Democratie

  • 1 maand geleden
  • interview
  • Ineke Evink
  • Josse de Voogd: “Er is een rangorde aangebracht in de achterstanden, zegt De Voogd. Sociaaleconomische achterstand is minder belangrijk geworden.” Foto eigen archief
Democratie

Josse de Voogd: “We gaan terug naar de negentiende eeuw”

In sommige kringen lijkt het of nog maar één maatschappelijk thema werkelijk van belang is en dat is diversiteit. Maar op de achtergrond spelen zich sociaaleconomische problemen af. En die zijn lastiger op te lossen.

In de politiek maar ook op radio en tv is diversiteit een steeds terugkerend onderwerp. Discriminatie en achterstelling van vrouwen, van mensen met een donkere huidskleur of met een andere dan heteroseksuele geaardheid is inderdaad een probleem, zegt sociaaldemograaf Josse de Voogd. Maar de grote aandacht daarvoor ontneemt het zicht op een achterliggend probleem: de samenleving groeit uit elkaar, vooral op sociaaleconomisch gebied.

“De gevolgen van de groeiende economische kloof worden nu nog gedempt door de vergrijzing. Oudere mensen hebben meestal een redelijk middeninkomen, uit arbeid of pensioen. Maar het verschil groeit gestaag. De nieuwe kloof uit zich vooral bij jongeren en mensen die buiten het systeem vallen, bijvoorbeeld door ziekte. Maar dat zijn er getalsmatig nog niet genoeg om aandacht te krijgen.”

“De overheid compenseert de achterblijvende lonen door het toeslagenstelsel. Maar dat wordt op den duur onbetaalbaar”

Het verschil zit meer in vermogen dan in inkomen, legt De Voogd uit. “De ongelijkheid in vermogen groeit omdat de ene jongere door de ouders geholpen wordt met studiekosten en een huis, en de andere alles zelf moet betalen. De topinkomens, met aandelen en bezit in het buitenland, zijn ook niet zo zichtbaar. Maar er wordt wel aan de fundamenten gezaagd van het Nederland van de gelijke kansen.

Ons sociale stelsel dempt de groeiende verschillen. De overheid compenseert de achterblijvende lonen door het toeslagenstelsel. Maar dat wordt op den duur onbetaalbaar. Het systeem werd daarom strenger. Als je aan de onderkant belandt, moet je altijd op de hoede zijn want een fout vinkje kan je ruïneren. Maar mensen die het zelf niet meemaken, denken vaak dat het best redelijk gaat: ‘we hebben toch een vangnet’? Dat valt dus tegen.”

Succesvol

De Voogd heeft persoonlijk ervaring met het vangnet. Hij moest stoppen met zijn studie omdat hij de ziekte van Pfeiffer kreeg, die resulteerde in chronische vermoeidheid. Maar hij kreeg geen ziektewetuitkering, en een bijstandsuitkering werd alleen toegekend als hij niet meer zou gaan studeren, want daarvoor was de studielening bedoeld. Maar fulltime studeren ging niet.

“Op de UvA heerst het adagium: wit is succesvol”

Met hulp van anderen lukte het hem uiteindelijk toch af te studeren. Toen hij ging werken aan de Universiteit van Amsterdam kwam hij in aanraking met het diversiteitsdebat.

“Op de UvA heerst het adagium: wit is succesvol”, zegt De Voogd. “In die kringen wordt niet gauw gevraagd naar je andere achtergronden, of achterstanden. ‘Wit’ wordt gelijkgesteld aan de succesvolle bovenlaag. En dat werkt door in te weinig aandacht voor sociaaleconomische problemen. In hokjes denken is menselijk, mensen doen nu eenmaal aan groepsvorming. Maar als er te veel mensen in hetzelfde hokje denken, dan wordt het een probleem.

Het debat over diversiteit en ongelijkheid is belangrijk, maar er heersen echt misvattingen. Dan worden bijvoorbeeld conclusies getrokken op basis van Amsterdamse cijfers in plaats van landelijke.”

Zuilen

Het is steeds moeilijker geworden om buiten je eigen hokje te kijken, meent De Voogd. “Het hokje is groter geworden. Er zijn inmiddels zoveel hoger opgeleiden dat ze niemand meer hoeven te ontmoeten die daar buiten valt. In de tijd van de verzuiling waren er ook grote kloven in de samenleving, maar die waren niet klasse-gerelateerd. De elite van die zuilen waren klein, en binnen die zuilen communiceerden de klassen met elkaar.

Eigenlijk heb je nu één hoogopgeleide zuil die het land bestuurt, in plaats van verschillende zuilen naast elkaar

De sociale mobiliteit was ook groter, bijvoorbeeld omdat hoogopgeleide mannen met lager opgeleide vrouwen trouwden. Nu komen partners vaak uit hetzelfde milieu. Eigenlijk heb je nu één hoogopgeleide zuil die het land bestuurt, in plaats van verschillende zuilen naast elkaar. Mensen die buiten die hoogopgeleide zuil vallen, doen eigenlijk niet meer mee.”

Mensen met een praktische of gemiddelde opleiding doen niet meer mee. Dat zijn niet per se mensen met weinig geld, zegt De Voogd. Er zijn ook arme hoogopgeleiden. “Maar wat die hebben, is cultureel kapitaal. Ze kunnen meepraten en invloed uitoefenen.”

Daartussendoor speelt nog het regionale verschil. “Het zijn vooral Amsterdamse hoogopgeleiden die de toon zetten.” Hoe verder van Amsterdam verwijderd, hoe groter het contrast, met als dieptepunt de noordelijke provincies. “Er zijn daar minder voorzieningen, minder scholen, grotere afstanden. Ook een bescheiden mentaliteit: leraren worden niet onder druk gezet om het kind een hoger schooladvies te geven. Kaarten over onderadvisering laten dat goed zien. En hoogopgeleiden trekken weg. Mensen uit het noorden van het land worden ook minder gerepresenteerd in de media.”

De idee is: als je talent hebt en je werkt hard, dan kom je er wel.

“Dat wordt steeds moeilijker omdat alles steeds duurder wordt, van studentenkamers tot studiekosten. En hoe gelijk je de samenleving ook maakt, de bovenlaag vindt altijd wel trucjes om hem weer ongelijk te maken. Een universiteit krijgt dan bijvoorbeeld een university college, waar je inwoont en de beste docenten krijgt. Je zet de onderwijzer onder druk voor een hoger schooladvies, vwo en vmbo worden weer uit elkaar getrokken.

Dat diversiteitsdebat wordt gepresenteerd als een debat over onrechtvaardigheid, maar ik zie het vooral als een trucje. De witte man moet plaatsmaken, maar dan vooral de minder succesvolle witte man. De top gaat heus niet weg.”

Tot een paar decennia geleden was de politieke strijd er een tussen hogere en lagere klassen. Nu is dat diversiteit. Waarom is dat veranderd?

“Daarvoor zijn veel oorzaken aan te wijzen. De linkse partijen gingen hun prioriteiten bij de linkse bovenlaag leggen en dat is niet goed gevallen bij de onderlaag. Als je verkiezingsuitslagen van vroeger en nu vergelijkt, zie je dat de bovenlaag linkser is gaan stemmen en de onderlaag rechtser. Hoogopgeleide mensen vinden sociaaleconomische zaken wel belangrijk, maar waar ze echt voor warmlopen, zijn sociaal-culturele thema’s.

De lagere middenklasse op zijn beurt krijgt geen toeslagen maar houdt nauwelijks méér over dan de onderklasse. Tegelijk hebben ze niet voldoende cultureel kapitaal om mee te kunnen praten. Die groep voelt zich van twee kanten belaagd. Daar scoort de PVV.”

Discriminatie en achterstelling is wel degelijk een probleem, maar de grote aandacht ontmeet het zicht op andere problemen. Black Lives Matter protest op 10 juni 2020 in Amsterdam. Foto Wikimedia

Uitruil

De Voogd verwacht niet veel van progressieve partijen als PvdA, GroenLinks en D66. “Je weet gewoon dat de diversiteitsagenda uitgevoerd gaat worden. Het institutionele middenveld voelt zich daar prima bij. En straks komt er toch weer een rechtse regering met een paar linkse partijen erbij. Dat wordt een uitruil. Links krijgt cultuur en onderwijs, rechts de economie. En de diversiteitsagenda is relatief goedkoop, terwijl economische veranderingen duur zijn.”

“De diversiteitsagenda is relatief goedkoop, terwijl economische veranderingen duur zijn”

Er is een rangorde aangebracht in de achterstanden, zegt De Voogd. Sociaaleconomische achterstand is minder belangrijk geworden. Hij wijt dat aan theorieën die bon ton zijn op universiteiten, zoals intersectionaliteit en de critical race theory.

“Als een kleine groep dat vindt, is dat niet erg, maar die groep heeft grote invloed omdat veel mensen de thema’s an sich sympathiek vinden. Je moet het van dichtbij kennen om de problemen ervan te zien. Je moet ook doorbijten als je kritiek geeft. Je wordt snel weggezet met termen als ‘white fragility’, de witte man die bang is voor zijn positie. Er heerst op bepaalde afdelingen van een aantal universiteiten een angstcultuur.”

De voorrang van de diversiteitsagenda gaat een tegenreactie geven in de maatschappij, vreest De Voogd. “Grijstinten worden weggeblazen. Als links dit niet op een andere manier gaat oppakken, blijft alleen rechtspopulisme over.”

Laaggeletterden

In nieuwsitems over achterstanden die kwetsbare kinderen in deze coronatijd oplopen, wordt vaak verwezen naar kinderen met een migratieachtergrond.

“Ten onrechte. Laaggeletterden bijvoorbeeld hebben vaker een autochtone dan allochtone achtergrond. Percentages zeggen niet alles omdat de aantallen zo verschillen. Dat geldt ook voor regio’s. Vaak wordt gekeken naar Amsterdam, maar dat is een heel atypische stad, die in veel verschilt van de rest van Nederland.”

De Voogd muntte de term ‘middenland’, de steden met een inwonerstal van tussen de 20.000 en 90.000 inwoners. Middenland hangt tussen stad en plaateland in, en daar wonen verreweg de meeste mensen. Drachten bijvoorbeeld, maar ook kleinere steden in het westen en Noord-Brabant.

“Daar valt het wel mee met de segregatie. In de grote steden is die sterker, maar daar woont maar 13-14 procent van de bevolking. Maar de media en de overheid zitten net in die steden, zij bepalen de beeldvorming. Bijvoorbeeld dat er veel segregatie is op scholen, maar dat betreft dus maar een klein aantal scholen.”

Culturele bovenlaag

“De linkse partijen voeren een verliezersstrategie met die aandacht voor diversiteit. Maar dat hebben ze zelf niet door. Deels is dat diversiteitsdenken oprechte zorg, maar het is ook een middel om jezelf te onderscheiden. Met het aanhangen van bepaalde ideeën over diversiteit, laat je zien tot welke groep je behoort, dat je de taal spreekt van de bovenlaag. Het is status. Vroeger onderscheidde je je met een duur horloge, nu laat je met deze discussie zien dat je bij de culturele bovenlaag behoort.

Maar je maakt ondertussen zelf natuurlijk geen plaats voor mensen uit een minderheid. Je kunt heel schuldbewust doen over je huidskleur, maar werkelijk iets veranderen aan sociale achterstelling kost je iets. Bijvoorbeeld meer belasting betalen, onderwijskansen vergroten door categoriale gymnasia af te schaffen. Maar die consequenties vindt de bovenlaag niet fijn.”

Komt er een kentering, misschien naar aanleiding van de toeslagenaffaire?

“In de samenleving is die behoefte wel aanwezig maar dat betekent niet dat het ook gebeurt. Die uitwisseling van cultuur en economie tussen links en rechts levert voor de bovenkant van beide kanten nu eenmaal het meeste op. Partijen zoals het CDA en de SP slagen er niet goed in het debat over sociaaleconomische onderwerpen naar zich toe te trekken. En uitkeringsgerechtigden hebben voor de lage middenklasse toch een beetje het imago van uitvreters.

Ik heb dus eigenlijk weinig hoop. We gaan terug naar de negentiende eeuw, maar nog niet iedereen heeft het door.”