Christelijke jongeren proberen hun vrienden niet te bekeren

Respect voor mensen met andere opvattingen is belangrijk voor orthodox- protestantse jongeren tussen de 16 en 25 jaar oud. ‘Ze zijn stellig over het christelijk geloof, maar minder stellig als ze daarmee anderen buitensluiten.’

Jan Auke Brink
Afbeelding bij 'Christelijke jongeren proberen hun vrienden niet te bekeren'
Op festivals zoals de Pinksterconferentie van Opwekking getuigen christelijke jongeren wel van hun geloof in Jezus, omdat ze daar in een volledig christelijke omgeving verkeren. Foto: Jan Auke Brink

Ongeveer de helft van de orthodox-protestantse jongeren in Nederland voelt zich geroepen van Jezus te getuigen. Dat blijkt uit het onderzoek Geloof en missie in het leven van jongeren, dat deze week is gepresenteerd.

Volgens onderzoekers Elsbeth Visser-Vogel en Ronelle Sonnenberg is dat een opvallend laag percentage: in Amerika ziet bijvoorbeeld 96 procent van de christenen het als hun taak getuige te zijn van Christus.

Bijna 85 procent van de jongeren die deelnamen aan het onderzoek onderhoudt ‘een of meerdere echte vriendschappen met niet-christenen’. Die vrienden willen ze doorgaans niet overtuigen om ook christen te worden. De jongeren geven aan vooral het zoeken naar verbinding, het niet oordelen en het tonen van respect belangrijk te vinden.

Die niet-christelijke vrienden willen ze doorgaans niet overtuigen om ook christen te worden

‘De aspecten van missionair zijn die het vaakst gekozen worden, zijn: ‘Luisteren naar de ander zonder te oordelen’, ‘Contacten leggen, relaties/vriendschappen aangaan’ en ‘Respect hebben voor elkaar’. De aspecten die het minst gekozen worden, zijn: ‘De ander overtuigen’, ‘De inhoud van het evangelie aanpassen aan de hoorder’ en ‘De ander bekeren’.’

Vragenlijsten

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB), de Hervormd Gereformeerde Jeugdbond (HGJB) en de vereniging voor zending in Nederland IZB. Zij benaderden het Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur (OJKC), verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit, omdat ze willen weten hoe ze beter kunnen aansluiten bij de leef- en belevingswereld van jongeren.

‘We verlangen ernaar dat steeds meer jongeren van harte Christus vinden en volgen en dat dit zichtbaar wordt in hun studie, werk, kerk, vriendschappen en vrije tijd.’ Onderzoekers Visser-Vogel en Sonnenberg richtten zich op het missionair bewustzijn en handelen van christelijke jongeren van 16 tot 25 jaar uit de achterban van de GZB, HGJB en IZB.

De jongeren kregen via internet een vragenlijst voorgelegd. 1499 jongeren vulden die vragenlijst volledig in, daarnaast zijn 616 niet volledig ingevulde vragenlijst meegenomen in de analyses.

Geloof is belangrijk

Het grootste gedeelte van de deelnemende jongeren ziet zichzelf als hervormd/Gereformeerde Bond (59,1 procent), 8 procent benoemt zichzelf als PKN-overig, 6,1 procent christelijk gereformeerd, 4,3 procent (vrij) evangelisch en 4,2 procent hersteld hervormd.

Voor 80 procent van de jongeren die deelnamen is het geloof belangrijk: ze gaan twee keer per zondag naar de kerk, participeren actief in hun kerkelijke gemeente en scoren hoog ‘op de meeste vragen die orthodoxie meten’.

Maar ondanks die grote kerkelijke betrokkenheid, beschouwen ze zichzelf niet als missionair. Zo zegt ongeveer 60 procent nooit of zelden mee te doen met missionaire activiteiten die georganiseerd worden vanuit de kerkelijke gemeente. ‘De meeste jongeren vinden zichzelf minder missionair dan hun ouders en de kerk.’

Voor 80 procent van de jongeren die deelnamen aan het onderzoek is het geloof belangrijk: ze gaan twee keren per zondag naar de kerk en participeren actief in hun kerkelijke gemeente

Ze haken onder meer af bij de missionaire activiteiten omdat ze zich er niet in herkennen. ‘Dit kan zijn omdat de activiteiten te veel voor ouderen zijn, te veel gericht op het overtuigen van anderen, voor ongemakkelijke situaties zorgen, inhoudelijk onjuist of ‘ouderwets’ zijn.’

 Vertellen over het geloof

In de open vragen geven veel jongeren aan af te haken als ze bekeringsdwang voelen: ‘Ik vind het lastig om in een winkelcentrum zo maar te gaan vertellen over mijn geloof. Dat voelt voor mij ook niet passend. Misschien niet vanwege mijn karakter, maar ook omdat ik niet weet of dat echt wel veel effect heeft en ik het idee heb dat dat tegenwoordig niet echt aanslaat.’

Meerdere deelnemers geven aan later wel meer missionaire activiteiten te willen ondernemen. Zo schrijft een jongere: ‘We mogen eerst volwassen worden met zijn allen en verstandig grenzen leren stellen. Als het verlangen er is en blijft om missionair te zijn (stimuleer ons als oudere generaties!) dan gaat daar vanzelf meer aandacht voor komen in ons leven.’

Ik vind het lastig om in een winkelcentrum zo maar te gaan vertellen over mijn geloof. Dat voelt voor mij ook niet passend

Dat zien de onderzoekers ook terug in de cijfers: ‘682 jongeren in dit onderzoek geven aan dat ze meer missionair willen zijn dan hun ouders.’ Daar liggen kansen voor de kerken en missionaire organisaties: ‘Dat wijst mogelijk op een verlangen naar missionaire groei.’ Maar dat komt niet vanzelf: ‘Jongeren moeten nu juist extra gewezen worden op het belang van missionair zijn.’

Volgens onderzoekers Visser-Vogel en Sonnenberg missen de jongeren ‘levende voorbeelden of influencers’: ‘In de open vragen geven sommige jongeren ook aan dat ze voorbeelden missen in hun omgeving.’


Deel dit artikel