Column

  • 1 jaar geleden
  • column
  • Mirjam van ’t Veld
Mirjam van ’t Veld

De zorg is moe

In het ziekenhuis is alles weer normaal, denken veel mensen. Wel vervelend dat er nog steeds wachtlijsten zijn. Maar de situatie in de ziekenhuizen is bij lange na nog niet normaal. Veel werkers in de zorg zijn uitgeput.

De werkelijke maatschappelijke impact door de coronacrisis wordt nu pas echt zichtbaar. Sinds de uitbraak leven we allemaal in onze eigen bubbel.

De bubbel van zzpers die opeens thuis kwamen te zitten zonder werk en inkomen. De mensen die een dierbare verloren en met veel verdriet en gemis achterblijven. De mensen die ziek zijn geweest en nu met veel moeite herstellen. Ouderen in verpleegtehuizen die maanden geen bezoek mochten ontvangen en eenzaamheid als litteken meedragen. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Nog lang niet voorbij

En ik, ik zat in de bubbel in een ziekenhuis waar we surrealistische situaties meemaakten. Situaties die voor de buitenwereld maar moeilijk invoelbaar blijken. Iedereen om ons heen blijft maar roepen ‘wat fijn dat het weer rustig is bij jullie’.

En ik blijf als een repeterende plaat herhalen dat bij ons in het ziekenhuis de crisis nog lang niet voorbij is. De crisis wordt nu alleen op een andere manier gevoeld. Hoe kan ik de impact zichtbaar maken? Ja, er zijn mooie herinneringen die we koesteren. De saamhorigheid, de focus, het met elkaar de schouders eronder zetten. De warmte en waardering vanuit de samenleving die ons vleugels gaven om boven onszelf uit te stijgen.

Maar in deze fase waarin iedereen denkt dat we in de ziekenhuizen weer normaal adem kunnen halen, is de werkelijkheid dat onze mensen zich een slag in de rondte werken om alle uitgestelde zorg in te halen. En dat is veel complexer geworden in een anderhalvemeter-samenleving waarin corona voortdurend op de loer ligt.

Doodmoe

We slepen ons allemaal naar de vakantie toe, dood en doodmoe. Dat komt niet alleen door de lange dagen, de vele overuren en het harde werken. Het komt ook door de flexibiliteit die werd gevraagd; op een andere afdeling werken, met andere collega’s en nieuwe rollen. Werk ging te allen tijde voor, terwijl het thuisfront met angst en vragen achterbleef over de risico’s. Maar bovenal de mentale veerkracht die werd verlangd, dag in dag uit.

Ik denk aan een van onze anesthesisten die zijn eerste coronapatiënt in slaap moest brengen voor beademing. De patiënt was helder en vroeg ‘komt het goed, dokter?’ Voor het eerst in zijn leven haperde hij. Want of deze patiënt het zou redden en weer wakker zou worden was helemaal de vraag. Onze arts keek deze patiënt aan en zei: "Ik kan u alleen beloven dat we heel goed voor u zullen zorgen."

Alleen gestorven

Ik denk aan onze verpleegkundigen op de IC die tijdens hun dienst meemaakten dat een patiënt zo verslechterde dat het einde nabij was. Na contact met de familie bleek dat zij door omstandigheden niet konden komen. Deze patiënt stierf alleen. En terwijl alle apparaten werden afgekoppeld besloten onze verpleegkundigen dat ook dit unieke mens een waardig afscheid verdiende. Ze maakten met elkaar een erehaag en deden zo de patiënt uitgeleide van de afdeling.

Daar waar ze altijd op haar klinische blik en ervaring kon vertrouwen, bleek dit ziektebeeld opeens onvoorspelbaar

Ik denk aan onze verpleegkundige op de corona-afdeling die mij met tranen in haar ogen vertelde dat ze iedere keer met zweet in haar handen de deuren van kamers opende. Wat tref ik achter die deur aan? Patiënten waar het even daarvoor nog goed mee ging, konden zomaar opeens verslechteren of overlijden. En daar waar ze altijd op haar klinische blik en ervaring kon vertrouwen, bleek dit ziektebeeld opeens onvoorspelbaar.

Risico

Ik denk aan een van onze artsen die heel bewust met zijn vrouw een gesprek had gevoerd over de mogelijkheid dat hij zelf besmet zou raken en komen te overlijden. Ze hadden geaccepteerd dat hij, arts in hart en ziel, dit risico ‘moest’ lopen voor zijn patiënten. Die avond vierden ze samen het leven.

Ik denk aan ons crisisteam, aan de verantwoordelijkheden die zwaar op ons drukten om naast menswaardige zorg ook in te kunnen staan voor de veiligheid van onze medewerkers. De frustratie en onrust in ieders ogen als de cijfers van de beschikbare beschermende middelen voor ons personeel dag in dag uit op rood stonden.

Pijn

Dit zijn slechts enkele voorbeelden die in mijn geheugen gegrift staan. Toen ik dit vertelde aan onze Raad van Toezicht en mijn zorg uitsprak over de mentale weerbaarheid van ons personeel brak ik. Ik brak omdat ik zo ongelofelijk trots ben op onze artsen, verpleegkundigen en medewerkers.

Het doet me pijn dat de maatschappelijke waardering voor zorgpersoneel is omgeslagen in ergernis over wachtlijsten en extra vragen die we moeten stellen in het kader van de veiligheid.

Laten we uitkijken dat de bubbels waar we allemaal in hebben gezeten, uit onbegrip niet botsen en uiteen spatten. Laten we onze verhalen delen om in te blijven voelen wat deze crisis met ons, ieder individueel, heeft gedaan.

 

Mirjam van ’t Veld is voorzitter van de raad van bestuur van Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede