Column

  • 3 maanden geleden
  • column
  • Berend Jansen
Berend Jansen

Gezond zijn is niet alleenzaligmakend

Nu Covid-19 rondwaart, lijkt onze gezondheid belangrijker dan ooit. Kosten noch moeiten worden gespaard. Maar er is veel meer in het leven dan een gezond lichaam en een gezonde geest.

Het goede leven en geneeskunde, hebben die wat met elkaar te maken? Maar ten dele, zou ik zeggen. Het goede leven gaat over welzijn, werk, sociale contacten, de liefde, relaties, religie en zingeving.

En ja, als het lichaam een spaak in de wielen steekt, als de geest getroebleerd raakt, dan gaat geneeskunde een bijdrage leveren. Een bijdrage die naar mijn mening vaak overschat wordt.

De afgelopen tien jaar is alleen het budget voor de volksgezondheid systematisch gegroeid. Met de covid-schrik nog in de benen zal dat dit jaar en de komende jaren niet anders zijn. Ziekenhuizen waren tot voor kort saaie functionele blokkendozen. Nu worden er - geld speelt blijkbaar geen rol - prachtige gebouwen neergezet die hoog naar de hemel wijzen: de moderne kathedralen.

Nog niet zo lang geleden gaven wij geld voor goede doelen in gebieden in de wereld waar de nood hoog was. Nu rolt het ene na het andere verzoek om geld van de Nierstichting, het Longfonds en andere organisaties die zich richten op specifieke ziektes mijn postbus of e-mailbox binnen.

Wat heeft een patiënt met suikerziekte eraan als hij omgeven wordt met de beste technische zorg, maar vervolgens verkommert in eenzaamheid?

Allemaal goede doelen, daar niet van, maar gericht op de eigen gezondheidszorg. Je kunt het verlengd egoïsme noemen, dat ten koste gaat van het streven naar een rechtvaardige verdeling. Conclusie: gezondheidszorg wint altijd.

Maar gezondheidszorg draagt lang niet altijd bij aan een goed leven. Wat heeft een patiënt met suikerziekte eraan als hij omgeven wordt met de beste technische zorg en de nieuwste snufjes, maar vervolgens verkommert in eenzaamheid?

Een te grote rol van de gezondheidszorg kan ook het welzijn schaden. Een vitale man. Op leeftijd geraakt, begint hij een en ander te vergeten. Niet dat het de spuigaten uitloopt, maar Alzheimer zit in de familie. Dus in het kader van vroegdiagnostiek op naar de neuroloog. Na onderzoek valt het vonnis: Alzheimer. In de tien jaar die volgen, zie ik geen noemenswaardige achteruitgang. Tenslotte ontwikkelt zich een andere ziekte, waaraan hij overlijdt. Het netto resultaat: tien jaar levensgeluk onder druk door zeer belastende en nutteloze kennis.

De laatste jaren erkennen medici steeds meer de beperkte rol die ze vaak kunnen spelen in het leven van mensen. Vele problemen zijn niet medisch van aard. Dit besef noopt tot een bredere kijk. Het belang van een bredere definitie van gezondheid wordt onder andere gepropagandeerd door de beweging ‘Mijn positieve gezondheid’.

Onder invloed van hun ideeën zoeken huisartsen steeds vaker contact met de sociale structuren om hen heen: het sociale domein, de wijk, de kerk, het buurthuis en jeugdzorg. Het concurrentiemodel wordt vervangen door samenwerking en aanvulling.

Ik denk dat medici, uiteraard met behoud van eigen competenties, zo meer kunnen bijdragen aan wat we hier noemen: het goede leven.

 

Berend Jansen is huisarts in Swifterbant