Samenleving

  • 8 maanden geleden
  • essay
  • Hans Perk
  • Cacaoboeren, aangesloten bij Ecookim in Ivoorkust. Foto Philippe Lissac/Godong, Oikocredit.
Samenleving

Hoe microkrediet kan voorkomen dat de coronacrisis een voedselcrisis wordt

Ongeveer 70 procent van de wereldbevolking wordt gevoed door kleine producenten. En juist die hebben het moeilijk door de Covid-19-pandemie. Microkrediet kan dan helpen.

In een onlangs verschenen rapport schatten de Verenigde Naties dat 130 miljoen mensen in 2020 mogelijk chronische honger zullen lijden als gevolg van de Covid-19-pandemie. Het VN-rapport bevat input van verschillende organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO).  

Het rapport legt de focus op de vernietigende impact die de coronapandemie heeft op de armste en kwetsbaarste gemeenschappen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Het uitbreken van het coronavirus veroorzaakt een voedselcrisis die bovenop de gezondheidscrisis komt. Hierdoor kunnen miljoenen mensen sterven aan ondervoeding. 

Boeren die zelf voedsel verbouwen en het overschot verkopen aan omliggende gemeenschappen, vormen de ruggengraat van de voedselvoorziening in veel ontwikkelingslanden. De ETC Group, een internationale organisatie die onder meer adviseert over voedselproblemen, schrijft in zijn rapport dat ongeveer 70 procent van de wereldbevolking gevoed wordt door kleine producenten.  

Stijgende prijzen

Nu de markten gesloten zijn en boeren moeite hebben om krediet te krijgen dat nodig is voor de voorbereiding van land en het kopen van zaden, lopen ze het risico honger te lijden. En ze zijn niet in staat om aan de behoeften van de lokale markt te voldoen. 

We weten uit het verleden dat mensen, als hun voedselproductie onzeker wordt, vaker het platteland verlaten, op zoek naar betere vooruitzichten in de steden. Deze trend kan een verdere verspreiding van het coronavirus veroorzaken. Daarbij heeft slechte lokale levering en lagere productie op veel markten al geleid tot een stijging van de voedselprijzen van stabiele gewassen zoals rijst en maïs.

Lees ook: Ver weg is dichterbij dan ooit

Begin mei meldden collegas van Oikocredit in Nigeria dat de straten vol stonden met mensen die demonstreerden tegen de lockdown en voedselhulp eisten van de regering. In ontwikkelingslanden maken mensen zich niet alleen zorgen over hun gezondheid door corona, maar ook over honger. 

Voedselhulp en steun van regeringen zijn cruciaal voor de meest kwetsbaren. Maar de steun is ook nodig voor instellingen voor microfinanciering die een belangrijke rol kunnen spelen in deze crisis. 

Vrijwilligers helpen bij een voedseluitreiking in Nigeria tijdens de lockdown. Foto: Shutterstock

Microkrediet als oplossing? 

Ongeveer een derde van de mensen die microkrediet krijgen bij de microfinaniceringsinstellingen (MFI’s) die Oikocredit financiert, zijn boeren op het platteland. Oikocredit heeft al jaren een focus op organisaties die een groot deel van hun leningen verstrekken aan kleinschalige boeren.  

Vaak zijn dit kortlopende leningen voor een paar maanden, waarmee de boeren zaden en kunstmest voor de volgende oogst kopen. Hun lening betalen ze terug van wat ze verdienen met de verkoop van hun producten aan buren en op lokale markten.

Veel van de door Oikocredit ondersteunde microfinancieringsinstellingen zijn relatief klein. Zelfs vóór de uitbraak van het coronavirus was het voor hen moeilijk om voldoende kapitaal te krijgen om leningen te verstrekken aan deze boeren. In de huidige crisis is dit nog moeilijker. In veel landen ontwikkelen centrale banken programmas ter ondersteuning van de formele banksector, maar kleine en niet-gereguleerde MFI’s komen zelden voor deze steun in aanmerking. 

Met lokale kantoren in ontwikkelingslanden kent Oikocredit deze organisaties goed en vaak wordt al jaren samengewerkt. Oikocredit blijft zijn partners ondersteunen tijdens deze crisis. Dat is niet alleen belangrijk voor de MFI’s, maar nog belangrijker voor de eindklanten die zij bedienen.  

Financiële gezondheid 

Zo heeft Oikocredit een extra investering van 400.000 euro gedaan in een partner in West-Afrika waar al lang mee wordt samengewerkt, een kleine MFI in het noorden van Mali met een focus op plattelandsgebieden. De extra investering wordt gebruikt voor de financiering van kleinschalige tuinbouw- en graanboeren die hun boerderijen voorbereiden op het komende regenseizoen.  

Hoe we vandaag handelen, heeft grote gevolgen voor nu en de toekomst

Deze partner heeft weinig alternatieve financieringsbronnen om te voldoen aan de vraag naar kapitaal van zijn eindklanten. Dat komt doordat de National Agriculture Development Bank (BNDA), de belangrijkste financier van deze MFI, haar toelage voor dit jaar verlaagt. De eindklanten zullen nergens anders terecht kunnen om de financiering te krijgen die nodig is om hun families te onderhouden. Met de steun van Oikocredit kan deze partner krediet verlenen aan meer dan tweeduizend boerenfamilies op het platteland van Mali. 

Oikocredits werk is op dit moment vooral gericht op de financiële gezondheid van onze partners en het bieden van ondersteuning om deze storm te doorstaan. Hoe we vandaag handelen heeft grote gevolgen voor nu en de toekomst.  

Door onze partners sterke en continue ondersteuning te bieden, steunen zij op hun beurt mensen met een laag inkomen om voedsel op tafel te hebben. En uiteindelijk helpen we voorkomen dat een gezondheidscrisis een voedselcrisis wordt. 


Hans Perk is regionaal directeur Afrika bij Oikocredit. Dit artikel is een bewerking van zijn blog dat eerder verscheen op de website van Oikocredit Nederland. 

Van 25 oktober tot en met 1 november is het fairtrade week. Oikocredit steunt boeren en landbouworganisaties. Fairtrade is daarbij belangrijk omdat het zorgt voor betere prijzen voor boeren.  

Op weg naar een leefbaar inkomen voor koffieboeren

Hoeveel moet je betalen voor je koffie om zeker te weten dat een koffieboer er een eerlijk en goed inkomen aan overhoudt? Het eerlijke antwoord is: niemand weet het. Maar koffiehandelaar Sander Reuderink probeert het te weten te komen.