Hoe Bert ‘stofjas’ de Vries zijn zelfgemaakte Europa wil inperken

Econoom en oud-CDA’er Bert de Vries toont zich in een onlangs verschenen boek kritisch tegenover het kapitalistische systeem en de Europese muntunie. Die moet worden afgeschaft, vindt hij.

Pieter-Anko de Vries
Afbeelding bij 'Hoe Bert ‘stofjas’ de Vries zijn zelfgemaakte Europa wil inperken'
Voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie spreekt over de gevolgen van de coronacrisis. Bert de Vries vindt dat het nu duidelijk is dat het systeem van een gezamenlijke munt op de schop moet. Foto: EPA

Een van de motto’s die voormalig CDA-prominent Bert de Vries zijn vorige week verschenen boek Ontspoord kapitalisme heeft meegegeven is: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’.

Dat komt natuurlijk van Johan Cruijff. Het lijkt erop dat De Vries deze uitspraak heeft opgenomen omdat zijn eigen inzichten in sommige opzichten zijn veranderd, nadat hij de politiek verliet. Zijn lijvige boek is een felle en goed onderbouwde aanklacht tegen ongebreideld kapitalisme en een pleidooi voor meer overheidsregie. Maar, zo schrijft hij, er is niet veel fundamenteel veranderd aan de opvattingen die hij altijd al had.

Het lijkt erop dat De Vries deze uitspraak heeft opgenomen omdat zijn eigen inzichten in sommige opzichten zijn veranderd, nadat hij de politiek verliet

Hij was fractievoorzitter tijdens de hoogtijdagen van het CDA in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hij hielp in die rol mee aan de bezuinigingspolitiek van Lubbers en was minister van Sociale Zaken in het kabinet-Lubbers III. In september 1990 was hij bovendien acht dagen interim-minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Als minister loodste De Vries de Arbeidsvoorzieningswet en de Jeugdwerkgarantiewet door de Eerste en Tweede Kamer. Ook was hij de architect van het zogenaamde Bami-akkoord over aanpassing van de WAO. De maatregelen betekenden veelal inperkingen van de verzorgingsstaat.

Geen neoliberale koers

De Vries kreeg in Den Haag de bijnaam ‘de stofjas’, vanwege zijn saaie imago. De Vries schrijft dat hij nooit een neoliberale koers heeft voorgestaan. Hij voerde destijds het beleid ‘uit de overtuiging dat het noodzakelijk was om de uit balans geraakte verhoudingen weer in evenwicht te brengen en daarna weer op de vertrouwde voet verder te gaan’.

Hij doelt daarmee op het in stand houden van een ruimhartige verzorgingsstaat. Hij stond geen ideologische ommezwaai voor. Maar zowel het CDA als de PvdA liepen volgens hem over naar het neoliberalisme. Uiteindelijk brak hij met het CDA in 2010 toen de partij onderdeel vormde van een kabinet dat gedoogsteun nodig had van de PVV van Geert Wilders.

De Vries kreeg in Den Haag de bijnaam 'de stofjas', vanwege zijn saaie imago. Hij schrijft dat hij nooit een neoliberale koers heeft voorgestaan

Door de uitbraak van de coronacrisis moest de presentatie van het boek worden uitgesteld. Dat gaf De Vries de tijd om naar aanleiding hiervan nog scherper zijn gedachten te formuleren over de toekomst van de Europese Unie.

Door de verschillende economische ontwikkeling van het noorden en zuiden van de Eurozone loopt de muntunie vast, schrijft hij. Dat valt duidelijk te zien aan de huidige discussie over steun aan de zuidelijke landen die economisch het hardst zijn getroffen door de coronacrisis.

Beperkte euro

De Vries pleit voor de terugkeer naar nationale munteenheden, waarbij de euro alleen een beperkt bestaan houdt als betalingsmiddel tussen de lidstaten onderling. Dat haalt volgens hem veel spanning uit het huidige systeem.

Landen die het economisch slecht doen kunnen dan devalueren waardoor hun economieën kunnen opleven en waardoor hun staatsschulden verminderen. Bij landen die het goed doen gaat de waarde van de munteenheid omhoog. Het alternatief is een politieke unie, maar dat ziet hij niet zitten vanwege de grote weerzin daartegen in verschillende landen; onhaalbaar dus.

De Vries pleit voor de terugkeer naar nationale munteenheden, waarbij de euro alleen een beperkt bestaan houdt als betalingsmiddel tussen de lidstaten onderling

In een interview wordt De Vries voor de voeten geworpen dat hij in 1991 toch minister was toen het Verdrag van Maastricht werd gesloten waarin tot de invoering van een gezamenlijke munt werd vastgelegd, en dat hij daarvoor dus zelf medeverantwoordelijk is.

Hij antwoordt: ,,Er is toen niet goed over nagedacht. Het was een valse start. Er was ook een houding dat het niet zo’n vaart zou lopen. (...) Dus misschien hebben we het niet serieus genoeg genomen. In de ministerraad is er toen weinig over gesproken. Ik ben teruggegaan naar het Rijksarchief in Den Haag om de notulen van de ministerraad uit die tijd te bekijken. Een serieuze discussie hierover heb ik niet gevonden.”


Naar aanleiding van Bert de Vries, Ontspoord kapitalisme. Prometheus 29,99 euro

 

Deel dit artikel