Samenleving

  • 8 maanden geleden
  • essay
  • Lucas Meijs en Jan de Rond
  • Ook in de wereld van fondsenwerving wordt de aandacht meer verlegd naar het lokale. Foto: Shutterstock
Samenleving

Fondsenwerving: olifanten krijgen aandacht, mieren doen het werk

Bij fondsenwerving gaat veel aandacht uit naar grote organisaties, die vaak vooral de donor centraal stellen. Maar lokale organisaties zijn goed in staat om donoren, fondsen en sponsoren aan zich te binden. Koester daarom het lokale gemeenschapsleven.

Het jaar 2020 is het jaar van thuis geworden. Thuis wonen, thuis slapen, thuis leven, thuis ontspannen én nu ook thuis sporten, thuis leren en thuis werken. 

Met ‘thuis’ wordt ook het belang van lokaal groter. De kracht om elkaar te helpen zit in de gemeenschap, soms virtueel over grenzen heen, maar vaak ook lokaal. ‘Wees loyaal, koop lokaal’, is een vaak gehoorde slogan.  

De grote wereld is kleiner geworden. Globalisering lijkt op zijn retour en lijkt daarbij plaats te maken voor lokalisering. Dat is niet alleen te zien in de verdere opkomst van lokale producten maar ook in ons geefgedrag.  

In meerdere gemeenten hebben lokale goede doelenfondsen de wind ineens mee. Kleine, lokale doelen zijn zo te zien bezig aan een opmars. Ze genieten in vergelijking met andere instanties het grootste donateursvertrouwen, blijkt uit onderzoek.  

Lokaal gemeenschapsleven

Deze ontwikkeling heeft nog onvoldoende geleid tot echte aandacht in professioneel fondsenwervingsland  voor gewone mensen, die met kleine donaties en vrijwilligerswerk het verschil maken. Lokaal wordt al vele decennia (eeuwen zelfs) aan fondsen- en sponsorwerving gedaan.  

Onopgemerkt gaan er, naar ons idee, flinke budgetten in om. Te denken valt aan de vele uren die beschikbaar worden gesteld (vrijwilligerswerk), maar ook aan de inzet van talenten, het gratis beschikbaar stellen van ruimten, materialen, het doneren van geld en het geven van gratis publiciteit.   

Het is spijtig dat er in ons land weinig diepgaande kennis is over de omvang en variatie van de lokale vrijwilligers-, sponsor- en fondsenwervingsmarkt

In langjarig onderzoek in ’s-Hertogenbosch van Jan de Rond, die de oprichtingsdata verzamelde van 1240 organisaties,  komt naar voren dat het gemeenschapsleven in ’s-Hertogenbosch zeer rijk, vitaal en veerkrachtig is en een lange geschiedenis kent. De oudste nog actieve organisaties stamt uit 1268. 

Opvallender: sinds de eeuwwisseling zijn 550 nieuwe organisaties opgericht. De grootste groei zit in de kunst- en cultuur sector (135), gevolgd door organisaties uit de sociaal-maatschappelijke hoek (110). In dezelfde afgelopen twintig jaar is het aantal vrijwilligers met 40 procent gegroeid, van 33.000 begin deze eeuw naar 46.000 in 2018. Dat is helemaal wat landelijke opiniemakers ons willen doen geloven. Binnenkort zijn de resultaten over 2020 bekend! 

Tijd voor erkenning

Het is spijtig dat er in ons land weinig diepgaande kennis is over de omvang en variatie van deze lokale vrijwilligers-, sponsor- en fondsenwervingsmarkt. Hier en daar worden wel pogingen gewaagd om een en ander in kaart te brengen, maar een vergelijkbaar beeld krijgen met de grote fondsen en nationale en internationale doelen, is nog niet aan de orde.  

Op basis van de landelijke data uit 2018 van VU-Amsterdam (Geven in Nederland) en het onderzoek in ’s-Hertogenbosch naar vrijwilligerswerk, is een eerste indicatie over de omvang en waarde van het Bossche gemeenschapsleven te construeren. Aan vrijwilligerswerk wordt jaarlijks voor zo’n 138 miljoen euro aan werk verzet terwijl sponsors, donateurs en fondsen zo’n 50 miljoen euro inbrengen. Ter vergelijking: de gemeentelijke begroting in 2018 van ’s-Hertogenbosch was 748 miljoen euro groot. Dat is een verhouding tussen particuliere inbreng en lokale overheid van één op vier. Voorwaar geen kleinigheid!  

Door het gebrek aan lokale informatie blijft de aandacht en discussie zich dus richten op de landelijke grote partijen en spelers die, naar onze overtuiging, slechts een (klein) deel van de markt bestrijken. Er is veel aandacht voor goudhaantjes, weinig voor waterdragers. Oftewel: olifanten krijgen de aandacht, terwijl mieren onopvallend het werk doen.  

Tijd voor onderzoek, tijd voor begrip, tijd voor erkenning!  

In lokaal vrijwilligerswerk en fondsenwerving gaat veel tijd en geld om. Foto: Shutterstock

Lokale bemiddelaar 

Wij voorzien een positieve dubbele groeiversneller. Een groeiend aantal lokale organisaties is in toenemende mate in staat om donoren, fondsen en sponsoren aan zich te binden. Lokale bemiddelingsinitiatieven die partijen aan elkaar verbinden spelen daarbij een aanjagende en stimulerende rol (Mooi zo Goed zo, de de Uitdaging Beursvloer, Lokale Goededoelengids).  

In ’s-Hertogenbosch is bijvoorbeeld in bijna 25 jaar door ‘Mooi zo Goed zo’ vijf miljoen euro bij elkaar gebracht voor zo’n 230 lokale organisaties. Daadwerkelijk: ‘versier de stad’. Samen met duizenden vrijwilligers en 530 bedrijven en instellingen werden meer dan 630 projecten gerealiseerd die een maatschappelijke waarde vertegenwoordigen van naar schatting twaalf miljoen euro. Door middel van de Bossche Beursvloer is hier nog eens zo’n drie miljoen bijgelegd.  

Deze twee lokale bemiddelaars zorgden alleen al voor vijftien miljoen euro aan maatschappelijke meerwaarde. Het nieuwe concept Lokale Goededoelengids is zo jong dat weinig over de omvang te zeggen valt, behalve dat het op basis van de gegevens van de Vrije Universiteit veelbelovend lijkt.  

Lees ook: Impactbeleggen: laat de economie de mens dienen

In de circulaire economie wordt gestreefd naar effectief gebruik van schaarse middelen, zeker op ecologisch gebied. Dat perspectief start bij het bredere systeem van bijvoorbeeld voedselproductie en stelt de vraag of de bronnen (de melk gevende koe) niet (principieel) anders moeten worden ingezet of zelfs vervangen moeten worden.  

Community centered fundraising betekent in ieder geval een belofte van circulariteit en duurzaamheid, omdat het de donor en ontvanger verbindt. Het biedt de mogelijkheid voor het ontwikkelen van de donor, zoals Thomas Jeavons dat treffend samenvat: “Growing Givers’ Hearts : Treating Fundraising As A Ministry”. 

De ontvanger kan zelf ook donor worden in deze en toekomstige relaties. En er kan gekeken worden of het doel ook zonder donatie, met alleen samenwerking, gerealiseerd kan worden. 

Drie partijen verbinden 

Deze lokale stroming is zo succesvol en groeit  juist nu zo door omdat er geen tijd verspeeld wordt aan de verhitte discussies en filosofieën die zo leuk zijn voor het nieuws en de landelijke media. De spelers in dit veld zijn vooral praktisch, pragmatisch en georiënteerd op de eigen gemeenschap.  

Die eigen gemeenschap kennen ze ook heel goed. Ze kennen de behoeften, ze kennen de mensen die aanpakken, doen en ondersteunen, en ze kennen de organisaties die verschil maken. Lokale bemiddelaars zijn veel meer onderdeel van de leefwereld dan van de systeemwereld, hoewel vanuit dat perspectief soms gelukkig wel wordt bijgedragen met subsidies. In deze lokale leefwereld raakt een scheve schaats rijden of je afspraken niet nakomen (niet ethisch handelen) doorgaans snel bekend en dat heeft direct effect en gevolgen.  

Samen met vele partijen maak je de wereld beter, mooier, groener en sociale. Het is niet ‘winner takes all’, het gaat om iedereen

En last but not least: bemiddelaars adviseren zowel de donor (de financiers) als de goede doelen (de uitvoerders) wat goed en wijs is om te doen in hun gemeenschap. Ze opereren als sparringpartner voor de een én voor de ander. Maar juist omdat ze de behoeften van de gemeenschap wel kennen verbinden ze niet twee, maar drie partijen: donor, goede doelen én de gemeenschap.  

De lokale bemiddelaar bindt donor en goede doelen aan de gemeenschap en geeft ruchtbaarheid aan de tot stand gekomen samenwerking. Dat kan anderen verleiden hetzelfde te doen, want ‘goed voorbeeld doet volgen’. En dat is weer goed voor de gehele gemeenschap. Ook hierop is het Rijnlandse model  zeer van toepassing: samen met vele partijen maak je de wereld beter, mooier, groener en socialer. Het is niet ‘winner takes all’, het gaat om iedereen!   

Bij donorgestuurde fondsenwerving laat je de donor vooral de ‘armoede’ zien. Foto: ANP

Grote donoren

Deze gemeenschapsgerichte verbindende benadering is in fondsenwervingsland nog relatief ongebruikelijk. Er zit immers een groot risico in dat de donor de derde partij, de fondsenwerver als landelijke vorm van de lokale bemiddelaar, niet meer nodig heeft. 

 Dit biedt de mogelijkheid tot het ontwikkelen van de relatie tussen donor, ontvanger én gemeenschap

In fondsenwervingsland is het Angelsaksisch fondsenwervingsmodel leidend. Dat model werkt vanuit een dominant perspectief voor grote donoren. In de kern probeert men in dit model de grote donoren maximaal te benutten, vergelijkbaar met een melkkoe waar je zo veel en zo lang mogelijk melk uit probeert te halen.  

Dat gebeurt, kort door de bocht, door de wensen van de donor centraal te stellen in de wervingsboodschap en activiteiten (donorgestuurde fondsenwerving). Paradoxaal betekent dit dat de donor buiten de relatie met het goede doel wordt gehouden. Je laat de donor de ‘armoede’ zien op een plaatje maar geeft geen kans om deze te doorvoelen door een dialoog.  

Uitgemolken en afgedaan 

Het ontbreekt de traditionele, Angelsaksische benadering dus echt aan een perspectief voor de langere termijn. Simplistisch gezegd: rijke donoren worden uitgemolken en vervangen door nieuwe rijke donoren die buiten de filantropie rijk zijn geworden. De mooie woorden van ‘systematische verandering’ zijn bedoeld voor anderen, niet voor het eigen handelen. Het is een lineaire benadering! 

Lees ook: De ins en outs van microkrediet

In een circulaire benadering daarentegen mag iedereen zowel donor, bemiddelaar, ontvangende goed doel als ontvanger zijn. De ‘gemeenschapsgerichte fondsenwerving’ heeft de belofte van circulariteit en daarmee duurzaamheid in zich.  

Het verbindt de donor, de bemiddelaar, de organisatie en de ontvanger in een doorleefde gemeenschap met begrip en kortere afstanden. Het biedt de mogelijkheid tot het ontwikkelen van de relatie tussen donor, ontvanger én gemeenschap. Of zoals Thomas Jeavons dat treffend zegt “Growing Givers’ Hearts : Treating Fundraising As A Ministry”.  

 

Jan de Rond is maatschappelijk makelaar in Oost-Brabant. Lucas Meijs is hoogleraar strategische filantropie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam