Column

  • 5 maanden geleden
  • column
  • Tjeerd de Boer
Tjeerd de Boer

Crisis, welke crisis?

De coronacrisis is een wereldcrisis, maar hij is ook persoonlijk omdat hij onze eigen gezondheid aangaat. De kerk kan uitnodigen om na te denken over hoe je daar christelijk mee kunt omgaan.

Het woord ‘crisis’ is in het oorspronkelijke Grieks een medische vakterm, die het beslissende stadium van een ziekte aangeeft. Stellen dat de huidige pandemie een gezondheidscrisis is, is dus eigenlijk een pleonasme, zoiets als zeggen dat sneeuw wit is en water nat.

Het gaat in deze crisis over niets anders dan onze gezondheid, al weten we helemaal niet of het beslissende stadium al is aangebroken. Alles staat ter discussie, over ieder symptoom en iedere behandeling wordt eindeloos gebekvecht.

Volgens de Noord-Amerikaanse historicus Charles Rosenberg bevinden we ons in het derde bedrijf dat elke pandemie doormaakt. Na het uitbreken van de ziekte en het (te) langzaam optreden van de overheid, komt de reactie van de samenleving. En wordt het duidelijk dat de verspreiding van het virus niet alleen de gezondheid raakt, maar ook het financieel-economisch leven, het onderwijs, de cultuur, de religie, kortom: de samenleving als geheel.

Daarmee raakt het virus ook de overheid, het politieke systeem. De gezondheidscrisis is een algemene, wereldwijde, politieke crisis geworden. Juíst wereldwijd, een virus kent immers geen grenzen.

Alles begint bij onze gezondheid, bij ons persoonlijk welbevinden en bij de volksgezondheid. Alleen daar begint ook de remedie

De mate van succes waarmee de crisis bestreden wordt, hangt gelukkig niet af van het politieke systeem zelf. Autoritair optreden blijkt niet per se effectiever dan democratisch leiderschap. Daarom is het wel belangrijk onderscheid te blijven te maken tussen de oorzaak van de crisis en het gevolg ervan voor al die getroffen sectoren. 

Alles begint bij onze gezondheid, bij ons persoonlijk welbevinden en bij de volksgezondheid. Alleen daar begint ook de remedie en de mogelijke genezing, al het andere is dan ondersteunend.

Dat geldt voor Nederland, ondanks het wantrouwen en de agressie die strenge(re) maatregelen oproepen, tot en met beschuldigingen van dictatoriaal beleid. Het geldt voor politici en iedereen die denkt dat de beperkingen niet voor henzelf gelden.

Het geldt nog sterker voor crisis-ontkennende regeringsleiders, voor regimes die iedere kritische stem het zwijgen opleggen, het geldt voor de machtsverhoudingen tussen landen, waarbij test- en vaccinatiecapaciteit een verdienmodel is. De crisis zet alles op scherp, alle bestaande tegenstellingen, van arm en rijk, jong en oud (‘dor hout’), zwart en wit.

We beleven nu voor de tweede maal een veertigdagentijd in coronatijd, in crisis, een periode van extra verstilling en bijna gedwongen reflectie. Kerkgebouwen blijven nog leeg, maar laat dat niet staan voor een kerk van leegte.

Kerkgebouwen kunnen plekken zijn voor individueel gebed en meditatie én worden inmiddels gebruikt voor bijvoorbeeld schoolexamens, voor tests en vaccinaties. De kerk kan uitnodigen om - theologisch - na te denken over hoe christelijk om te gaan met en te handelen in een crisis die mondiaal en persoonlijk is. Een theologie en een kerk die relevant zijn en richting geven in de ontwikkeling van het vierde en laatste bedrijf: het einde van de pandemie.

‘Crisis’ betekent bovenal: moment van de waarheid.

 

Tjeerd de Boer (Ph.D.) is zendingspredikant van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij doceerde in Chili, Brazilië en Hong Kong, waar hij als honorary research fellow verbonden is aan het Institute of Sino-Christian Studies