Samenleving

  • 1 maand geleden
  • essay
  • Paul van Seters
  • Foto: Shutterstock
Samenleving

Covid-19: Het eerste werkelijk wereldwijde verschijnsel

Corona en Covid-19 raken iedereen op de wereld: in elk land kunnen mensen meepraten over lockdowns, onzekerheid of mondkapjes. Daarmee is deze pandemie misschien wel de eerste echte globale gebeurtenis ooit.

De Servisch-Amerikaanse econoom Branko Milanovic blikte in december op de site van Social Europe terug op het voorbij jaar, in een essay met de volgende opvallende openingszin: ‘De huidige pandemie is waarschijnlijk het eerste globale verschijnsel in de geschiedenis van de mensheid.’

Veel lezers hebben waarschijnlijk nog nooit gehoord van Milanovic, hoewel hij in sommige academische en politieke kringen even hoog staat aangeschreven als zijn wereldberoemde Franse collega Thomas Piketty. Milanovic geldt als een specialist op het gebied van globalisering, en hij bedoelt hier inderdaad letterlijk dat de coronacrisis gezien kan worden als de eerste werkelijk wereldwijde gebeurtenis ooit.

Bij mij thuis viel dit idee heel slecht. Onmiddellijk werd het spraakmakende boek van de Engelse wetenschapsjournaliste Laura Spinney over de Spaanse Griep, The Pale Rider (2017), erbij gehaald. In dat boek verhaalt zij hoe de Spaanse Griep tussen 1918 en 1920 over de hele wereld raasde en naar schatting tussen de 50 en 100 miljoen slachtoffers maakte.

Dat kwam neer op zo’n 2,5 tot 5 procent van de wereldbevolking, meer slachtoffers dan er vielen tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog samen. Spinney beschouwt de Spaanse Griep daarom als de grootste ramp sinds de Zwarte Dood, halverwege de veertiende eeuw, en misschien zelfs als de grootste ramp in de hele menselijke geschiedenis.

Vergeten pandemie

De ondertitel van Spinney’s boek bevat een duidelijke boodschap: Hoe de pandemie van 1918 de wereld veranderde. Zij is ervan overtuigd dat de Spaanse Griep in de eerste helft van de twintigste eeuw op allerlei terreinen voor een ‘versnelling van veranderingen’ heeft gezorgd en zo ‘onze moderne wereld heeft helpen vormen’.

Het woord globalisering komt in het boek niet voor, maar wie leest dat een pandemie uit 1918 onze hedendaagse wereld zo diepgaand heeft beïnvloed, kan toch gemakkelijk de indruk krijgen dat de Spaanse Griep gezien moet worden als een vorm, of een vroege vorm, van globalisering. Wat blijft er dan over van Milanovic’ bewering?

De pandemie van 1918 is de afgelopen eeuw grotendeels ‘vergeten’, of zelfs ‘verdrongen’. En dat zal met Covid-19 wezenlijk anders gaan

Nou, tamelijk veel. Ook Milanovic verwijst in zijn essay naar de Zwarte Dood (1347–1352) en naar de Spaanse Griep (1918–1920). Maar die verschijnselen kenmerkten zich volgens hem toch vooral door de betrekkelijk geïsoleerde ervaringen van de mensen die ermee te maken kregen.

Wie nam er in de veertiende eeuw kennis van de Decamerone? Wat herinnerden mensen zich in de jaren na 1918 van de Spaanse Griep? Sterker nog, dat is ook een rode draad in het boek van Spinney: de pandemie van 1918 is de afgelopen eeuw grotendeels ‘vergeten’, of zelfs ‘verdrongen’. En dat zal met Covid-19 wezenlijk anders gaan, stelt Milanovic.

Gemeenschappelijke ervaring

Covid-19 kan dus volgens hem met recht gezien worden als een unieke globale gebeurtenis. Met het woord ‘globaal’ bedoelt hij dat in het afgelopen jaar iedereen op aarde is geconfronteerd met de gevolgen van deze pandemie, ongeacht het land waarin men woont of de klasse waartoe men behoort.

Als we over een paar jaar vrienden ontmoeten waar ook maar in de wereld, schrijft hij, dan zullen we dezelfde verhalen met elkaar delen: over ‘vrees, verveling, isolatie, verloren banen en lonen, lockdowns, overheidsmaatregelen, en gezichtsmaskers. Geen enkel andere gebeurtenis komt zelfs maar in de buurt hiervan’.

Als we over een paar jaar vrienden ontmoeten waar ook maar in de wereld, zullen we dezelfde verhalen met elkaar delen

Oorlogen, zelfs wereldoorlogen, eerdere pandemieën, wereldwijde protestbewegingen: tot nu toe waren er altijd grote delen van de wereld waar mensen van dergelijke heftige zaken geen weet hadden. Er was niets gemeenschappelijks tussen die mensen en degenen wier lot direct bepaald werd door die gebeurtenissen.

Zelfs voetbal, wereldsport nummer éém, kan deze competitie niet aan. Naar de laatste finale van het wereldkampioenschap voetbal keken 1,1 miljard mensen, ongeveer een op de zes mensen op onze planeet, rekent Milanovic voor. Met andere woorden, ‘er waren nog steeds veel mensen die van het bestaan [van voetbal] niet op de hoogte waren en die het totaal niets kon schelen welk team won of verloor’.

Griepafdeling van het Walter Reed Ziekenhuis in Washington tijdens de Spaanse griepepidemie in november 1918. Foto: Shutterstock

Technologie is bepalend

Waarom duurde het tot 2020 voordat de mensheid haar eerste echt globale gebeurtenis beleefde? Door het niveau van onze technologie, zegt Milanovic:

‘Niet alleen zijn we in staat om over de hele aardbol te communiceren, maar we kunnen praktisch overal, in real time, volgen wat er gebeurt. Omdat infectie, ziekte, en mogelijke verzwakking of dood ons allen bedreigen, checken nu zelfs mensen die voorheen nauwelijks belangstelling hadden voor het nieuws hun smartphones voor updates over dodenaantallen, besmettingspercentages, vaccins, of nieuwe therapieën.’

Ten slotte wijst Milanovic op het tegenstrijdige karakter van dit globale verschijnsel. Het virus verplicht ons fysiek contact met elkaar te vermijden. Dat houdt in dat wij niet face to face en in real time om mogen gaan met de mensen die getroffen worden door het virus. Hierin ziet Milanovic een zekere ironie: ‘Ons eerste globale menselijke verschijnsel … moest een verschijnsel zijn verstoken van menselijk contact en fysieke aanraking — het moest uitsluitend virtueel ervaren worden.’

Ook dit verklaart het grote verschil met de pandemie van een eeuw geleden: informatie werd toen lang niet zo gemakkelijk overgebracht of gedeeld als nu.

Inzoomen 

Van de globaliseringseconoom Milanovic naar Paul Scheffer, de NRC-columnist, is maar een kleine stap. Ook Scheffer voelde zich in december natuurlijk geroepen het afgelopen jaar te overdenken, en ook hij kwam onvermijdelijk uit bij de coronacrisis. Maar waar Milanovic kijkt van veraf, met de telescoop, naar het grote verhaal, daar kijkt Scheffer van dichtbij, met de microscoop, naar wat de coronacrisis met hem persoonlijk heeft gedaan.

Scheffer begint met de constatering dat hij eigenlijk al heel lang in quarantaine leeft, namelijk met zijn boeken (veel lezen) en met zijn laptop (veel schrijven). Thuiswerken doet hij ook al een groot deel van zijn leven. Dus de pandemie veranderde voor hem niet zo veel.

Zelfs mensen die voorheen nauwelijks belangstelling hadden voor het nieuws checken nu dagelijks hun smartphones voor updates over dodenaantallen en besmettingspercentages

Maar daarna komt de aap toch uit de mouw. Want wat doet deze geboren individualist? Hij gaat wandelen, net als talloze landgenoten, en nog veel meer wereldgenoten: ‘een nieuwe routine … mijn dagelijkse coronawandeling door de stad’, noemt hij het. Aanvankelijk bevalt hem dat zeer: ‘De lege pleinen en grachten voelden als een verademing.’ Maar al snel begint het toch te knagen: ‘Naarmate het voorjaar vorderde begon ik me zorgen te maken.’

Die zorgen houden verband met allerlei persoonlijke omstandigheden, maar niet alleen daarmee. Ook het verloop van de coronacrisis zelf speelt hem parten: de vele ouderen die eenzaam sterven, de frustrerende beperkingen van digitale contacten, de huiveringwekkende ervaringen van jonge verpleegkundigen, al die mensen die hun banen of hun ondernemingen verliezen of dreigen te verliezen.

Scheffer erkent dat hij de gevolgen van de coronacrisis heeft onderschat: ‘De grauwsluier liet zich niet verjagen.’ Ook zijn wandelingen helpen niet meer: ‘Bij weer een rondje door de verlaten buurt hoorde ik mijn eigen voetstappen.’

En zo eindigen zijn overpeinzingen over het voorbije jaar in mineur: ‘Voor iemand die gewend is zijn eigen gang te gaan was dit jaar een ongemakkelijke ervaring.’ Zijn aanvankelijke optimisme over zijn eigen onafhankelijkheid (‘mijn vrijheid’) blijkt niet bestand tegen het coronavirus. In terugblik ziet hij dit als een vorm van hoogmoed. Zijn conclusie is ontnuchterend: ‘Wat meer bescheidenheid kan geen kwaad na een jaar waarin we zo afhankelijk bleken van anderen.’

Gedeelde ervaringen 

Ik ben onder de indruk van de observaties en reflecties van Milanovic en Scheffer, waarschijnlijk ook omdat die zo nauw aansluiten bij mijn persoonlijke ervaringen. Ik heb goede vrienden, geboren en getogen in Zimbabwe, die hun land zijn ontvlucht vanwege hun kritiek op het regime. Na tussenstops in Nederland (waar ik hen twintig jaar geleden leerde kennen) en het Verenigd Koninkrijk, wonen zij nu alweer vijftien jaar in Zuid-Afrika.

Ik ben de afgelopen twintig jaar een aantal malen bij hen op bezoek geweest. Ik heb ook regelmatig contact met hen via e-mail en Skype. Dan gaat het tegenwoordig hoofdzakelijk over wat de coronacrisis met onze levens doet, de zorgen die we ons daarover maken, de frustraties die daarvan het gevolg zijn. Het punt van Milanovic: Covid-19 heeft mijn Zimbabwaanse vrienden en mij op een onverwachte, geheel nieuwe wijze ‘verenigd’.

Maar het wandelen maakte in mij kennelijk iets anders los, want ik ging steeds meer ‘zwerven’, sloeg lukraak onbekende straten of stegen in

In de bespiegelingen van Scheffer voel ik mij vooral aangesproken door zijn ervaringen met het wandelen. Ook mijn leven speelt zich eigenlijk al heel lang voor een belangrijk deel af in huis, op mijn werkkamer, achter mijn bureau. De alomtegenwoordigheid van de laptop, de oneindige mogelijkheden van het internet, en ook de nieuwe, afgedwongen mode van het video-vergaderen hebben die natuurlijke isolatie van de academicus alleen maar versterkt.

En sinds de universiteiten praktisch gesloten zijn, hoef ik al helemaal weinig de deur meer uit. Maar ook mijn zwembad ging dicht. En mijn sportschool. En wat deed ik dus? Wandelen. Maar dat wandelen deed met mij toch heel andere dingen dan met Scheffer.

Rust op de markt op Vredenburg in Utrecht, in april 2020. Foto: ANP

Ontdekkingsreiziger

Om te beginnen bleek het wandelen een positieve ervaring omdat ik mijn eigen stad veel beter leerde kennen. Ik woon in Utrecht, waar ik als student uit Brabant in de jaren zestig van de vorige eeuw terechtkwam, en waar ik na de nodige omzwervingen een kleine dertig jaar geleden terugkeerde. Ik meende mijn stad vrij goed te kennen. Maar dat viel in werkelijkheid reuze tegen.

De mens is een gewoontedier, en normaal loop, fiets en rijd je steeds dezelfde routes. Maar het wandelen maakte in mij kennelijk iets anders los, want ik ging steeds meer ‘zwerven’, sloeg lukraak onbekende straten of stegen in, en waande mij een ontdekkingsreiziger. Zelfs in mijn eigen buurt stond ik verbaasd over straten, pleinen, huizen die ik nooit eerder gezien had.

Het wandelen in mijn eigen stad had voor mij nog twee andere verrassingen in petto: de Singel en de muurschilderingen. De Singel, rond de oude binnenstad van Utrecht, werd in de tweede helft van de twaalfde eeuw als verdedigingswerk uitgegraven, nadat Utrecht in 1135 was begonnen met de aanleg van stadsmuren. In mijn studententijd, een halve eeuw geleden, werd een aanzienlijk deel van de Singel gedempt voor de aanleg van een autoweg. Maar na veel burgerprotest besloot Utrecht begin van deze eeuw het gedempte deel van de Singel weer uit te graven.

In september is het laatste stuk water feestelijk geopend. Sindsdien wandel ik welgemoed mijn rondje Singel, een kleine zesenhalve kilometer. Iedere keer weer een stichtende ervaring.

Muurschilderingen

Een tweede verrassing vormde het toenemend aantal muurschilderingen in Utrecht. Alleen al in mijn eigen buurt zijn de afgelopen tijd drie schitterende nieuwe schilderingen gemaakt: een kerkinterieur van Saenredam (in de Pieter Saenredamstraat), een zelfportret van Dou (in de Gerard Doustraat), en het Dopplereffect van Buys Ballot (bij de spoorwegovergang op de Burgemeester Reigerstraat).

Alle drie gemaakt door schilderscollectief De Strakke Hand, inmiddels een begrip in Utrecht. Op de site van Oud Utrecht staat een route langs 38 muurschilderingen. En dat is slechts een selectie. Ik kan zelf geen genoeg krijgen van die schilderingen. De coronacrisis zorgt voor veel ellende. Maar er zijn ook lichtpunten.


Paul van Seters is hoogleraar globalisering en duurzame ontwikkeling aan de Universiteit van Tilburg.

De Spaanse griep, een van de grootste slachtingen van de vorige eeuw

Precies honderd jaar na de Spaanse griep treft de coronapandemie de wereld. De mensheid is nu beter toegerust een virusziekte te bestrijden. Maar kwetsbaar zijn we nog altijd.