Samenleving

  • 1 jaar geleden
  • essay
  • Lucas Meijs en Juri Hoedemakers
  • Fietsen zonder helm is in veel landen onvoorstelbaar, maar in Nederland heel gewoon. Foto ANP
Samenleving

Geef ruimte aan anachronismen

Tradities zomaar veranderen wekt weerstand op. Beter is het ze te reguleren en ze waar mogelijk ruimte te geven.

De Nederlandse samenleving wordt geconfronteerd met enkele grote uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om verandering, of in zwaardere woorden, transities. Dat gaat vanzelfsprekend niet zonder pijn en strijd. 

De laatste paar maanden geven een mooi voorbeeld van hoe maatschappelijke pijn over de grote transities kan leiden tot massale protesten, en misschien wel strijd, op het Malieveld. Van al die vrijwillige energie wordt een hoogleraar Vrijwilligerswerk natuurlijk wel vrolijk, maar tegelijkertijd is de vraag opportuun hoe een samenleving om moet gaan met het achterliggende onbehagen. 

Een oplossing is het inbedden van de veranderingen in een context met ruimte voor het verleden en met erkenning van wat er is. Het is nu allemaal te veel, te vaak en te snel. Wij willen daarom een pleidooi houden voor het ruimte bieden, wellicht met kleine ingrepen, aan anachronismen in plaats van allerlei zaken zomaar weggooien. 

Anachronismen

In de zomer van 2019 deed een groep studenten van de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit, een leeronderzoek naar anachronisme. Anachronisme verwijst naar oude structuren en processen die zijn blijven bestaan in een samenleving, hoewel ze ‘objectief’ gezien, of in de ogen van een buitenstaander, niet meer van deze tijd zijn. 

Zo wordt er in Japan nog in heel veel winkels alleen contant betaald, zijn er in Mumbai pakweg vijfduizend zogenoemde dabbawalas bezig om op fietsen en brommertjes meer dan 175.000 maaltijden te bezorgen, en is erin Shanghai een huwelijksmarkt waar (groot)ouders de rol van koppelaar op zich nemen door op een paraplu een papier met een beknopte omschrijving van hun kind en zijn of haar (sociale) status te geven. Anachronismen lijken hier een soort anker te vormen in de turbulente storm van verandering. 

Belangrijk voor anachronismen is dat de mensen die er aan hechten de ruimte behouden of verkrijgen om te kunnen blijven bestaan in het publieke domein naast de ‘moderne’ variant. Die ruimte kan gegeven worden via de overheid, via de private constructie van het individu en via de markt of via de gemeenschap van de civil society.

Essentieel is dat er een regeling wordt gemaakt om de botsing tussen modern gebruik en anachronisme in het publieke domein, en soms de openbare ruimte, te reguleren. 

Huwelijksmarkt

De huwelijksmarkt van Shanghai is daarbij een interessant fenomeen. Die huwelijksmarkt is namelijk helemaal niet zo oud. Deze is, min of meer spontaan, pas ontstaan in 2004 als een door de overheid getolereerd gebruik van de openbare ruimte door een spontaan verband in de civil society. 

In alle eerlijkheid lijkt het erop alsof deze fysieke huwelijksmarkt meer voor de ouders en grootouders is, dan voor de huwbare kinderen. Die kinderen hebben de moderne methoden van online daten al lang ontdekt. De botsing in het publieke domein van ‘partner selectie’ is daarmee gereguleerd doordat het eigenlijk twee gescheiden circuits lijken te zijn.

Maar deze fysieke plaats in de civil society biedt houvast aan de ouderen in snel veranderende tijden. Het geeft ze een kans om toch zogenaamd datgene te kunnen doen dat hun eigen ouders ook gedaan hebben: een partner helpen zoeken. Het geeft hun een wekelijkse gezamenlijke activiteit die ze snappen en die hen verbindt met het verleden en het nu.

Wij denken dat er ook in ons land veel meer gebruik gemaakt kan worden van de civil society constructie voor het ruimte bieden aan anachronismen. Tegelijkertijd wordt dan de botsing in het publieke domein gereguleerd. 

Civil society biedt ruimte voor mensen om gezamenlijk, binnen hun eigen gemeenschap, volgens hun eigen normen en waarden een (groot) deel van hun leven in te richten. Het idee van civil society als ruimte voor een gemeenschap met de acceptatie dat je af en toe last van elkaar hebt in de openbare gedeelde ruimte en het publieke domein, ligt aan de grondslag van onze Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje. Het is daarmee een essentieel deel van het DNA van het tolerante Nederland.

Fietshelm: verplicht of niet?

Hoewel het lastig is om je eigen anachronismen te (h)erkennen, leverde een kleine rondgang onder onze (internationale) studenten een mooi lijstje op. De duidelijkste kandidaten zijn: fietsen zonder helm en met kinderen in fietszitjes, het fenomeen van de dropping, zelf vuurwerk afsteken, de vreugdevuren in Scheveningen en Duindorp en natuurlijk Zwarte Piet.

Om met de eerste te beginnen: onze fietscultuur is een opvallend anachronisme, zeker vanuit een met name Amerikaans risicoperspectief. We fietsen veelal zonder helm, eventueel met kinderen achterop en die fietsen later gewoon zelf naar school. 

Dit is in potentie een botsing tussen een private keuze en oplossing voor gemakkelijk vervoer enerzijds en het publieke belang van de ziektekosten anderzijds. De discussie is al eerder gevoerd in ons land met de introductie van de verplichte motorhelm in 1972 en de verplichte brommerhelm in 1975. 

De introductie van de motorhelm ging vrij gemakkelijk omdat motorrijders al vaak helmen droegen. De invoering van de brommerhelm riep veel meer weerstand op. Het zou niet verbazingwekkend zijn als ook fietsers aan de helm moeten, door externe druk of regelgeving. Maar wij voorspellen dan heftig maatschappelijk verzet. Ook denken wij dat een discussie over het verplicht dragen van fietshelmen zeker niet zal bijdragen aan bijval voor de energietransitie.

Vuurwerk afsteken kan ook gebeuren door leden van een vuurwerkvereniging, in plaats van door particulieren. Foto ANP


Vuurwerk en vreugdevuren

Anachronismen als de dropping, het zelf vuurwerk afsteken en de vreugdevuren zijn volgens ons duidelijke voorbeelden van de mogelijkheden van de civil society. Bijna per definitie wordt een dropping bijvoorbeeld georganiseerd door een gemeenschap, zoals een scoutinggroep, een schoolkamp of in het verband van een grootschalig familie-uitje. Het is daarom te zien als een ‘rite de passage’. 

Voor het passief kijken naar vuurwerk zijn de oplossingen via overheid (nationale feestmomenten) en de markt (bruiloften en partijen) een perfecte oplossing. Het biedt een mooie kans om dit te reguleren, omdat er maar weinig actoren bij betrokken zijn, die ook verantwoordelijk te maken zijn. 

Voor actief zelf vuurwerk afsteken, en wellicht ook vreugdevuren, biedt de civil society een mooie oplossing. Voor het zelf afsteken van vuurwerk kan gedacht worden aan vuurwerkverenigingen, waarbij leden van die vereniging op een plek die weinig overlast geeft, vuurwerk mogen afsteken. 

Dat biedt ook een goede kans om spelregels te formuleren waaraan dat afsteken van vuurwerk moet voldoen. Dat is letterlijk en figuurlijk ruimte geven aan een anachronisme dat in de openbare ruimte onder private, individuele regulering niet meer te handhaven is. 

De vreugdevuren zijn ingewikkelder. Regulering via stichtingen heeft onvoldoende gewerkt, maar dat is eerder te wijten aan ongelukkige combinatie van gebrekkig toezicht vanuit de gemeente, falend bestuur vanuit de stichting en een ongelukkige geografische locatie. Wellicht dat het veranderen van de stichting in een verenging meer mensen verantwoordelijk kan maken voor het veilig en verantwoord ontsteken van vreugdevuren.

Zwarte Piet is niet onschuldig

De discussie over Zwarte Piet is echt van een andere orde. In het publieke domein kan dit niet gezien worden als een onschuldig anachronisme, waar een beetje overlast acceptabel zou moeten zijn. 

Voor de gezamenlijke sinterklaasbeleving moet een oplossing gevonden worden, zoals bijvoorbeeld hier en daar al gebeurt door roetveegpieten in te zetten. Ook hier geldt echter dat gemeenschappen in hun eigen private ruimte hun eigen inrichting hiervan zouden moeten kunnen maken. Dat kan dan met Zwarte Piet, een roetveegpiet of zelfs helemaal zonder Piet. 

Tradities in ere houden

Ruimte geven aan anachronismen is belangrijk omdat het de angel uit de zwaarte van de transities kan halen. Daarmee kan het mensen de kansen geven om voor hun waardevolle tradities in ere te houden. 

Het werkt niet om van iedere in jouw ogen verouderde traditie direct een identiteitsoorlog te maken. Dat vraagt per traditie om maatwerk van inrichting via overheid, markt of individu of civil society. 

Denken in twee oplossingen, de overheid versus de markt, past niet bij Nederland. Het past ook niet bij het idee van democratie. Wij vinden, zoals Claudia de Breij het verwoordde in haar oudejaarsconference, dat het kenmerk van een goede democratie is dat de meerderheid rekening houdt met de minderheid, en dat die minderheid dus ruimte moet krijgen om zijn eigen ding te blijven doen. Maar daarbij moet ook die minderheid rekening houden met de meerderheid. 

Lucas Meijs is hoogleraar Stragetische filantropie en vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Juri Hoedemaker is als student betrokken bij het onderzoek naar de huwelijksmarkt van Shanghai


Juri Hoedemakers is Senior Sales Officer, PlaytoWork, en part-time student, Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM)