Geschiedenis kan niet worden gefotoshopt

Als we slachtoffers van slavernij werkelijk willen eren, en als we mensen willen beschermen tegen vooroordelen en rassenhaat, moeten we hun lijden en hun kwelgeesten niet wegmoffelen, maar juist laten zien.

Bert de Bruin
Afbeelding bij 'Geschiedenis kan niet worden gefotoshopt'
‘Stolpersteine’ in Berlijn ter nagedachtenis van Joodse slachtoffers die in concentratie- en vernietigingskampen zijn omgekomen. Foto: EPA

Na de wrede dood van George Floyd gingen demonstranten wereldwijd de strijd aan met monumenten van mannen die banden hadden met racisme, kolonialisme en/of de slavenhandel. Tegendemonstranten begonnen de beelden van diezelfde mannen (ik vraag me af of er vergelijkbare monumenten voor vrouwen zijn) te vereren, en hun (mis)daden als het summum van onze westerse beschaving te prijzen.

Alhoewel ik veel van de motieven van de moderne beeldenstormers onderschrijf, denk ik dat er meer duurzame en effectieve manieren zijn om een land met de minder fraaie kanten van zijn geschiedenis te confronteren en om van die geschiedenis te leren.

Ik geloof dat de erfgenamen van de slachtoffers van slavernij en de Holocaust veel met elkaar kunnen delen en van elkaar kunnen leren

Als historicus en leraar ben ik geen fan van het vergelijken – of het gelijkstellen – van slavernij met de Holocaust. Het zijn de meest extreme voorbeelden van waar racisme toe kan leiden, en ze vullen vele hartverscheurende bladzijden in de wereldgeschiedenis. Toch ben ik ervan overtuigd dat we die twee misdaden tegen de mens(elijk)heid als aparte hoofdstukken van die geschiedenis moeten bestuderen en herinneren, elk met zijn eigen miljoenen slachtoffers en overlevenden, zijn eigen gruwelijke karakteristieken, zijn eigen talrijke vormen van wreedheid en geweld, oorzaken en gevolgen.

Wel geloof ik dat de erfgenamen van de slachtoffers van die twee misdaden veel met elkaar kunnen delen en van elkaar kunnen leren. Hieronder volgt een voorbeeld van zo’n les, vanuit een Joods perspectief.

Stolpersteine

Een van de meest indrukwekkende en succesvolle herinneringsprojecten van de Holocaust is dat van de Stolpersteine, struikelstenen. Dit zijn betonnen blokjes met een bronzen plaatje waarop de namen van individuele slachtoffers van de nazivervolging en -moord staan, plus hun geboortejaar, de datum van hun deportatie, en de plek waar ze werden vermoord. De stenen worden geplaatst in de stoep naast de huizen waar die mannen, vrouwen en kinderen voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden.

Ze zijn in heel Europa te vinden. Vaak ‘adopteren’ plaatselijke scholen één of meer stenen, en leerlingen doen historisch onderzoek naar de slachtoffers en hun gezinnen. Zo krijgen die slachtoffers een naam, en vaak ook een gezicht.

Ook zijn er overal in Europa monumenten, gedenkstenen en -platen die laten zien waar joodse en andere slachtoffers van de nazi’s gevangen gehouden, vernederd, gemarteld en vermoord werden. Al deze gedenktekens dienen als plaatsen voor studie, reflectie en herinnering. Zolang zij er zijn kunnen de inwoners van Europa het kwaad dat in hun midden geschiedde niet ontkennen of negeren, en hebben zij de gelegenheid om met dat deel van hun geschiedenis om te gaan en ervan te leren.

Antisemitische beeldhouwwerken

Er zijn ook enigszins controversiële symbolen van antisemitisme. Zo is er al jarenlang een discussie gaande in Duitsland en andere landen over antisemitische beeldhouwwerken die in de façades van sommige kerken zijn ingemetseld.

Het beroemdste voorbeeld daarvan bevindt zich in de muur van de kerk in Wittenberg, waar Maarten Luther in 1517 zijn stellingen aan de deur nagelde: je kunt duidelijk een Judensau zien, een zeug met Joden die aan haar uiers zuigen en een rabbijn die haar achterwerk nauwkeurig bestudeert.

Deze tekens weghalen en in een museum tentoonstellen zou het onmogelijk maken om te laten zien hoe ‘gewoon’ antisemitisme was

Volgens sommigen verdienen zulke overblijfselen van een schandelijk verleden geen plek in een moderne maatschappij. Anderen – waaronder ikzelf – zouden graag zien dat dergelijke ‘kunst’werken op hun originele plaats blijven, als blijvende herinneringen aan dat verleden, en als waarschuwingen voor het heden en de toekomst.

Natuurlijk, elk van die herinneringstekens moet duidelijk gemarkeerd worden, en voorzien van de juiste uitleg over zijn historische context, oorzaken en gevolgen. Hen weghalen en in een museum tentoonstellen zou het echter onmogelijk maken om te laten zien hoe ‘gewoon’ antisemitisme was, en hoe centraal de rol was die antisemitisme speelde in het dagelijkse en maatschappelijke leven.

Universeel kenmerk nodig

De wens om racisme en slavernij uit te bannen is natuurlijk prijzenswaardig en volkomen gerechtvaardigd. En sommige symbolen van die twee – zoals de vlag van de Confederatie, de zuidelijke staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog – horen in geen enkele openbare ruimte thuis anno 2020, of later. Desondanks denk ik niet dat we racisme, slavernij, en kolonialisme doen verdwijnen als we de symbolen en beelden daarvan vernielen of weghalen. Je kunt geschiedenis niet photoshoppen.

Het is fout en contraproductief om slavernij, de Holocaust en andere vormen van racisme en kwaad uit te wissen alsof ze er niet zijn en nooit waren. Ze moeten openlijk worden aangeduid en veroordeeld, onze kinderen en toekomstige generaties moeten leren wat hun oorzaken zijn en waar ze toe leiden.

Het beste wat we kunnen doen is de symbolen en daders tentoonstellen, hen verklaren en openlijk aan te klagen

Daarom zou ik graag een universeel kenmerk zien dat kan worden gebruikt om plekken, standbeelden en symbolen (aan) te duiden die met racisme, slavernij en soortgelijke foute delen van het verleden verband houden. Zo worden racistische en andere schaduwrijke kanten van de geschiedenis duidelijker zichtbaar.

Ook is het zaak om manieren te vinden om de herinnering aan de slachtoffers van slavernij waar mogelijk te vereeuwigen, misschien door gebruik te maken van iets soortgelijks als de Stolpersteine, maar dan natuurlijk in een ietwat andere, originele vorm. Als we die slachtoffers werkelijk willen eren, en als we mensen willen beschermen tegen vooroordelen en rassenhaat nu en in de toekomst, moeten we hun lijden en hun kwelgeesten niet wegmoffelen.

Integendeel, het beste wat we kunnen doen is de symbolen en daders tentoonstellen, hen verklaren en openlijk aan te klagen, en namen en gezichten te geven aan hun slachtoffers.


Bert de Bruin is historicus, leraar Engels en columnist voor het Friesch Dagblad. Dit artikel is een vertaalde bewerking van een Engels origineel dat onlangs in The Pantagraph (Bloomington-Normal, Illinois) werd gepubliceerd

Deel dit artikel