Het is tijd voor excuses aan de bevolking van Papoea

De Papoea's in Indonesië hebben nog steeds te maken met onderdrukking, achterstelling en geweld. Het boekje Om de menselijke waardigheid in Papoua van de plaatselijke Evangelisch Christelijke Kerk vraagt daar aandacht voor.

Hindrik van der Meer
Afbeelding bij 'Het is tijd voor excuses aan de bevolking van Papoea'
Een protest van studenten op Soerabaja op Oost-Java. Ze lieten hun stem horen voor de onderdrukte bevolking op Papoea. Foto: AFP

‘Kami minta maaf': ‘Wij bieden onze verontschuldigingen aan…’ Dat was tot onze vreugde kortgeleden te horen bij een antiracisme-demonstratie in Jakarta. ‘Wij bieden onze verontschuldigingen aan, aan de Papoea’s, voor de onderdrukking door ons land.’

Het waren Indonesische jongeren die die zinnen berouwvol scandeerden. ‘Kami minta maaf’ klonk er. Zo brachten zij het onrecht ter sprake dat de Papoea’s werd en wordt aangedaan. Papoea’s die in Jakarta studeren worden daar vaak en ongestraft voor apen uitgemaakt, onder het motto: ‘Hoe verder van Jakarta, hoe meer aap je bent.’ Papoea’s worden neergezet als dom, lui, onderontwikkeld, verslaafd aan drugs en sterke drank. Kortom: primitief en minderwaardig.

Wie weet heeft van de schendingen van mensenrechten in het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea zal beseffen dat deze daad van Indonesische studenten om verontschuldigingen aan te bieden, uniek en moedig was.

Ook bij de onlangs gehouden antiracisme-demonstratie in Leeuwarden werd aandacht gevraagd voor de situatie in Papoea. Talia Ruijg uit Heerenveen gaf met een aantal medestanders een signaal af. Met de verboden vlag van Papoea duidelijk zichtbaar protesteerde zij tegen het openlijke racisme dat de Papoea’s hebben te verduren. Ook pleitte ze voor bewustwording van de Nederlandse medeverantwoordelijkheid voor de situatie die daar is gegroeid.

Zelfstandigheid

Toen in 1949 Nederlands-Indië veranderde in Indonesië, probeerde Nederland de Papoea’s nog naar een eigen zelfstandige toekomst te leiden. Maar het was te laat. De hoop daarop leeft echter nog steeds.

Na de overdracht van Papoea aan Indonesië in 1962 trok Nederland de handen er van af. Door het Young Papua Collective (YPC) wordt de houding van Nederland als laf gekwalificeerd.

Wie weet heeft van de schendingen van mensenrechten in het voormalige Nederlands Nieuw-Guinea zal beseffen dat deze daad van Indonesische studenten om verontschuldigingen aan te bieden, uniek en moedig was

In het Friesch Dagblad wordt terecht al jaren aandacht geschonken aan de situatie van de Papoea’s in de voormalige Nederlandse kolonie. Veel Friezen werkten daar immers in zending en missie, soms haast hun hele leven.

In Papoea ontstond de GKI, de Geredja Kristen Indjil, de Evangelisch Christelijke Kerk. Vanuit het oecumenisch forum van dit kerkverband verscheen onlangs het boekje Om de menselijke waardigheid in Papoea. Naast de geschiedenis van de kerk daar wordt de huidige situatie in het land beschreven. De feiten van de gewelddadige Indonesische onderdrukking worden op een rij gezet.

Nieuwe kolonisator

Hoewel het koloniale tijdperk voorbij is, lijkt Indonesië nu op haar beurt veel op de kolonisator. Het heeft lang geduurd voor Nederland ‘Minta maaf’ kon zeggen voor de zwarte bladzijden in de koloniale tijd in Nederlands-Indië. Zou dat nu niet een handvat kunnen zijn om Indonesië te bewegen oog te hebben voor de gerechtvaardigde wensen van de Papoea’s?

Getuige het rapport van de kerken in Papoea, willen zij gezamenlijk wegen vinden om weerstand te bieden aan wat Papoea overkomt. Ze hebben daarbij ook hun hoop gevestigd op de Indonesische zusterkerken. Papoea moet ‘een land van vrede’ zijn, dat is waar de kerken op hoopten. Papoea is echter een wingewest geworden en de rechten van de inheemse bevolking worden miskend.

Grote stukken oerwoud worden gekapt voor de aanleg van palmolieplantages. De Papoea’s profiteren er als de oorspronkelijke bewoners nauwelijks van

Door een transmigratieprogramma van de Indonesische regering werden en worden er zoveel inwoners van het overbevolkte Java naar Papoea overgebracht, dat de oorspronkelijke bewoners in hun eigen land in de minderheid zijn! Voor de nieuwe inwoners worden door het leger in het woongebied van de inheemse bevolking uitgestrekte rijstvelden aangelegd. Aan buitenlandse bedrijven wordt toestemming gegeven koper en goud te winnen. De Indonesische overheid legt havens en wegen aan, dwars door woongebieden van de Papoea’s, en de ongerepte indrukwekkende natuur.

Grote stukken oerwoud worden gekapt voor de aanleg van palmolieplantages. De Papoea’s profiteren er als de oorspronkelijke bewoners nauwelijks van. Protesteren tegen deze grootschalige economische projecten komt hen duur te staan.

Als ze protesteren worden ze beschouwd als terroristen. Bij demonstraties en protestacties worden velen gearresteerd, activisten worden bedreigd en vermoord. Door de Indonesische militairen wordt hard en meedogenloos tegen hen opgetreden.

Velen zijn vanwege het geweld gevlucht en verschuilen zich in de oerwouden. Vrouwen en kinderen sterven daar door voedselgebrek en ziektes. De kerkelijke leiders maken zich tot stem van de inheemse bevolking.

Oproep tot overleg

De Papoease kerken zien helaas de situatie van de Papoea’s op dit moment als uitzichtloos. Ze omschrijven het als volgt: ‘Dit land is identiek met rouw, dood en boosheid, zowel persoonlijk als collectief. Daardoor hebben we geen hoop meer, geen richting, geen perspectief. De migranten worden bevoordeeld en de Papoea’s worden gedwongen zich te assimileren. Over tien jaar zal het over zijn’.

De vraag rijst dan ook of het hen net zo zal vergaan als eertijds de Indianen in Noord-Amerika, de Maori’s in Nieuw-Zeeland en de Aboriginals in Australië . In het boekje wordt de situatie van Papoea vergeleken met de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Tegelijk met een luid protest wordt op basis van Bijbelse motieven een oproep gedaan om met alle betrokken partijen te komen tot een vreedzaam overleg, onder het motto ‘Papoea, land van Vrede’. Ook wordt een appel gedaan op de Wereldraad van Kerken om mee te werken aan het tot stand brengen van een eerlijke en vruchtbare dialoog.

De vraag rijst of het de Papoea's net zo zal vergaan als eertijds de Indianen in Noord-Amerika, de Maori's in Nieuw-Zeeland en de Aboriginals in Australië

De studenten in Jakarta boden als kleine voorhoede hun excuses aan. ‘Wij’ bieden onze verontschuldigingen aan, riepen ze. In het Indonesisch bestaan twee woorden voor ‘wij’: kami en kita. Zij gebruikten dus ‘kami’. ‘Kami’ slaat alleen op die aanwezige groep. Bij kita denk je aan een volledig wij, aan alle wereldburgers, aan iedereen.

Laten wij hopen dat alle acties voor de gelijkwaardigheid van mensen ooit gesteund zullen worden door dat kita! ‘Kita minta maaf!’


‘Om de menselijke waardigheid in Papua’ is een uitgave van het Oecumenisch Forum van Kerken in Papoea, onder redactie van ds. Benny Giay. Uit het Indonesisch vertaald door ds. H.J. van der Steeg, voormalig zendingspredikant in  Papoea. Het is te bestellen via: steegvenema@kpnplanet.nl (5 euro plus verzendkosten)

Hindrik van der Meer (81) werkte van 1961-1962 samen met zijn vrouw Beitske als onderwijzer in Papoea, in het dorpje Seroei op het eiland Japen.

Deel dit artikel