Het 'common good' en het coronavirus

Op welk kompas varen we bij de bestrijding van het coronavirus? Dat van het geld of de publieke opinie? Hoe bepaal je in deze situatie wat goed is voor iedereen?

Maarten Wisse
Afbeelding bij 'Het 'common good' en het coronavirus'
De run op mondkapjes is niet zozeer een teken van ongeïnformeerde domme burgers, maar eerder een teken van een overheid die de emoties van haar onderdanen niet weet in te zetten voor het gezamenlijk voorkomen van een grote uitbraak. Foto: Shutterstock

Je kunt ze tijdens persconferenties naast elkaar zien zitten: minister Bruno Bruins van volksgezondheid en Jaap van Dissel, hoofd infectieziektenbestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De minister wat schutterig, met veel “uhhs” tussen zijn woorden door en alle vertrouwen uitstralend in de richting van het RIVM. 

Achter het RIVM rijst een nog veel grotere institutie op die aan het RIVM zijn geloofwaardigheid verleent: de medische wetenschap. We weten wat we doen, zo is de boodschap. We volgen de laatste stand van de wetenschap. Geen paniek, dat helpt niet. Ook geen onnodige voorzorgsmaatregelen zoals het afblazen van evenementen. Ga gerust naar school, naar het werk en naar een feestje, want we weten waar het virus zich bevindt en wie er risico loopt het te krijgen.

We weten wat we doen, zo is de boodschap. We volgen de laatste stand van de wetenschap. Geen paniek, dat helpt niet

Er staat best wat op het spel. Politiek, als het gaat om het vertrouwen in de regering. Economisch, als het gaat om de welvaart van het land en van Europa als geheel. En ook moreel, als het gaat over de vraag hoe de overheid haar handelen legitimeert.

Welk kompas?

Waarom denk je als overheid te kunnen en mogen doen wat je doet? Wat is daarbij leidend, op welk moreel kompas vaar je? Is dat het kompas van het geld? Of het kompas van de publieke opinie? Hoe bepaal je in een situatie als deze wat ‘goed’ is, want ‘goed’ voor iedereen?

In een bepaald stadium van de verspreiding van het virus nam de Chinese overheid het rigoureuze besluit om in de provincie Hubei iedereen quasi gevangen te zetten in zijn of haar eigen huis. Dat is nogal wat. Om sommigen te beschermen, wordt iedereen getroffen. 

Er zijn nogal wat mensen die zich afvragen waarom we dat hier ook niet doen. Om nog maar een morele vraag op te werpen: is het eigenlijk oké dat in de media voortdurend benadrukt wordt dat vooral oude en toch al zieke mensen aan het virus overlijden? 

Je zult maar een ziek familielid hebben die door een besmetting, misschien wel een besmetting van jou, overlijdt. Is het eigenlijk geruststellend dat alleen oude en zieke mensen eraan overlijden? En wie bepaalt dat?

Is het eigenlijk oké dat in de media voortdurend benadrukt wordt dat vooral oude en toch al zieke mensen aan het virus overlijden? Je zult maar een ziek familielid hebben hieraan overlijdt

De rol van de wetenschap

Het is duidelijk dat het ‘common good’, zoals we dat in het spreken over het goede leven vaak noemen, in deze situatie niet platweg voor de hand ligt. Het is opvallend dat de Nederlandse regering in haar beleid terugschrikt voor een beroep op een ideologie. Ze geeft de invulling van haar beleid uit handen aan ‘de wetenschap’. Herhaaldelijk verzekeren de premier en de minister ons dat het kabinet eenvoudigweg afgaat op de adviezen van de ‘experts’. 

De medische wetenschap moet zonder aanzien des persoons, gebaseerd op empirisch waardenvrij onderzoek, aan het licht brengen wat de beste bestrijdingsmethode voor het virus is. En, zo verzekeren politici alsook de medici ons: ze zijn in control!

Maar kan ‘de wetenschap’ die rol wel aan? En is het eerlijk? Zelden eerder hebben we gezien hoezeer een empirisch medisch paradigma wordt aangewend om een grote prangende maatschappelijke vraag, te beantwoorden. 

Het is opvallend dat de Nederlandse regering in haar beleid terugschrikt voor een beroep op een ideologie. Ze geeft de invulling van haar beleid uit handen aan 'de wetenschap'

Het gemeenschappelijke goede in deze discussie wordt gevonden los van praktische wijsheid, los van levensovertuiging, los van politieke kleur, los van emoties (let op alle oproepen om toch vooral kalm te blijven), los ook van gemeenschappen waarin een moreel ideaal geleefd wordt. Waar goed is wat werkt en wat op grond van persoonsonafhankelijk bewijs is gevonden.

Maatschappelijke impact

Is het eerlijk? Kan het, het gemeenschappelijk goede vinden zonder al die factoren die in het gewone goede leven bij het vinden van het goede een cruciale rol spelen, mee te laten doen? Waarschijnlijk niet.

Politici die zich verschuilen achter de protocollen van het RIVM, verschuilen zich achter een wetenschappelijk paradigma dat zelf mede een product is van een bepaalde sociaal-economische manier van denken. Want zoals de WHO op 3 maart naar buiten bracht, speelt de vraag naar de maatschappelijke impact van zowel de beperkende maatregelen als ook de impact van het virus een beslissende rol bij het maken van beleid. Beleid dat overigens heel gemakkelijk wordt aangepast, meestal zonder dat mee te delen.

Kan het, het gemeenschappelijk goede vinden zonder al die factoren die in het gewone goede leven bij het vinden van het goede een cruciale rol spelen, mee te laten doen? Waarschijnlijk niet

Toen China tot haast gemaand moest worden, stelde de WHO dat het virus zo snel mogelijk geëlimineerd moest worden. Nu er zich in Europa een grote uitbraak voordoet, plaatst de WHO de maatregelen plotseling in het licht van de maatschappelijke impact van het virus. De hoeveelheid doden is daarbij niet de primaire bezorgdheid. Toe maar, over morele afwegingen gesproken.

Helpt het? Zoals gezegd, waarschijnlijk niet. De praktische wijsheid van het publiek, ook van mensen die er verstand van hebben, is toch dat Europa met behulp van deze protocollen de strijd niet gaat winnen. 

Eigen beleid

Het merkwaardige is zelfs dat op het moment dat ik dit schrijf (3 maart 2020), allerlei gemeenschappen die zich in de samenleving bevinden, hun morele verantwoordelijkheid voor elkaar al pakken nog voor daar overheidsbeleid voor is. 

Terwijl het overheidsbeleid op dit moment nog is: ga vooral door met z’n allen, nemen allerlei bedrijven (!) al allerlei maatregelen om hun werknemers te beschermen, maatregelen die geld kosten. Er is veel meer motivatie voor een gemeenschappelijke inzet tegen dit virus dan de overheid nu mobiliseert, een motivatie die nu in feite op grond van een wetenschappelijk persoonsonafhankelijk protocol wordt afgeremd in plaats van aangeboord.

Die bereidheid zal er zeker straks nog zijn, als het te laat is en een massale uitbraak niet meer te vermijden, maar op dit moment is het een gemiste kans. Het is zelfs een gemiste kans op een goedkopere oplossing. Overigens spaart die oplossing ook meer levens, of is dat gezien hun leeftijd en gezondsheidsproblemen ineens niet meer relevant? 

Terwijl het overheidsbeleid op dit moment nog is: ga vooral door met z'n allen, nemen allerlei bedrijven (!) al allerlei maatregelen om hun werknemers te beschermen

In het verlengde daarvan is de run op de mondkapjes, handgel en handschoenen niet zozeer een teken van ongeïnformeerde domme burgers, maar eerder een teken van een overheid die de emoties van haar onderdanen niet weet in te zetten voor het gezamenlijk voorkomen van een grote uitbraak, met angstig eigenbelang van de burgers als gevolg. Als de overheid onze noden niet ziet, zullen we er zelf voor moeten zorgen!

Alle bronnen mee laten doen

Wat leert de uitbraak van het coronavirus in Europa ons over het vinden van een gemeenschappelijk goed? Dit in ieder geval: dat het goede niet bruut op straat ligt, klaar om uitgevoerd te worden. Het staat dus niet klip en klaar in de Bijbel, noch in de Koran, noch in het rode boekje van Mao, maar ook niet in het wetenschappelijke protocol van het RIVM. 

Het goede in deze uiterst ingewikkelde omstandigheden, moet gevonden worden, elke keer opnieuw, zeker als de situatie per dag verandert. Misschien toch ook: dat een wetenschappelijk paradigma dat nog met beide benen vastgezogen zit in de modder van het moderne denken, ons de oplossing niet gaat bieden. 

Het goede in deze uiterst ingewikkelde omstandigheden, moet gevonden worden, elke keer opnieuw, zeker als de situatie per dag verandert

En ten slotte, dat de wijsheid waarschijnlijk daar ligt waar we bereid zijn om alle bronnen die in de samenleving aanwezig zijn mee te laten doen, inclusief onze emoties, ons verlangen naar geborgenheid, onze moed, ons gevoel voor rechtvaardigheid, de morele gemeenschappen waarin we die deugden worden beoefend en de religieuze tradities die ons voeden.


Maarten Wisse is hoogleraar Dogmatiek aan de PThU en is betrokken bij het Moral Compass Project van deze universiteit

Deel dit artikel