Naar een toekomst zonder geldmacht

Grootverdieners, beurshandelaren en consultants blijken niet onmisbaar in deze crisis. Toch is onze samenleving gebaseerd op de macht van het geld. In de negentiende eeuw wees dichter Albert Verwey een andere weg.

Rijk Schipper
Afbeelding bij 'Naar een toekomst zonder geldmacht'
Nu het erop aankomt, blijken verpleegkundigen van groter belang dan beurshandelaren. Foto ANP.

Het zou zomaar kunnen dat de VVD onder Mark Rutte in de aanloop naar de verkiezingen van volgend jaar toenadering zoekt tot de linkse partijen. Er is immers veel onvrede in de samenleving over de sociaaleconomische verhoudingen. Die onvrede zou door zo’n koerswijziging kunnen worden gekanaliseerd.

Dit gebeurt niet voor de eerste keer in de geschiedenis. Albert Verwey (1865-1937) levert al een treffende kritiek op de mechanismen van het kapitalisme.

Vitaal en niet-vitaal

Al langer doen zich in ons huidige economische systeem hardnekkige problemen voor. Buitensporige beloningen voor managers, huiver voor aandeelhouders, particuliere verliezen die collectief worden verrekend enzovoorts.

Maar in deze tijd van coronacrisis worden de manco’s van het liberaal-kapitalistische stelsel wel heel erg duidelijk. Vitale werkzaamheden als onderwijzen, verplegen en schoonmaken worden slecht gehonoreerd. Het tegendeel geldt voor niet-vitale beroepen als beurshandelaars, consultants en topvoetballers. Hoog tijd dus voor een hernieuwde kapitalismekritiek.

Kaap de Goede Hoop

Al 121 jaar geleden werd heel precies geformuleerd wat er mis is met een op geldmacht gebaseerde samenleving. Albert Verwey was een van de gangmakers van de beweging van Tachtig, samen met onder meer Willem Kloos en Herman Gorter. Hun literaire programma zorgde voor een frisse wind in de Nederlandse cultuur. Madelon de Keizer schreef onlangs is een nieuwe biografie van Verwey.

Behalve gedichten schreef Albert Verwey talrijke essays. In 1899 wijdde hij een beschouwing aan Zuid-Afrika en de strijd tussen Boeren en Engelsen. Het is leerzaam voor de dag van vandaag eens naar zijn betoog te kijken.

Verwey noemt zijn essay ‘De Ware Karbonkel of de Slang met de Kroon?’ Het bevat lyrische beschrijvingen van Kaap de Goede Hoop en omgeving, zoals de Hollanders die aantroffen en in cultuur brachten. Nergens zo goed als hier gedijen specerijbomen, suikerriet, peren, amandels, noten en kastanjes.

Ware Karbonkel

Onder de vroegste kolonisten deed een opmerkelijk verhaal de ronde. Men zag iets schitteren bij de top van de berg. Sommige mensen spraken van de Ware Karbonkel, een edelsteen die geluk en voorspoed symboliseert. Anderen zagen daarin de Slang met de Kroon, de geheimzinnige geest die zou gaan heersen over het Afrikaanse werelddeel.

Veel mensen zullen bij een slang denken aan de vermaledijde verleider in het Paradijs. Toch heeft dit dier in de Bijbel ook een positieve betekenis. In Numeri 21:8-9 bevestigt Mozes een koperen slang op een staak; iedereen die ernaar kijkt, wordt genezen. De slang is zelfs een beeld voor Jezus aan het kruis (Johannes 3:14). De Hollandse kolonisten konden het verschijnen van de Slang met de Kroon dus zien als een gunstig voorteken.

Kapitalismekritiek

Verwey bespreekt het Engelse kapitalisme met grote scherpte. Dit staat voor een ‘wereldbeheersend burgerdom’ dat met zijn geld en handel wil heersen over een volk ‘dat met de aarde en haar voortbrenging in verband gebleven, de toekomst in handen heeft’, oftewel de Boeren.

Dan zet Verwey zijn algemene kapitalismekritiek uiteen. Geld en industrie hebben hun hoogste ontwikkeling en verfijning bereikt, maar tegelijk hebben ze de band met de bronnen van het mensenbestaan verloren. Die zijn te vinden in het verkeer van de mens met de aarde: ‘dat is de kern van altijd blijvende gezondheid, die de gehele mensheid sterker maakt’.

Zeker zijn handel en industrie ‘prachtige machten’, maar nu zijn ze op zichzelf komen te staan als ‘verstandelijke bedenksels’ en als ‘de retoriek van ons maatschappijleven’.

Dit alles vormt de valse karbonkel van de kapitaalmacht; de ware is te vinden bij de Boeren. Zij vormen een volk van mensen die met de aarde verbonden en daardoor sterk zijn, mensen ‘die geld, handel en nijverheid ten slotte de plaats zullen aanwijzen die hun in de heerlijke mensensamenleving behoort naar hun wezen, die van middel en niet van doel’.

Als de Boeren de strijd winnen, zal niet langer het materialisme maar de geest, de Slang met de Kroon heersen.

Oorspronkelijke bewoners

Heeft Verwey ook oog voor de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika? Waren die mogelijk nog minder kapitalistisch ingesteld dan de Hollanders? Een van de eerste dingen die de kolonisten deden, was dat ze een schans opwierpen om ‘de inboorlingen’, de Hottentotten, op afstand te houden. Men kocht voor goed geld land van de bewoners, die blijkbaar niet vies waren van financiële transacties.

Zo ging alles eerlijk en wettig toe, althans, zo nuanceert Verwey, ‘in de voorstelling van gevestigde kolonisten’. Meer aandacht voor de rol en mentaliteit van de oorspronkelijke bewoners was vanuit modern oogpunt wel wenselijk geweest.

Voor ons ligt het voor de hand om bij al deze kritiek op het kapitalisme te veronderstellen dat het hele Angelsaksische model onder vuur ligt. Daartegenover staat dan het meer humane, op consensus gerichte Rijnlandse model. Toch lijkt Amerika als economische grootmacht nog buiten Verwey’s horizon te liggen. Voor hem is Amerika het land dat zijn vrijheid moest bevechten op (alweer) de Engelsen.

De Britten spreekt hij op niet mis te verstane wijze aan in een ander essay, getiteld ‘Oudejaarsavond’.

Ondergang

‘Die uw nevelen verlaat voor de hitte en barheid van dat vreemde werelddeel, die niet ploegen maar wel oogsten wilt, die niet van één van uw huurlingen verwachten kunt dat hij zich anders aan u gebonden voelt dan door straf en beloning, die uw verleden vergeten hebt, voor wie het heden onzeker is, en die geen andere toekomst hebt overgehouden dan deze: dat elk een goed heenkomen zoekt uit uw ondergang.

Want dit is het beeld dat het grote volk nu vertoont naast het kleine: rijken zorgend voor de vermeerdering van hun eigen rijkdom, armen aangejaagd en opgezweept door vrees voor straf en lust naar beloning, regerenden geplaatst voor de keus tussen zekere ondergang bij werkeloosheid en de kans op vreselijker ondergang door het waagstuk van een krijg [oorlog, RS] die een moord is’.

De Boeren daarentegen, hoe klein in aantal ook, zijn onverslaanbaar: ‘Zonder kinderen, omdat ze vermoord zijn, zonder vrouwen omdat ze geroofd zijn, geslonken in aantal door sneuveling, moord of gevangenschap, – maar, hoe klein van tal, sterk en ontembaar, en meesters van het land dat de blokhuizen van hun aanvallers omringt’.

In hetzelfde essay ‘Oudejaarsavond’, betoogt Verwey dat de Boeren veel te danken hebben aan het calvinisme. Dit heeft hen geleerd om niet blind te gehoorzamen aan de machthebbers, laat staan aan de hebzuchtige, kapitalistische Engelsen. In plaats daarvan laten zij zich leiden door hun geweten en door een godsvertrouwen dat hen onoverwinnelijk maakt.

Behoefte aan vergezichten

We weten dus al meer dan honderd jaar hoe het moet, maar waarom gaan de ontwikkelingen in de juiste richting dan zo traag? Het eerste wat moet gebeuren is dat de juiste mensen opstaan om een routekaart naar een wereld zonder voortwoekerend kapitalisme te ontwerpen. Wie zouden dat kunnen zijn?

We moeten het vooral hebben van creatieve denkers en voelers. Dus filosofen, theologen, schrijvers van literatuur en kunstenaars. Vertegenwoordigers van deze beroepsgroepen zijn geoefend in inspirerende vergezichten. Daardoor kunnen zij verder dan een beursdag kijken.

Zij kunnen de band met de aarde herstellen, nadat haar op allerlei manieren schade is berokkend. Zij kunnen het consumentisme aan de kaak stellen, dat mede oorzaak is geweest van de huidige gezondheidscrisis. Zij kunnen de verstandelijke bedenksels en holle retoriek van de geldmacht ontmaskeren (denk aan derivaten, futures, warrants, turbo’s enzovoorts).

Laten zij de Boeren van deze tijd zijn, vervuld van visionaire levenskracht. En liefst ook met een scheutje calvinisme!

 

Rijk Schipper is classicus en theoloog. Hij is werkzaam als docent en vertaler

De genoemde essays van Albert Verwey zijn te vinden in diens bundel Luide toernooien, Amsterdam 1903

Deel dit artikel