Menselijk ingrijpen in de natuur vergroot de kans op nieuwe ziekten als het coronavirus

Het is geen toeval dat een markt waar gehandeld wordt in levende dieren de bron van de coronapandemie is, zeggen virologen. Maar ook ander menselijk handelen leidt tot een hogere kans op nieuwe virussen bij mensen.

Jan Mark van Nunen
Afbeelding bij 'Menselijk ingrijpen in de natuur vergroot de kans op nieuwe ziekten als het coronavirus'
Een verkoper wacht op klanten voor zijn viskraam op een markt in Guangzhou, China. Net als de vismarkt in Wuhan, die gezien wordt als de bron van het nieuwe coronavirus, staat deze markt bekend om de handel in allerlei soorten levende dieren. Foto: EPA

Een markt in de Chinese stad Wuhan is volgens virologen de bron van het nieuwe coronavirus. Formeel gaat het om een vismarkt, maar de markt staat bekend om de handel in allerlei levende, exotische dieren.

Een van die dieren, een type vleermuis of anders een soort miereneter, droeg het virus bij zich dat overspringt naar een mens, wellicht nog via een tussenstap bij bijvoorbeeld de civetkat. Daarna begon het virus aan zijn wereldwijde opmars. Het virus blijkt namelijk ook van mens op mens overdraagbaar.

Volgens virologen vormt een markt als die in Wuhan, waarvan er in Azië maar ook in andere delen van de wereld vele zijn, de ideale broedplaats voor een nieuw virus. Doordat verschillende diersoorten dicht op elkaar gehouden worden, kunnen virussen overspringen van diersoort op diersoort.

Volgens virologen vormt een markt als die in Wuhan, waarvan er in Azië maar ook in andere delen van de wereld vele zijn, de ideale broedplaats voor een nieuw virus

Dieren die een virus bij zich dragen, hoeven er overigens zelf niet ziek van te worden. In veruit de meeste gevallen zal een virus zich daarnaast niet thuis voelen bij een nieuwe gastheer en er niet overleven. Maar doordat er constant dieren bij elkaar worden gebracht die elkaar in het wild niet snel zouden tegenkomen, blijft er een uitwisseling van ziektekiemen gaande.

Mutatie

Daarbij komt dat virussen constant muteren, oftewel een kleine ontwikkeling doormaken. Zelfs bij de besmetting met het coronavirus van de ene op de andere persoon zijn kleine verschillen zichtbaar.

Door naar die verschillen te kijken kon het RIVM onlangs ook melden dat er meerdere introducties van het longvirus in Nederland hebben plaatsgevonden: er is niet één persoon die alle anderen in Nederland heeft aangestoken. Er zijn meerdere mensen geweest die het virus vanuit verschillende plaatsen in het buitenland hebben meegenomen.

De kans dat een virus zich ontwikkelt als het nieuwe coronavirus nu – afkomstig van dieren, zich daarna gemakkelijk verplaatsend van mens tot mens en leidend tot ernstige klachten – is extreem klein. Het grootste deel van de virussen dat onder mensen circuleert (waarvan zo’n 15 procent behoort tot de groep coronavirussen), veroorzaakt niet meer dan een verkoudheid, hooguit griep.

Er is niet één persoon die alle anderen in Nederland heeft aangestoken. Er zijn meerdere mensen geweest die het virus vanuit verschillende plaatsen in het buitenland hebben meegenomen

Maar zoals bij alle minieme kansen: als het experiment vaak genoeg herhaald wordt, komt zelf de onwaarschijnlijkste uitkomst een keer voor. En op markten als die in Wuhan wordt het experiment constant herhaald.

Het SARS-virus, ook een coronavirus dat ernstige problemen met de luchtwegen veroorzaakt, was in 2002 hoogstwaarschijnlijk een toevalstreffer op een markt in de Vietnamese hoofdstad Hanoi. Destijds werd, net als nu, naar vleermuizen gewezen, maar de bron is nooit onomstotelijk bewezen. MERS (ook een coronavirus, ook leidend tot longproblemen) dook in 2012 op in het Midden-Oosten. Dat virus zou via kamelen naar de mens zijn overgedragen, al staat ook dat niet vast.

 Ecosystemen

De constante factor is dat plekken waar veel verschillende diersoorten en mensen bij elkaar komen, de kans vergroten op de introductie van nieuwe virussen. Vanuit verschillende hoeken waarschuwen wetenschappers hier al langer voor, daarbij wijzend op dergelijke markten, maar bijvoorbeeld ook op veranderingen in ecosystemen door menselijk toedoen.

In artikelen van The Guardian en The New York Times noemen onderzoekers andere in de afgelopen decennia opgedoken ziekten, als lassakoorts, het zika-virus en ebola, als voorbeeld. Ook deze ziekten zijn van dieren afkomstig, via een markt of direct uit het wild.

De constante factor is dat plekken waar veel verschillende diersoorten en mensen bij elkaar komen, de kans vergrote op de introductie van nieuwe virussen

Onder anderen een ecoloog van de University College of London legt een direct verband tussen menselijke activiteit die invloed heeft op de leefomgeving van dieren en de biodiversiteit en nieuwe ziekten.

Doordat de mens zich de laatste decennia meer vertoont in voorheen ongerepte gebieden, komt deze ook meer in aanraking met nog onbekende virussen. Omdat de mens daarnaast op steeds grotere schaal ingrijpt in die gebieden, zoals met de aanleg van wegen, bomenkap, mijnbouw of verstedelijking, verandert bovendien het gedrag van dieren of krijgen andere soorten in een gebied de overhand. Daarmee krijgen virussen, net als op de markt in Wuhan, de kans zich anders te ontwikkelen dan voorheen en over te springen op andere diersoorten of de mens.

Omdat de mens op steeds grotere schaal ingrijpt in voorheen ongerepte gebieden, verandert het gedrag van dieren of krijgen andere soorten de overhand

Dit geldt overigens niet alleen voor virussen. Onderzoek van de Amerikaanse Emory University laat zien dat het steeds vaker voorkomen van de ziekte van Lyme na een tekenbeet – veroorzaakt door een bacterie die sommige teken bij zich dragen – direct verband houdt met verstedelijking, het steeds verder opgeknipt raken van natuurgebieden en veranderingen in de ecosystemen van bossen door toedoen van de mens.

 Permafrost

Onderzoekers van Ohio State University concludeerden recent na proefboringen in een gletsjer in de Himalaya dat ook de opwarming van de aarde de kans op nieuwe ziekten vergroot. In het ijs vonden de Amerikaanse onderzoekers 33 ingevroren virussoorten van tussen de 500 en 15.000 jaar oud, waaronder 28 van een virusgeslacht dat nog niet bekend was bij de moderne wetenschap.

Wanneer de gletsjer smelt, komen deze virussen weer vrij. Volgens de onderzoekers gaat er dan in het beste en waarschijnlijkste geval een archief van onbekende virussen verloren doordat de virussen na ontdooiing niet op tijd een gastheer vinden. Maar als het tegenzit komen de virussen via smeltwater, rivieren en dieren in ecosystemen en misschien bij mensen terecht.

Ook de opwarming van de aarde vergroot de kans op nieuwe ziekten. In het ijs in de Himalaya vonden Amerikaanse onderzoekers 33 ingevroren virussoorten van tussen de 500 en 15.000 jaar oud

Iets soortgelijks gebeurde in 2016 in Rusland. Een grote groep rendieren stierf tijdens een hittegolf aan een bacterie die vervolgens ook aan een twaalfjarige jongen het leven kostte. Tientallen anderen kwamen in het ziekenhuis terecht.

Aangenomen wordt dat een lang geleden overleden en in de permafrost ingevroren rendier de bron was van de plotselinge uitbraak. Toen de normaal gesproken permanente ijslaag ontdooide, werd het virus opnieuw geïntroduceerd.

 Toekomst

De opkomst van het nieuwe coronavirus behoorde voor veel wetenschappers in de virologie, ecologie of andere daaraan rakende werkvelden al langer tot de mogelijkheden. Velen van hen hebben eerder al gewaarschuwd voor het steeds hogere risico dat virussen overspringen op mensen. De grotere mobiliteit van mensen verhoogt bovendien de snelheid waarmee een nieuwe ziekte zich kan verspreiden over de wereld.

Als de mens de kans op een toekomstige pandemie wil verkleinen, moet er opnieuw gekeken naar de manier waarop de mens omgaat met de natuur

De prioriteit ligt nu bij de bestrijding van het nieuwe coronavirus, zo wordt alom gesteld. Maar daarna is het belangrijk om wereldwijd beter voorbereid te zijn op een volgende pandemie.

Maar als de mens de kans op een toekomstige pandemie wil verkleinen, moet er opnieuw gekeken naar de manier waarop de mens omgaat met de natuur. Daarbij aangetekend dat een nieuwe ziekte nooit uit te sluiten is. 

Deel dit artikel