Samenleving

  • 1 jaar geleden
  • essay
  • Lucas Meijs
  • Geen speeltuin zonder vrijwilligers. Foto Wikimedia
Samenleving

De vrijwilliger: Pippi, Superman en medemens

Vrijwilligers zijn er in allerlei typen, en ze hebben allemaal hun eigen sterke en zwakke kanten. 

Volgens het CBS doet bijna de helft van de Nederlanders van 15 jaar en ouder minstens een keer per jaar vrijwilligerswerk. 30 procent deed dat de afgelopen vier weken. Hoewel we vaak anders geloven, is dit aantal behoorlijk stabiel, het neemt zeker niet af. 

Gemiddeld beslaat vrijwilligerswerk 4,5 uur per week. In het rapport ‘Vrijwilligerswerk: activiteiten, duur en motieven’ staan veel leuke weetjes over de persoonskenmerken van vrijwilligers. Op pagina 11 bijvoorbeeld staat iets over regionale verschillen: ‘In Zuid-Limburg is het vrijwilligerswerk met 39 procent het laagst. Dit loopt op tot 61 procent in Noord-Overijssel'. Maar in deze bijdrage geen al te saaie opsomming hiervan maar een wat frivole, niet strikt academische typering van de typen vrijwilligers van Nederland. 

Oog, hart en handen

De eerste typering komt van Jules Deelder. Uitgevoerd in blauw neon hangt in hartje Rotterdam de geweldige spreuk: ‘De Omgeving van de Mens is de Medemens’. Dit type vrijwilligers heeft oog, oor en hart voor de medemens. Vraag ze en ze zullen komen. Ze doen vrijwilligerswerk omdat ze graag andere mensen willen helpen maar ook omdat ze erbij willen horen. 

Tot eind jaren negentig werden zij vaak beschreven in religieuze en collectieve taal, nu in humanitaire en individuele woorden maar de intentie is onveranderd. Het is de belangrijkste motivatie voor bijna alle vrijwilligers: helpen omdat het bij menszijn hoort. Je vindt ze in de sport, in welzijnswerk, in het (basis)onderwijs, in de kerk, echt overal! 

Voor coördinatoren van vrijwilligerswerk en bestuursleden zijn dit gouden werkpaarden, ze doen het gewoon. Vooral bij een mooie uitvoerende klus met kop en staart is het gelukkig vaak nog steeds ‘niet klagen, maar vragen’.

Pippi Langkous

Het tweede type is de onvervaarden. Deze vrijwilligers volgen een lijfspreuk van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het kan’. Geef ze een uitdaging en ze stropen de mouwen op. Dit zijn mensen die denken: ‘Er zijn beren op de weg. Mooi, er is een weg’. 

Deze vrijwilligers doen projecten waarvan buitenstaanders soms buikpijn krijgen. Deze onvervaarden behouden bijvoorbeeld een buurthuis in een kern met 700 inwoners, iets waar iemand met ‘gezond’ verstand niet aan zou beginnen. Behalve Pippi. Echte Pippi’s beginnen niet alleen vol vertrouwen, ze zetten ook door: ‘Als je het niet meer trekt, moet je duwen’. 

Maar veel vrijwilligers-coördinatoren en bestuursleden krijgen buikpijn van de Pippi’s als die bijvoorbeeld moeten werken met kwetsbare groepen en zich niet bewust zijn van hun beperkingen. Voor dat werk kun je beter de eerste groep socialen hebben. Voor dat soort vrijwilligerswerk zijn regels die ook voor de onvervaarde Pippi’s gelden. Gelukkig en helaas.

Superhelden

De derde typering verwijst naar drie superhelden. De eerste is Superman of  -vrouw. Dat zijn de vrijwilligers die met gemak een veertigurige vrijwilligers-werkweek maken. De vrijwilligers die hun organisatie of commissie feitelijk helemaal alleen draaien, omdat het zo gegroeid is. 

Ooit begon de commissie met ieder pakweg vier uur per week. Van iedere uitvaller nam Superman diens taken erbij, en nu doet hij alles alleen. Deze supervrijwilligers zijn nagenoeg niet op te volgen, want niemand begint met 32 uur vrijwilligerswerk. En erger, in de omgeving van Superman/vrouw blijft en wordt niemand actief, want Superman redt de organisatie toch wel! Soms schiet Superman echt door, die doorgeschoten Superman-vrijwilliger denkt dat de sportvereniging, het buurthuis, de speeltuin van hem of haar is. 

De tweede superheld is Spiderman. Zijn motto is ‘With Great power comes great responsibility’. Dit type kom je ook veel tegen in het vrijwilligerswerk. Dit gaat om het inzetten van je kennis, vaardigheden, netwerk en dergelijke voor de publieke zaak: Noblesse Oblige. 

Addertje

Maar ook hier zit een addertje onder het gras. Spiderman redt iedere keer de wereld, al is het dan een beetje tegen wil en dank want eigenlijk wil hij gewoon met zijn vriendinnetje naar de film. Maar in dat heroïsche gevecht dat alleen hij kan winnen, slaat hij helaas ook New York kort en klein. Dus de bewoners van New York - de leden van een sportvereniging of dierenasiel - zijn niet altijd even blij met Spiderman met zijn superkrachten en wijsneuzigheid. Spidermannen weten en bedoelen het allemaal goed, maar kunnen ook heel erg verongelijkt zijn. 

Ten derde MacGyver. Die heeft niet echt een motto maar wel kernachtige uitspraken zoals: ‘There is nothing you cannot fix with duct tape’. Dit zijn de bezige bijen die al ja-zeggen voor ze gevraagd zijn! Het is de vrijwilliger die misschien niet zo goed is in schilderen maar toch graag komt helpen. 

Vrijwilligers zijn er in soorten en maten, ze zijn allemaal uniek en onmisbaar voor en door het werk dat ze doen. Helaas worden vrijwilligers vaak gezien als een ‘mini-me met afgeleide mogelijkheden’ van de beroepskracht, of nog erger, de professional. Door de waarde van vrijwilligers te zien als gewone medemensen, of ze nu een Pippi Langkous zijn of superheld, krijgen ze kleur en een eigen positie in hun organisatie.


Lucas Meijs is hoogleraar Stragetische filantropie en vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit Rotterdam