Democratie

  • 9 maanden geleden
  • interview
  • Trudy Oldenhuis
  • De geschiedenis van het CDA is een geschiedenis van het onverwachte, aldus PG Kroeger. Foto: ANP
Democratie

Hoe het CDA in het centrum van de macht kwam en bleef

In 1998 leek het duidelijk: het CDA had vier jaar niet geregeerd, ging de komende vier jaar ook niet regeren en zou er in de verdere toekomst waarschijnlijk niet meer toe doen. Het liep anders: in 2002 werd het CDA de grootste partij en bleef dat lange tijd. PG Kroeger verhaalt erover in een nieuw boek.

Steeds vaker vroegen mensen aan ‘partijhistoricus’ Pieter Gerrit Kroeger wanneer hij deel twee zou schrijven van zijn CDA-geschiedenis. Hij had immers al een boek over het CDA geschreven: De rogge staat er dun bij. Macht en verval van het CDA 1974-1998.

Nou, eerst even niet, dacht Kroeger aanvankelijk. Totdat zich in september 2001 een drama afspeelde binnen het CDA rond het vaststellen van de kieslijst voor de verkiezingen in mei 2002. “Toen dacht ik: dit is interessant. Ik ga heel gedetailleerd bijhouden wat er gebeurt, want dat kan ik gebruiken bij het schrijven van een deel twee.”

Gesprekken en verhalen van binnen de partij vastleggen kan Kroeger doen, omdat hij al jarenlang dicht bij het CDA staat en bij de landelijke politiek betrokken is, zonder dat hij een formele band heeft met de partij. Met journalist Jaap Jansen maakt hij de wekelijkse politieke podcast Betrouwbare bronnen en als mensen hem zaken vertellen, weten zij waar Kroeger voor staat. “Daar ben ik altijd eerlijk in en dat weten mensen ook.”

Zijn deel twee van de geschiedenis van het CDA werd Tand des tijds. Het CDA in de nieuwe eeuw en ligt vanaf vandaag in de boekhandel. Het behandelt de periode vanaf 1998 tot nu. Grofweg, want Kroeger schetst zo nodig ook lijnen die voor 1998 waren uitgezet. Dat alles gelardeerd met anekdotes en details die alleen door een politieke insider kunnen worden verhaald.

Nieuw profiel

Maar 1998: dat was het verkiezingsjaar na het eerste paarse kabinet van VVD, PvdA en D66, partijen overigens die veel minder liefde voor elkaar opbrachten dan achteraf wel eens wordt gedacht. Het CDA verloor vijf zetels (van 34 naar 29) en slaagde er maar niet in een nieuw profiel te ontwikkelen tegenover het pragmatisme en de ontideologisering die onder Paars in zwang waren geraakt.

De geschiedenis van het CDA is het verhaal van het ongedachte, onvermoede, onvoorspelbare en onderschatte

Wel traden in 1998 enkele nieuwe jonge mensen toe tot de CDA-Kamerfractie. Jan-Peter Balkenende bijvoorbeeld en Camiel Eurlings, die in zijn eentje veertigduizend voorkeursstemmen haalde. Het drama dat Kroeger in 2001 zag gebeuren, nota bene op 11 september, was de plotselinge verheffing van deze tot nog toe vrij onbekende Balkenende tot lijsttrekker, na getouwtrek tussen partijvoorzitter Marnix van Rij, toenmalig fractievoorzitter en beoogd lijsttrekker Jaap de Hoop Scheffer en de overige CDA-bestuursleden.

‘De geschiedenis van het CDA is een relaas waarin aldoor niet gebeurt wat kenners, waarnemers en pundits aannamen. Een verhaal van het ongedachte, onvermoede, onvoorspelbare en onderschatte’, luiden de eerste zinnen van Tand des tijds.

En niet ten onrechte, want als er één ding onverwacht was in september 2001, was dat juist deze Balkenende het CDA naar een klaterende overwinnig zou leiden in mei 2002 (van 29 naar 43 zetels) en de partij jarenlang in het centrum van de macht zou weten te houden.

Jan Peter Balkenende viert met zijn vrouw Bianca de overwinning na de verkiezingen in mei 2002. Foto: ANP

“Achteraf”, zegt Kroeger, “is het altijd gemakkelijk praten. Maar ik kijk liever naar cijfers en naar wat er echt gebeurd is. Wat konden mensen op dat moment weten?”

Terugkijkend zien wij de verkiezingen van 2002 misschien als de verkiezingen met Pim Fortuyn – volgens Kroeger “een tragisch figuur” - en de LPF, maar let wel, zegt hij: “Dat was allemaal in september 2001 nog niet duidelijk. Nog in februari 2002 was er een peiling onder Nederlanders met de vraag wie zij het liefste als opvolger van premier Wim Kok zagen. 40 procent wist het niet, 17 procent koos Balkenende, Ad Melkert van de PvdA kreeg een vergelijkbaar percentage en slechts 2 procent koos Fortuyn. Niemand zag in hem toen een serieuze kandidaat.”

Het succes van Balkenende had alles te maken met de aanslagen van 11 september. “Want toen werd duidelijk dat zaken waarvoor bij Paars totaal geen ruimte was geweest, zoals religie, ideologie en zingeving, toch belangrijk waren. Mensen als Hans Dijkstal van de VVD en Melkert konden daar niets mee. Balkenende wel, ook met zijn nadruk op normen en waarden, zijn poging om vast te stellen wat ons in de samenleving verbindt.”

Vertrouwenwekkend

Jarenlang zou het CDA de grootste partij blijven, daarbij ook geholpen door het feit dat partijen als de VVD, PvdA en D66 verschillende crises kenden. Balkenende formeerde vier achtereenvolgende kabinetten, al zou hij er geen één tot het einde uitzitten.

“Maar hij had blijkbaar iets vertrouwenwekkends en hij had in elk geval gevoel voor het moment. Iemand zei over Balkenende: ‘Je leent hem je portemonnee uit.’ Dat vind ik nog altijd prachtig gezegd. Hij legde de nadruk op de ontwikkeling van de kenniseconomie, op duurzaamheid met een sterk Europese insteek, en op normen en waarden. Dat zat goed in elkaar. Het CDA was weg uit de somberheid van de jaren onder Paars, had een nieuwe inhoud en was weer de partij van het midden. Een safe pair of hands, zoals ik het noem. Dat is bijzonder, want dit gebeurde allemaal in een ontzuilde samenleving.”

Iemand zei over Balkenende: ‘Je leent hem je portemonnee uit.’ Dat vind ik nog altijd prachtig gezegd

Maar zoals politieke verhalen vaak een opkomst en een ondergang kennen, gold dat ook voor het CDA van Balkenende. Diens ondergang werd in gang gezet door niemand minder dan Ruud Lubbers, zegt Kroeger. In 2009, midden in de kredietcrisis, benoemde Lubbers op een seminar van de Universiteit van Tilburg onomwonden wat er misging.

“Hij wees erop dat dit niet alleen een economische crisis was, maar ook een crisis van normen en waarden. ‘Het financiële stelsel is normloos’, zei hij. En dat had ook de politiek laten gebeuren. Dat was regelrecht gericht tegen Balkenende. Juist op het thema dat bij uitstek van hem was – die normen en waarden – had hij gefaald.”

Daarbij was de kiezer na die vier niet uitgezeten kabinetten-Balkenende toch ook wel uitgekeken op de premier. Dat Balkenende toch weer lijsttrekker werd in 2010, was dan ook vooral te wijten aan “volstrekt amateurisme binnen de partijtop”, aldus Kroeger.

Lees ook: Leiderschap of lijderschap?

De verkiezingen in 2010 werden een deceptie (van 41 naar 21 zetels), die van 2012 nog erger: dertien zetels bleven over. Kroeger: “Alles ging mis in die campagne. Iedereen wist dat het op een verlies zou uitdraaien.”

Pas in 2017 werd er weer winst geboekt: van dertien naar negentien zetels. Net één minder dan de PVV, maar genoeg reden voor de christen-democraten om een zucht van verlichting te slaken, zelfs internationaal: het gevaar van het opkomende nationalisme van de PVV leek gekeerd. Opnieuw verkeerde het CDA in de positie die het in deze roerige jaren vaker had: die van een middenpartij.

Camiel Eurlings als Tweede Kamerlid in 2004. Hij was een van de CDA'ers die een belangrijke rol speelden deze jaren. Foto: ANP

Teleurgestelde kiezers

En zo’n middenpartij moet één fout in elk geval niet maken, betoogt Kroeger: een samenwerking of coalitie aangaan met nieuwe radicale partijen van kiezers die zich ‘niet gehoord’ voelen door de politiek. Dat is het idee achter de zogenoemde Donner-doctrine: geef nieuwe partijen regeringsverantwoordelijkheid.

Het CDA deed het met de PVV in 2010, in het gedoogkabinet met de VVD na het roemruchte partijcongres in Arnhem, mede in de veronderstelling dat de PVV veel kiezers van het CDA had weggenomen. Die veronderstelling klopte niet, betoogt Kroeger in zijn boek: analyse van de cijfers laat zien dat een derde van het verlies van het CDA kwam doordat CDA-stemmers waren thuisgebleven, een deel was overgestapt naar de VVD en een deel naar andere partijen. Daaronder inderdaad de PVV, maar ook bijvoorbeeld de PvdA van Job Cohen.

Lees ook: Met kleine stapjes naar de afgrond

En het mag dan democratisch klinken om deze teleurgestelde kiezers een stem te geven door met hun nieuwe partij in zee te gaan, maar dat is het niet, aldus Kroeger. “Want deze nieuwe partijen hebben juist een afkeer van het politieke systeem en willen het kapotmaken. Vaak gaan die partijen overigens zelf kapot: dat gebeurde met de LPF, de PVV heeft verschillende afsplitsingen gehad, en nu zie je het bij Forum voor Democratie.”

De naderende verkiezingen in 2021 zijn een mooi moment om dit tweede deel af te sluiten, vindt Kroeger. Er komt een nieuwe generatie politieke leiders aan, met nieuwe lijsttrekkers bij het CDA en D66. Het worden bovendien verkiezingen die in het teken zullen staan van corona. “Dat is dan allemaal maar voor deel drie.”


PG Kroeger, Tand des tijds. Het CDA in de nieuwe eeuw (Uitg. Prometheus, Amsterdam 2020) 544 blz. 24, 99 euro

Een zelfverzekerd geluid van binnenuit is nodig bij het CDA

Dit jaar vindt het veertigjarig jubileum plaats van de partij die officieel op 11 oktober 1980 werd opgericht: het CDA. De partij bevindt zich op een kruispunt: gaat het verder in de spagaat rechts van het midden of kiest het voor een helder christendemocratisch geluid zonder angst?