Covid-19 in de rosse buurt

Een van de gevolgen van de coronacrisis was dat sekswerkers hun werk niet meer mochten uitvoeren. Voor een aantal van hen zette deze crisis hen aan het denken: wil ik dit werk eigenlijk nog wel doen?

Shari van den Hout
Afbeelding bij 'Covid-19 in de rosse buurt'

Op een zondag in maart meldde de regering dat de horecabranche vanwege Covid-19 op slot ging. Ik volgde de persconferentie en mijn hart kromp ineen, denkend aan al die ondernemers die ternauwernood de economische crisis van 2008 te boven waren. En nu dit!

Ook ging mijn hart uit naar de horecamedewerkers, die veelal geen goed gevulde spaarrekening hebben. En al die studenten voor wie studiefinanciering het beste te combineren valt met een bijbaantje in de horeca.

Het was een wijs overheidsbesluit, maar wel een met grote impact. Het volle besef van de impact volgde na een bericht van de directeur van Stichting De Haven, die hulp biedt aan vrouwen in de seksindustrie: ‘Twee maatschappelijk werkers zijn nú onderweg naar de rosse buurt’. Vrouwen belden namelijk in paniek naar de stichting, niet begrijpend wat er aan de hand was. Deze verordening raakte immers niet enkel horecaondernemers en hun medewerkers, maar ook vrouwen en mannen in de seksindustrie.

Die zondag leidde een intensieve periode in, die ik als vrijwilliger bij de stichting heb meegemaakt. Vrouwen met wie ik geregeld contact heb, verkeerden in totale ontreddering. Binnen enkele dagen klopten vele tientallen vrouwen aan bij De Haven. De maatschappelijk werkers maakten overuren met het regelen van overheidsvoorzieningen zoals de ToZo.

In de tussentijd moest acute broodnood worden gelenigd. Hier bewees zich wederom het nut van het maatschappelijk middenveld. Kerkelijke gemeenten en de diaconie in Den Haag sprongen onvoorwaardelijk bij. Ondertussen boden vrijwilligers uit het Maatjesproject een luisterend oor bij de zorgen om kinderen in het buitenland, in landen die op slot waren gegaan.

Veel vrouwen gingen gebukt onder een duivels dilemma: niet naar hun kinderen kunnen afreizen, de familie niet op afstand van geld kunnen voorzien, maar ook niet de eigen gezondheid willen riskeren door elders prostituanten te ontvangen.

Hiermee kwam bij diverse vrouwen een proces op gang dat herkenbaar is bij crisis of stilstand: nadenken over waar je nu staat en waar je naartoe wilt. Een aantal vrouwen koos voor een sluimerende of acute wens, namelijk uit de seksindustrie stappen. Een veel gehoord argument bij die overweging was dat zij zichzelf niet langer willen blootstellen aan gezondheidsrisico’s. Zij hebben geen rooskleurig beeld van werken achter het raam in coronatijden.

Uitstappen is een proces met voor iedere vrouw of man een eigen tempo. Wel heeft iedere uitstapper dezelfde kernvraag: waar vind ik een baan? Wie is de ondernemer die in deze economische dip een uitstapper in dienst neemt? Bent u zo’n ondernemer?

 

Shari van den Hout is zelfstandig beleidsadviseur en coach, beleidssecretaris bij PKN Den Haag, en vrijwilliger bij Present en St. De Haven

Deel dit artikel