Samenleving

  • 3 maanden geleden
  • essay
  • Maurits Potappel
  • Foto: Shutterstock
Samenleving

Kijk niet teveel naar anderen

We kunnen het druk hebben met van alles en nog wat en veel dingen willen, maar ook een belangrijk ding vergeten: tevreden te zijn met wat we al hebben.

Eindelijk ging ik de confrontatie aan. Al anderhalf jaar lang liep ik al rond met vermoeidheidsklachten en het werd tijd om daar aandacht aan te besteden. Dus had ik de stoute schoenen aangetrokken en was bij de dokter langsgegaan.  

In het begin had ik gedacht: tanden op elkaar, doorbijten, het gaat vanzelf over. Maar het ging niet over, en de klachten werden erger en erger. Op een gegeven moment was ik al moe bij het beklimmen van een trap. De coronapandemie deed nog een extra duit in het zakje. Ik merkte aan alles dat ik - zoals velen in deze tijd - tegen mijn fysieke grenzen aanliep. 

De dokter vroeg wat ik zoal had gedaan afgelopen jaar, en ik somde de reeks met activiteiten op, al dan niet verplicht of vrijwillig. Een studieverenigingsactiviteit hier, een leesclub daar, een studieverplichting tussen de bedrijven door. Na een aantal vragen was de conclusie helder: je hebt te lang aangestaan en je moet wat minder doen. 

De vogels verwelkomden me en op een aantal konijnen, eenden en zwanen na was er niemand te bekennen

We zijn mensen met grenzen en als we die grenzen niet respecteren, lopen we er vanzelf tegenaan. Ik vermoed dat het voor veel leeftijdsgenoten een herkenbaar probleem is. Je hebt ontelbaar veel mogelijkheden om activiteiten te ondernemen. Je kunt heel je agenda volplannen. Bovendien leg je voor jezelf de lat hoog. Spiegelen gebeurt door te kijken wat een ander doet of onderneemt. En falen is uit den boze. Dat betekent dat je nog harder moet werken. 

Geschiedenisles

Die middag besloot ik naar een nabijgelegen bos te gaan, het Donckse Bos bij Ridderkerk. Dat is een van de oudste Engelse landschapsparken en een oase van rust onder de rook van Rotterdam. De vogels verwelkomden me en op een aantal konijnen, eenden en zwanen na was er niemand te bekennen. 

Ten minste, dat dacht ik. Toen ik neerstreek bij een rustieke vijver, hoorde ik wat geritsel achter me. Ik draaide me om en zag een heer in laarzen, tweedjas en een Britse jagerspet op. “Waar is uw toegangskaart, jongeman?” vroeg hij enigszins nors. Ik antwoordde dat mijn ouders een kaart hebben en dat ik ‘m was vergeten. Hij mompelde wat, maar hij had duidelijk zin in een goed gesprek. 

“Tevreden zijn. Niet te veel van anderen aantrekken. Het gras is altijd groener bij de buren”

Hij stelde zich voor als de jachtopziener en begon te vertellen. Minutenlang sprak hij over de geschiedenis van de familie Groeninx van Zoelen – de eigenaar van het park , over het dorp, over de verandering in de jachtwetten, over de verandering na ‘de oorlog’, en de verandering in het lokale en nationale politieke klimaat. 

Even was ik terug op de middelbare school. Lag het aan corona, of was ik vergeten dat deze wereld ook nog bestond? Ik luisterde en genoot van de gratis geschiedenisles te midden van de fluitende vogels en het kabbelende water. 

Gelukkig leven

Toen schoot me opeens iets te binnen. Ik vroeg hem of hij voor of na de Tweede Wereldoorlog was geboren. Zo zou ik ongeveer weten hoe oud hij was. Hij antwoordde dat hij in 1941 was geboren. En uiteraard had hij niet geheuld met de bezetter, voegde hij er nog snel aan toe terwijl hij spottend zijn arm opstak. 

Dan was deze man al in de tachtig, dacht ik. Ik vertelde hem dat ik naar de dokter was geweest en last had van oververmoeidheid. Hij knikte begripvol en mompelde wat binnensmonds. Ik zei: “U bent oud en ik ben nog jong, wat maakt voor u een gelukkig leven?”  

Het leven is een mooie reis, en de verrassingen op die reis geven het leven een gouden rand

Hij keek me rustig aan: “Tevreden zijn. Niet te veel van anderen aantrekken. Het gras is altijd groener bij de buren.” Hijzelf trok meer dan eens het bos in. “Dit is toch de mooiste plek die er is? Wat wil je nog meer als je geniet van de bomen, de vogels, en de schitterende natuur?”  

Het is best eenvoudig dacht ik. Stoppen met doordraven en steeds nieuwe activiteiten ontplooien. Het leven bestaat uit meer dan jezelf vergelijken met anderen, hoe groot die verleiding ook is. Het leven is een geschenk, en juist de natuur herinnert je daaraan omdat je je daar klein voelt in een wereld die je niet zelf maakt.  

Deze praktische wijsheid en een stukje terloops vertelde levenservaring had ik even nodig om mijn blik scherp weer te stellen. De ontmoeting op het midden van de bosweg deed me goed. De vergeten toegangskaart werd me vergeven en ik vervolgde mijn wandelroute door het donkere woud, waar juist de zon wat van zich liet zien. Het leven is een mooie reis, dacht ik, en de verrassingen op die reis geven het leven een gouden rand.  

 

Maurits Potappel is verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, waar hij als fellow onderzoek doet naar de democratische rechtsstaat.