi Westendorp (internist, hoogleraar ouderengeneeskunde aan de Universiteit van Kopenhagen, en tot afgelopen zomer lid van het Deense OMT).

Hun boodschap: Nederland moet radicaal anders gaan nadenken over zijn corona-aanpak. Zij pleiten voor een nationaal corona-akkoord, waarin het redden van levens niet meer de enige belangrijke factor is, maar waar ook gekeken wordt naar de schade die de economie oploopt, de horeca, de culturele sector en de reguliere medische zorg.

Ander voorstel?

Maar hoe ‘radicaal anders’ is dit denken van Huijer en Westendorp? Zijn al die artsen en verpleegkundigen werkelijk alleen maar bezig met het redden en rekken van de levens van coronapatiënten? Worstelen zij in de praktijk niet voortdurend met de vraag of het nog wel zin heeft bepaalde levens te redden of rekken? En handelen zij daar niet naar, op basis van hun professionele en persoonlijke inzichten, dag in dag uit?

Hadden alle coronamaatregelen van het kabinet de afgelopen acht maanden alleen maar betrekking op de medische zorg? Was er geen aandacht voor de economie (inmiddels zijn we toe aan het derde pakket steunmaatregelen), voor de horeca, voor de culturele sector, voor de scholen?

Zijn al die artsen en verpleegkundigen werkelijk alleen maar bezig met het redden en rekken van de levens van coronapatiënten?

En dan het nationale corona-akkoord. Huijer: ‘Zet de dansleraar, de directeur van het Concertgebouw, Famke Louise, Klaas Knot van de Nederlandsche Bank en anderen met elkaar om de tafel. In Nederland zie je voortdurend peilingen en meningen. Maar een mening is iets heel anders dan de breed gedragen uitkomst van een goed gesprek.’

Hoe nieuw, laat staan radicaal anders, is dit voorstel? We zijn in Nederland natuurlijk vertrouwd met het Energieakkoord (2013) en het Klimaatakkoord (2019). Maar dat waren typische polderproducten, tot stand gekomen na intensief en langdurig overleg van honderden belangenvertegenwoordigers. Daar kwamen Klaas Knot en Famke Louise niet aan te pas.

Burgerinspraak

Wat Huijer en Westendorp voor ogen staat lijkt meer op de lokale burgerfora waar Nederland de afgelopen jaren op ruime schaal mee kennismaakte. De meeste van die fora waren geïnspireerd door het G1000-initiatief uit 2011 van de Belgische schrijver David Van Reybrouck, waarbij duizend burgers door loting waren geselecteerd om met elkaar te praten over een concreet politiek probleem en om voorstellen te doen voor de oplossing daarvan.

De ervaringen in Nederland wijzen uit dat die burgerfora op lokaal niveau een rol van betekenis kunnen spelen, maar op landelijk niveau niet of nauwelijks. En nieuw of radicaal anders is dit al helemaal niet.

David Van Reybrouck, inspirator van verschillende burgerfora in Nederland. Foto: ANP

Wetenschap

Kortom, in de publieke opinie hoort men opvallend vaak dat we anders moeten nadenken over de coronacrisis, maar we constateren dat het nieuwe denken, als het concreet wordt, helemaal zo nieuw niet is.

De coronacrisis en de gevolgen daarvan trekken ook in de wereld van de wetenschap de nodige aandacht. De voor de hand liggende vraag is of die wetenschap het beter doet dan de publieke opinie. Voor het antwoord op die vraag maak ik dankbaar gebruik van een boek dat in september is gepubliceerd door Tilburg University, met daarin 51 onderzoekers die in 31 korte hoofdstukken hun licht laten schijnen over de invloed van corona op onze samenleving.

De titel van het boek vat de boodschap kernachtig samen: The New Common: How the COVID-19 Pandemic Is Transforming Society. Vier onderzoekers tekenen samen voor de redactie: Emile Aarts (datawetenschap), Hein Fleuren (economie), Margriet Sitskoorn (psychologie), en Ton Wilthagen (arbeidsmarkt).

In de overgrote meerderheid van de hoofdstukken komt de nieuwe samenleving niet echt aan de orde

De titel van hun inleidende hoofdstuk, ook veelzeggend, luidt: ‘The Dawn of a New Common’. Tilburg University is een universiteit met bijna uitsluitend mens- en maatschappijwetenschappen, dus het gaat in dit boek niet over de medische aspecten van corona, maar over de effecten daarvan op de samenleving. (Voor alle duidelijkheid: ik ben zelf verbonden aan deze universiteit, maar heb geen enkele bemoeienis gehad met de totstandkoming van dit boek.)

In de overgrote meerderheid van de hoofdstukken (24 van de 31) komt de nieuwe samenleving die de redacteuren hun lezers voorhouden niet echt aan de orde. Er bestaat hoofdzakelijk aandacht voor maatschappelijke gevolgen van corona waarover je iedere dag in de krant kunt lezen.

Maar dat oordeel is wellicht te streng: het is kennelijk heel erg moeilijk om echt anders na te denken over de post-coronasamenleving. Waarom zou dat wetenschappelijke onderzoekers beter afgaan dan anderen? Als zeven van de 31 bijdragen interessante, relevante zaken te melden hebben, is dat dan niet juist een heel positieve score?

Informele netwerken

Waar gaan die zeven bijdragen over? Maurice Adams (rechten) schrijft over de noodzaak om studenten niet alleen via officiële en formele kanalen te betrekken bij hun onderwijs op de universiteit, maar om dat nu - onder corona-omstandigheden - te doen via de informele netwerken die studenten op hun universiteit ontwikkelen.

Morag Goodwin en Phillipp Paiement (rechten) schrijven over de mogelijkheid dat de wereldwijde coronacrisis de machtige staten van de wereld ertoe kan brengen om het internationale systeem van investeringsverdragen te hervormen, en zo te zorgen voor een betere balans tussen het algemene belang en de belangen van investeerders. Martijn Groenleer en Daniel Bertram (rechten en bestuurskunde) schrijven over hoe de coronacrisis kan leiden tot een herwaardering van de lokale overheid.

Odille Heynders (letteren) schrijft over hoe het literaire begrip ‘eigentijdsheid’ (contemporanity) kan helpen om te overleven in de post-coronasamenleving. Maurits Kaptein (datawetenschap) schrijft over wetenschap als ‘een speciale methode om dingen uit te zoeken’, naast wetenschap als ‘het geheel van wat we hebben uitgezocht’ en wetenschap als ‘de nieuwe dingen die je kunt doen als je iets hebt uitgezocht’.

Max Louwerse, Marie Postma, Maarten Horden en Anton Sluijtman (cognitieve wetenschap en kunstmatige intelligentie) schrijven over hoe online-technieken voor revolutionaire veranderingen in het onderwijs zorgen. En Robin Pierce (datawetenschap) schrijft over het begrip ‘onvermijdelijke afhankelijkheid’ en wat dat betekent in de postcorona-samenleving.

Bruikbare ideeën

The New Common is een moedige poging om beter te begrijpen wat de gevolgen zijn van het coronavirus voor de samenleving. Het is, voor zover mij bekend, de eerste keer dat hier vanuit het brede spectrum van de mens- en maatschappijwetenschappen systematisch naar wordt gekeken. Zo’n initiatief verdient lof.

Dat de oogst van dit onderzoeksproject minder is dan ik had verwacht, doet geen afbreuk aan het feit dat men ook hier in de eerste plaats zijn zegeningen kan tellen: in zeven van de 31 bijdragen staan verrassende, creatieve, bruikbare ideeën.

In hun openingshoofdstuk verwijzen de vier redacteuren naar de theorie van het communitarisme (of gemeenschapsdenken). Maar wat die theorie behelst, en hoe dit gemeenschapsdenken leidt tot een maatschappelijke verandering, daarover zeggen zij niets.

Ook voor de serieuze beoefenaren van de sociale wetenschappen is het moeilijk om duidelijk te maken hoe die nieuwe samenleving er concreet uitziet

Zij citeren weliswaar de vooraanstaande Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni, de belangrijkste vertegenwoordiger van het hedendaagse communitarisme, maar van dat citaat word je niet veel wijzer. En over de traditie van dit communitarisme (denk bijvoorbeeld aan het werk van de Amerikaanse filosoof Michael Sandel) reppen zij met geen woord.

Conclusie: ook voor serieuze beoefenaren van de sociale wetenschappen is het veel gemakkelijker om te stellen dat de coronacrisis een omwenteling in de samenleving veroorzaakt, dan om duidelijk te maken hoe die nieuwe, post-coronasamenleving er concreet uitziet.


Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Tilburg

Onderschat de kracht van de gemeenschap niet

 “De klimaatverandering is de grootste uitdaging van deze tijd”, zegt Hein Pieper, dijkgraaf van waterschap Rijn en IJssel. Hij is op 29 september met Cees Buisman een van de sprekers op de bijeenkomst ‘Duurzaam denken over water’ van Het Goede Leven en bisdom Groningen-Leeuwarden.