Een zelfverzekerd geluid van binnenuit is nodig bij het CDA

Dit jaar vindt het veertigjarig jubileum plaats van de partij die officieel op 11 oktober 1980 werd opgericht: het CDA. De partij bevindt zich op een kruispunt: gaat het verder in de spagaat rechts van het midden of kiest het voor een helder christendemocratisch geluid zonder angst? 

Paul van den Berg en Oliver van Loo
Afbeelding bij 'Een zelfverzekerd geluid van binnenuit is nodig bij het CDA'
Hugo de Jonge kondigde aan lijsttrekker van het CDA te willen worden bij de volgende verkiezingen. Een nieuwe partijleider kan ook een nieuw christendemocratisch geluid laten horen. Foto: ANP

“Wij buigen niet naar links, wij buigen niet naar rechts.” Dat waren de woorden van Dries van Agt toen hij de eerste lijsttrekker van het CDA werd. Een houding die het CDA de afgelopen decennia, zo goed en zo kwaad als dat ging, heeft volgehouden.  

Op het ene moment werd de linkerflank van het CDA bediend en kwam de C vol tot zijn recht, op andere momenten kreeg de rechterflank de wind in de zeilen. Dit jaar vindt het veertigjarig jubileum plaats van de partij die officieel op 11 oktober 1980 werd opgericht. In de afgelopen veertig jaar groeide de partij, was die vaak succesvol, maar stootte de partij ook wel eens haar hoofd. Zoals iedereen die opgroeit totdat hij of zij zelfverzekerd autonoom is. 

De wendbare, pragmatische houding is de voornaamste reden waarom het CDA in zoveel kabinetten heeft plaatsgenomen. De paarse kabinetten tussen 1994 en 2002 lieten zien dat het gepercipieerde ‘met alle winden meewaaien’ of het ‘kleven aan het pluche’ van de christendemocraten in het Haagse ook de nodige irritatie opleverden.  

Er vindt discussie plaats in de partij over de koers en de positionering. Dat is hard nodig

Soms pakte het principiële pragmatisme ook ronduit verkeerd uit. De meest pregnante manifestatie daarvan was de gedoogconstructie met de PVV tijdens het kabinet Rutte I (2010-2012), die diepe wonden in de partij sloeg en nog altijd als een traumatische ervaring geldt. Aan het legendarische partijcongres in 2010, toen de leden in meerderheid kozen voor samenwerking met de PVV, denken weinig CDA’ers met plezier terug.  

Discussie 

Anno 2020 is het CDA op een belangrijk kruispunt beland. CDJA-voorzitter Hielke Onnink gaf het CDA alvast een stevig advies mee: ‘We moeten ook eens kunnen breken met die tijd onder Buma, waarin we wat voorzichtig en bangig waren op het vlak van klimaat, en vol de grote uitdagingen van deze tijd aan willen gaan.’  

En het Wetenschappelijk Instituut van de partij schetste in de nota Zij aan Zij een toekomstperspectief voor Nederland in 2030. Daarin pleit het WI voor een herbevestiging van de christendemocratische wortels van de partij.  Er vindt, kortom, discussie plaats in de partij over de koers en de positionering. En dat is hard nodig. 


Oud-premier Dries van Agt waarschuwt op het partijcongres van 2010 voor samenwerking met de PVV. Foto: ANP


De keuze van het CDA om zich in de afgelopen jaren hoofdzakelijk rechts van het midden te positioneren was ingegeven door de inschatting dat daar de electorale ruimte ligt.  Bij gevoelige politieke en maatschappelijke issues zoals het kinderpardon, leidde dit echter steevast tot flinke onenigheid in de partij.  

We moeten ook eens kunnen breken met die tijd onder Buma, waarin we wat voorzichtig en bangig waren op het vlak van klimaat en vol de grote uitdagingen van deze tijd aan willen gaan

Kritische leden, afdelingen, raadsfracties en partijprominenten riepen de partij op om haar humane gezicht te laten zien. Het CDA veranderde - na een uiterst actieve lobby - van standpunt over het kinderpardon. Het kinderpardon kwam er, maar was exemplarisch voor de interne verscheidenheid: de worteling in barmhartigheid en medemenselijkheid, naast conservatisme en zuinigheid.

Het gebrek aan evenwicht in die verscheidenheid werd de afgelopen maanden pijnlijk zichtbaar: vier keer koos het CDA op immateriële dossiers voor een ruk naar rechts en liet zich daarbij meer leiden door electorale motieven dan door het geluid van binnenuit.   

Samenwerking met het Forum

Allereerst was er de samenwerking met het Forum voor Democratie in het provinciebestuur in Brabant, waartoe de Brabantse CDA-fractie in april dit jaar besloot. 56 procent van de Brabantse leden die de moeite namen hierover te stemmen, steunde dit besluit, al was de opkomst zeer laag.  

Het leidde tot een echo van de onzalige samenwerking met de PVV in 2010. Diverse prominenten, waaronder Hanja Maij-Weggen en Ernst Hirsch-Ballin, spraken zich fel uit.

Het gebrek aan evenwicht in die verscheidenheid werd de afgelopen maanden pijnlijk zichtbaar: vier keer koos het CDA op immateriële dossiers voor een ruk naar rechts

Het noopte partijvoorzitter Rutger Ploum een open brief te sturen naar zijn leden, waarin hij duidelijk maakte dat de samenwerking in Brabant zeker niet betekende dat er ook op landelijk niveau zou gaan worden samengewerkt met het Forum. Ook kandidaat-lijsttrekker Hugo de Jonge heeft verklaard deze samenwerking niet te zien zitten. 

Opvang vluchtelingenkinderen 

Vervolgens boog het CDA voor de VVD toen het ging om het opvangen van alleenstaande vluchtelingenkinderen die in erbarmelijke omstandigheden in Griekse kampen opgesloten zitten. De CDA-fractie schaarde zich achter het kabinetsstandpunt, verdedigd door VVD-staatssecretaris Ankie Broekers-Knol: voor de vijfhonderd alleenstaande minderjarige migranten was geen plaats in de herberg.

Het leidde tot verzet in CDA-afdelingen, onder aanvoering van CDA-wethouder Klaas Valkering van het Noord-Hollandse Bergen. Prominenten als Dries van Agt, Herman Wijffels, Ad Koppejan en Tineke Lodders steunden de oproep van de afdelingen. Tot op heden heeft dat echter geen effect gehad.  

De CDA-fractie schaarde zich achter het kabinetsstandpunt: voor de vijfhonderd alleenstaande minderjarige migranten was geen plaats in de herberg

Een eigen verhaal, of een alternatief, ontbrak. De staatssecretaris kwam zelf met alternatieve oplossing waarover maar weinigen enthousiast waren.  


Een meisje speelt in een vluchtelingenkamp op Lesbos. Het CDA schaarde zich achter het kabinetsstandpunt: er is in Nederland geen plek voor vijfhonderd gevluchte weeskinderen die in de Griekse kampen zitten. Foto: ANP

Europese solidariteit 

Naast Brabant en Lesbos kwam de Europese solidariteit aan de orde: wel of geen steun geven aan landen als Italië. Minister Wopke Hoekstra (Financiën) toonde zich onwrikbaar in de Europese discussies over coronasteun aan de zuidelijke lidstaten.

Samen met premier Rutte (de video ging viraal waarin hij lachend zijn duim opsteekt naar een vuilnisman die zegt dat er geen geld meer naar het zuiden moet) was hij het felst in de coalitie van EU-lidstaten die van mening waren dat landen als Italië en Spanje niet beloond zouden moeten worden voor hun slechte macro-economische beleid. Het leverde Nederland, samen met Denemarken, Zweden en Oostenrijk, een bedenkelijke bijnaam op: de vrekkige vier. 

Internationale bestrijding Covid-19 

Onlangs liet het CDA bij monde van fractieleider Heerma zien dat rentmeesterschap en solidariteit toch geen voetnoot zijn in het geweten van de partij. Heerma vroeg in een debat aan de premier of de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) een spoedadvies kon uitbrengen hoe Nederland kan bijdragen aan de wereldwijde Covid-19-bestrijding. Al gebeurde dat na een unieke oproep van alle religieuze en levensbeschouwelijke leiders op de voorpagina van het Nederlands Dagblad 

Onder leiding van AIV-voorzitter Jaap de Hoop Scheffer kwam op 11 mei een spoedadvies uit over de wijze waarop Nederland bij zou moeten dragen aan het mitigeren van de consequenties van corona in ontwikkelingslanden. Het advies van de Raad: maak op korte termijn uit algemene middelen één miljard euro extra vrij, en laat het budget voor ontwikkelingssamenwerking niet dalen door de koppeling tussen het fors krimpende bruto nationaal inkomen en het hulpbudget.  

Het CDA doorbrak hiermee wel degelijk de insteek dat deze wereldwijde pandemie nationaal opgelost kan worden

Dat het CDA aan het kabinet vroeg of Nederland een rol heeft bij de wereldwijde Covid-19-aanpak verdient op zichzelf geen standbeeld. Toch getuigde het wel van politieke moed: in alle plenaire debatten tussen het kabinet en Tweede Kamer lag de focus tot op dat moment exclusief op Nederland.  

Ook de oppositiepartijen die doorgaans oog en oor hebben voor kwetsbaren in lage inkomenslanden repten met geen woord over de mondiale dimensie van deze pandemie, laat staan over een mondiale aanpak. In dat licht doorbrak het CDA wel degelijk de insteek dat deze wereldwijde pandemie nationaal opgelost kan worden. Lees: een virus uit Wuhan in Putten bestrijden.  

Moedige oproep 

“No country is safe until every country is safe.” Om onze eigen economie, gezondheid en veiligheid te waarborgen is dus actie nodig. En actie vergt budget, zo stelde Jaap de Hoop Scheffer in een persconferentie over zijn spoedadvies.  

Dat betekent dat de Nederlandse volksgezondheid, waarvoor Hugo de Jonge als coronaminister verantwoordelijk is, mede afhangt van of en hoe welvarende landen de wereldwijde crisis bestrijden. Ook hier houdt minister Hoekstra tot nog toe echter de boot af.

Hoopvol is dat er binnen de Tweede Kamerfractie van het CDA brede steun is voor het uitvoeren van het AIV-advies. Toch heeft de moedige oproep van Heerma om over dijken te kijken en te handelen, niet geleid tot een welwillende en visionaire houding van minister Hoekstra. Het leidt tot de pijnlijke situatie dat het inmiddels al langer duurt om een reactie van het kabinet te krijgen dan dat de AIV erover heeft gedaan om het advies zélf te schrijven.  

De Nederlandse volksgezondheid hangt mede af van of en hoe welvarende landen deze wereldwijde crisis bestrijden

Uit kiezersonderzoek blijkt dat een overweldigende meerderheid van de CDA-stemmers vóór een genereus gebaar is richting ontwikkelingslanden, ook uit welbegrepen eigenbelang. Toch zit de discussie muurvast en blijft Hoekstra focussen op het eigen land, diverse oproepen vanuit religieuze leiders, bedrijven, maatschappelijke organisaties en CDA-prominenten als Ben Bot, Kathleen Ferrier en voormalig premier Jan Peter Balkenende ten spijt. 

Nieuw evenwicht 

Brabant, Italië, Lesbos en de ontbrekende wereldwijde Covid-19-aanpak laten zien dat het CDA kennelijk nog altijd van mening is dat er rechts van het midden meer te verdienen valt dan in het midden. Maar de angst dat de kiezers het CDA zouden afstraffen als de partij steviger afstand zou nemen van de VVD en het Forum voor Democratie levert al drie jaar geen electorale jackpot op.


Fractievoorzitters Eric de Bie (FvD) en Ankie de Hoon (CDA) tijdens de presentatie van het bestuursakkoord in Noord-Brabant. Foto: ANP

 

Het CDA behaalde in 2017 negentien zetels in de Tweede Kamer. Sindsdien schommelt de partij rond de vijftien zetels in de peilingen. Het beoogde plan om de ruimte op rechts te pakken is niet effectief gebleken. Intussen staat de VVD op grote afstand, vooral vanwege de premier-bonus in crisistijd.  

De angst dat de kiezers het CDA zouden afstraffen als de partij steviger afstand zou nemen van de VVD en Forum voor Democratie levert al drie jaar geen electorale jackpot op

De recente, angstige keuzes op immateriële onderwerpen laat zien dat een nieuw evenwicht nodig is. Wat de Nederlandse politiek meer dan ooit nodig heeft is, een middenpartij die wars is van polarisatie. Die christendemocratische kernwaarden als rentmeesterschap, de zorg voor de gemeenschap en medemenselijkheid met zelfverzekerdheid en geloofwaardigheid uitdraagt.

Die beseft dat Nederland innig verbonden is met de rest van de wereld. En die haarfijn doorheeft dat deze verbondenheid Nederland enerzijds geen windeieren legt via onze open economie, maar anderzijds ook verplichtingen schept als het gaat om internationale solidariteit, de noodzaak tot delen en het verdedigen van het internationaal recht.  

Dat betekent concreet: geen angst voor discussies over klimaat, geen angst voor een humaan migratiebeleid, geen angst om extra middelen uit te trekken voor een wereldwijde aanpak van Covid-19. Want die angst brengt het CDA steeds weer, vanuit een defensieve houding, in een lastige positie binnen de coalitie. Tot grote ergernis van de VVD: daar komt het CDA weer, smekend om een uitweg uit een patstelling.  

Wat de Nederlandse politiek meer dan ooit nodig heeft, is een middenpartij die wars is van polarisatie

Met een nieuwe partijleider op komst is dit hét moment voor een hernieuwd zelfverzekerd christendemocratisch geluid. Het CDA is in staat om boven de vermeende tegenstelling tussen rechtsconservatief en christelijk-sociaal uit te stijgen. Daar is nog wel wat meer bravoure, lef en zelfvertrouwen voor nodig.

Het leven begint bij veertig, zegt men. Het CDA kan zich straks dus vaker en sterker opstellen vanuit haar eigen overtuiging, in plaats van onzeker standpunten in te nemen die extern, of electoraal gemotiveerd zijn. 

  

Paul van den Berg is politiek adviseur van Cordaid. Oliver van Loo is adviseur voor internationale gezondheidsorganisaties

Deel dit artikel