Zingeving

  • 22 dagen geleden
  • interview
  • Ineke Evink
  • Onderwijs moet de leerlingen niet voortdurend langs de meetlat leggen, maar veel meer doen aan persoonsvorming. Foto ANP
Zingeving

Berend Kamphuis: “Het onderwijs zit gevangen in het denken in doel en middel”

Het lijkt alsof het onderwijs als de wiedeweerga alle leerachterstanden moet inhalen. Maar corona biedt vooral de kans het onderwijs als maatschappelijk project te herontdekken, vindt Berend Kamphuis.

Corona is een wake-up-call voor het onderwijs, vindt Berend Kamphuis, voorzitter van de koepel voor christelijk en katholiek onderwijs VERUS. “Zoals het VNO-NCW kwam met het ‘bredere welvaartsbegrip’, zo verdient het onderwijs een breder begrip van kwaliteit.”

Kamphuis citeert met instemming Edith Hooge, voorzitter van de Onderwijsraad. “Hooge schreef in het Financieele Dagblad dat de druk van de ketel moet, dat we meer naar de lange termijn moeten kijken. Zij zegt ook dat de motivatie en het plezier van leerlingen moet terugkeren. Leg niet te zeer de nadruk op achterstanden, en gebruik dat woord niet steeds. We zitten immers allemaal in hetzelfde schuitje.

Leraren zien best kans leerlingen goed terecht te laten komen. Misschien is er een extra jaar nodig voor de een, terwijl de ander het zo ook wel redt. Ga daar ontspannen en mild mee om. Nu blijkt dat leerlingen het liefst gewoon naar school gaan. Sluit daarbij aan.”

Onder druk van de omstandigheden kan heel veel, blijkt nu. En daarom zouden we juist nu kritisch moeten kijken naar hoe we het onderwijs hebben ingericht, vindt Kamphuis.

“Het onderwijs is de laatste dertig, veertig jaar heel bewust ingericht als een facilitair hulpmiddel voor jouw individuele levensproject. Vandaar al die verschillende niveaus,  ook binnen de formele niveaus. De coronacrisis maakt duidelijk hoe eenzijdig dat is, we zitten daarmee op een dood spoor. Corona biedt de mogelijkheid om de school en het onderwijs te herontdekken als maatschappelijk project.”

Meritocratisch model

Het coronadebat leidt tot een verheviging van het politieke debat over gelijke kansen, merkt Kamphuis. Opnieuw blijken sommige kinderen veel minder kansen te hebben dan anderen, door de gezinnen waarin ze opgroeien.

‘Het ideaal van verheffing en gelijke kansen houdt geen rekening met de mensen die minder intelligent zijn’

“Aan de ene kant ben ik blij met die discussie, want er is nog een wereld te winnen. Aan de andere kant lopen we ook tegen de grenzen aan van ons meritocratisch model, dat uitgaat van verdiensten. De Amerikaanse filosoof Michael Sandel en de Nederlandse filosoof en psycholoog Kees Vuyk zeggen het zo: ‘Het ideaal van verheffing en gelijke kansen houdt geen rekening met de mensen die minder intelligent zijn’. Zij vinden geen aansluiting meer in de samenleving, hun levensstijl wordt niet op prijs gesteld en ze hebben in eigen kring geen mensen meer die hen verder kunnen helpen. Ze hebben ergens een afslag gemist, is de impliciete boodschap van de samenleving. Dat leidt tot populisme.”

Onder het vraagstuk van gelijke kansen ligt iets dat net zo belangrijk is, vindt Kamphuis:

“Dat is de vraag naar waardering. Dat is ook een opgave voor het onderwijs. Wij moeten de middelmaat weer gaan waarderen. Wij moeten handwerk en ambachtelijkheid veel meer op prijs gaan stellen, niet met een imagocampagne maar veel fundamenteler. Gelijke kansen zijn hartstikke belangrijk, maar de vraag is ook: wat los je er níet mee op? Respect, waardering en waardigheid zijn als het erop aankomt veel belangrijker dan gelijkheid.”

Hoe vroeg moet je met onderwijs beginnen om achterstanden in te halen? Op die vraag komt nooit een antwoord. Foto Pexels

Problematiseren

Maar de gelijke-kansen-aanpak is voorlopig nog dominant. “De neiging is steeds vroeger onderwijs te geven, bijvoorbeeld al vanaf twee jaar, met het idee dat achterstanden zo kunnen worden weggewerkt. Maar zo wordt dertig tot veertig procent van de kinderen al op voorhand geproblematiseerd. Eigenlijk zeg je dan tegen hen: ‘jullie moeten eerst gerepareerd worden voor jullie mee kunnen doen’. Een ander probleem aan die manier van denken is: hoe vroeg moet je dan ingrijpen? Dan is men het antwoord schuldig, want het is nooit vroeg genoeg. Je zult er bij wijze van spreken al bij de conceptie bij moeten zijn.

Eigenlijk zeg je dan tegen hen: ‘jullie moeten eerst gerepareerd worden voor jullie mee kunnen doen’

Er zit een verborgen norm, een soort paternalisme achter. Natuurlijk moet je proberen van elk kind de talenten maximaal tot bloei te laten komen, maar daar gaat het hier niet om. Wij kunnen niet accepteren dat er problemen bestaan. Ik wil graag respect voor kinderen van wie nu wordt gezegd dat ze een achterstand hebben. Dat doe je niet als je hun situatie al meteen als problematisch bestempelt.

Als je het vraagstuk van gelijke kansen alleen projecteert op de school, dan heb je maar de helft te pakken. De ontdekking die we nu doen met corona, is dat we die vraag niet alleen moeten stellen aan het onderwijs, maar dat het onderwijs deze vraag ook mag stellen aan de samenleving.”

Cito-toets

“Ik heb de serie Klassen gezien. Je ziet daar wat de Cito-toets doet in die klas, wat de uitslag doet met die kinderen. Ze juichen als de uitslag vwo is en ze proberen hun teleurstelling te verbergen en zich flink te houden als ze een vmbo-advies hebben. Dat is geen onderwijs- maar een samenlevingsprobleem. Wij hebben het schema van concurrentie en vergelijking, waar de hele samenleving zwanger van is, ook tot dominant schema in het onderwijs gemaakt. Die kinderen hebben heel goed begrepen wat de samenleving graag wil.”

Er moet een nieuwe manier van denken over de school worden ontwikkeld. Kamphuis: “Je zou kunnen zeggen: de school is een vindplaats, je treft er aan wat ook in de samenleving heerst. De school is voor veel kinderen ook een schuilplaats, waar ze kansen krijgen en de sores van thuis even achter zich kunnen laten. De school is ook een verzamelplaats, alle lagen van de maatschappij komen samen in de school.

“Dat we geen raad weten met persoonsvorming is een vorm van secularisatie” 

VERUS is bezig deze metafoor uit te werken: de school als bouwplaats, waarin leerlingen architect en bouwer ineen zijn, in plaats van dat ze zich alleen maar leren aanpassen. We hebben alle leerlingen nodig, alle talenten die ze hebben. Alleen dan krijgen we een echte samenleving. Dat is iets anders dan alle leerlingen langs de meetlat te leggen. En dat de winnaars wat restjes overlaten voor de losers.”

Persoonsvorming

Het onderwijs van de afgelopen decennia draaide vooral om kennis en socialisatie, legt Kamphuis uit. Maar er is nog een kernwaarde, en dat is persoonsvorming: het kind moet ontdekken wat zijn of haar verantwoordelijkheid is, juist door die kennis en socialisatie heen. Wat staat je te doen met die opgedane kennis?

“Het officiële onderwijsdebat weet niet goed raad met persoonsvorming. Dat debat is de gevangene geworden van het denken in doel en middel. Buiten dat schema is er niets. Persoonsvorming is echter onmisbaar. Dat kan niet met een onderwijsmethode, dat moet de docent doen. Persoonsvorming kan alleen ontstaan als de leerling ontdekt dat hij nodig is, ook als dat wat gevraagd wordt niet precies past bij zijn talent. Dus geen eindeloze introspectie maar ontdekken wie je bent door jezelf even niet centraal te stellen. Kennis en socialisatie hebben geen zin als ze niet landen in een mens die zijn of haar verantwoordelijkheid kent. De mythe dat de leerling altijd centraal staat, moet daarvoor worden ontmaskerd.”

Waar komt die verlegenheid met persoonsvorming vandaan?

“Dat we geen raad weten met persoonsvorming is een vorm van secularisatie. De levensbeschouwelijke en pedagogische taal zijn we gaan beschouwen als tweederangs, als taal die past in de afdeling ‘baat het niet, schaadt het niet’.

Maar de crises die zich aandienen - niet alleen corona maar ook de klimaatcrisis - maken duidelijk dat kennis, normen en waarden alleen niet genoeg zijn. Er moet publieke herwaardering komen voor de levensbeschouwelijke kant van maatschappelijke vraagstukken. De idee van menselijke waardigheid en een samenleving waarin plaats is voor iedereen, zijn noties die bij het christelijk en katholiek onderwijs diep in het DNA besloten liggen.”  

Hoe werkt dat op samenwerkingsscholen?

“De twintigste eeuw is de eeuw van de emancipatie geweest, de eeuw waarin de kleine luyden en katholieken de kracht zochten in eigen kring. Die emancipatie is voltooid. In de 21e eeuw wordt van onze christelijke en katholieke scholen gevraagd ons te verhouden tot de problemen in de samenleving van nu. Ik denk dat je een authentieke christelijke school bent als je daarvoor open staat en daarvoor ook wilt samenwerken. De vrijheid van onderwijs is bedoeld om de samenleving mee op te bouwen, om te laten zien dat de samenleving beter kan. Als je dat goed doet, is dat geen verwatering, maar laat je je diepste drijfveren zien.”

Toch staat Artikel 23 opnieuw ter discussie.

“Ook in een volstrekt geseculariseerde samenleving zou Artikel 23 uitgevonden moeten worden. Veel mensen associëren Artikel 23 met levensbeschouwing, maar Artikel 23 biedt juist ruimte aan pluriformiteit op allerlei gebieden. De gedachte was dat met de secularisatie alle Nederlanders keurige, redelijke, oppassende middle of the road burgers zouden worden. Maar dat is niet gebeurd, en religie is ook niet weg. De vrijheid van onderwijs is in onze pluriforme samenleving onmisbaar, om mensen uit te nodigen een bijdrage te leveren aan het common good.

Maar veel spraakmakers zien godsdienst als beperkend en beknottend. Bij sommigen voel je ook dat men het niet wíl zien, dan lijkt iets van revanchisme een rol te spelen. Ik noem dat bijziendheid: men ziet niet dat religieuze tradities veel engagement in zich bergen. Als je het dan toch over betutteling hebt,  zijn nog wel andere vormen. Neem alleen al de enorme hoeveelheid reclame die dagelijks over ons wordt uitgestort.”

Functioneel analfabetisme

Het aantal bijlessen groeit, en een kwart van de vijftienjarigen kan niet goed lezen. Hoe staat het met de kwaliteit van het onderwijs?

“Daar zitten minstens twee kanten aan. De enorme groei van bijlessen en huiswerkbegeleiding heeft vooral te maken met de ouders, die heel goed zien dat samenleving en dus ook het onderwijs in het teken staat van competitie. Het kind moet zo hoog mogelijk eindigen.

“In het burgerschapsdebat is empathie en tolerantie heel belangrijk, maar als je leerlingen boeken en verhalen laat lezen en zich zo laat inleven in anderen, dan bereik je dat ook”

Wat het niveau van het onderwijs betreft, is mij in de afgelopen decennia opgevallen dat de doelen die de school van de inspectie en van de politiek moet bereiken extern geformuleerd zijn. Onderwijsnota’s stonden vol met termen als kenniseconomie, internationaal concurrerend vermogen, excellentie. Die doelen kwamen niet van de scholen zelf. En nu hebben we potverdorie anderhalf miljoen functioneel analfabeten. Wat hebben we al die jaren niet gezien, waarin hebben we niet geïnvesteerd?

Er moeten doelen worden geformuleerd die te maken hebben met het innerlijke doel van het onderwijs. En dat heel lang achter elkaar, met liefde en overgave. Er moet tijd en rust worden gecreëerd in de klas, zodat er weer gelezen kan worden. We moeten bouwen aan een cultuur waarin niet altijd alles leuk hoeft te zijn. Dat geldt ook voor rekenen, geschiedenis en voor literatuur. In het burgerschapsdebat is empathie en tolerantie heel belangrijk, maar als je leerlingen boeken en verhalen laat lezen en zich zo laat inleven in anderen, dan bereik je dat ook. Dat is beter dan de correcte opvattingen aanleren.”