Al tien jaar beweegt Rutte mee met de politieke golfbewegingen

Vandaag is Mark Rutte tien jaar premier van Nederland. De vraag wat voor premier hij precies is, is lastig te beantwoorden. Al is hij ideologischer dan hij zelf durft toe te geven.

Henk van der Laan
Afbeelding bij 'Al tien jaar beweegt Rutte mee met de politieke golfbewegingen'
Mark Rutte tijdens de persconferentie op 13 oktober, toen hij een verscherping van de coronamaatregelen afkondigde. Foto: ANP

Wie Mark Rutte wil omschrijven, komt al snel uit op clichés, zoals die van de man die niet ijdel is en nog altijd rijdt in een oude Saab, die woont in een bovenwoning, nog altijd belt met een Nokia, gewoon door Den Haag fietst of wandelt en spreekt over zijn ‘baantje’.

Anders is er wel de bekende vergelijking van zijn vriend Jort Kelder dat Rutte is als een ‘nat zeepje’. Het past perfect op het beeld van de ongrijpbare premier die met iedereen een akkoord kan sluiten. In de afgelopen tien jaar sloot hij grote akkoorden met CDA, PVV, D66, SGP, GroenLinks, ChristenUnie en PvdA. De verhalen van leiders van deze partijen over hoe Rutte handelt zijn legio: hartelijk, gericht op een oplossing, op zoek naar iets waar beide partijen zich in kunnen vinden.

Na afloop van een akkoord krijgt nooit Rutte, maar wel de ander de electorale rekening gepresenteerd

Rutte zoekt naar draagvlak, een werkbare meerderheid. Dat is voor een deel ook noodgedwongen. Vrijwel zijn hele premierschap heeft Rutte niet met een coalitiemeerderheid in beide Kamers kunnen werken. Het kabinet kan niet gewoon plannen doorvoeren, er moeten altijd wel een of meerdere oppositiepartijen bij betrokken worden.

Maar na afloop krijgt nooit Rutte, maar wel de ander de electorale rekening gepresenteerd. Aan dat laatste heeft Rutte ook de bijnaam ‘Teflon-Mark’ te danken. Want er zijn genoeg schandalen geweest in de afgelopen tijd, maar dit blijft nooit kleven aan zijn eigen imago.

Pragmaticus

Die teflonkant laat hij ook zien in debatten. Het lukt weinig politieke opponenten om vat op Rutte te krijgen. Als hij een lastige vraag krijgt, schudt hij zijn bekende verdedigingszinnen zo uit zijn mouw: “Daar heb ik geen actieve herinnering aan.” Of: “Ik doe niet aan als-dan-vragen.” Kortom: een antwoord dat geen antwoord is, en zeker eentje waar je hem niet op kunt vastpinnen.

Dit imago wordt ook door hem zelf versterkt. Rutte mag zichzelf graag afschilderen als pragmaticus die niet aan ideologie doet. Visie is als een olifant die je het zich ontneemt, zei hij eens. En anders haalt hij de Duitse oud-kanselier Helmut Schmidt aan door te zeggen dat een politicus met visie een oogarts moet opzoeken.

Dat klinkt leuk, maar het is niet de waarheid. Schmidt was net als Rutte een pragmaticus. Maar Schmidt kon zich als sociaaldemocraat in de jaren zeventig onthouden van ideologisch debat omdat iedereen in Duitsland toen sociaaldemocratisch dacht. Net zoals nu al jaren het liberale denken dominant is in het Nederlandse politieke denken. Rutte kan zich een visieloosheid veroorloven omdat hij niet naar een liberale samenleving hoeft te streven; die is er al.


Mark Rutte bij zijn eerste persconferentie als premier op 14 oktober 2010. Foto: ANP

Sterke staat

Die constatering deed het SP-Kamerlid Ronald van Raak vorige week in de begrotingsbehandeling van het ministerie van Algemene Zaken, Ruttes ministerie. Daarom vroeg Van Raak waar Rutte dan voor stond.

Er gebeurde vervolgens iets opmerkelijks: Rutte ging er serieus op in en ontvouwde zijn visie op hoe de overheid moet functioneren en hoe die zich verhoudt tot de markt.

Ten eerste is hij geen neoliberaal, maar een liberaal. “Ik weet niet wat neoliberaal is, maar zo te horen is het iets heel engs.” Rutte zei te geloven in een “sterke staat die voor de mensen in het land zorgt voor de dingen waar ze niet zelf voor kunnen zorgen”, zoals bijvoorbeeld zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid. Maar een sterke staat betekent niet een grote staat.

De vraag die je bij elke maatschappelijke taak moet stellen is volgens Rutte ,wat werkt hier het beste”. En dan kan privatiseren soms goed zijn

Bovendien moet het geld voor de voorzieningen “wel verdiend worden”. Daarom is er “een sterk bedrijfsleven nodig en moeten bedrijven in vrijheid kunnen ondernemen”. Maar: “De economie moet zich zo ontwikkelen dat er genoeg banen zijn.” Daarvoor moet de overheid optreden als een marktmeester die voorziet “in een gerechtvaardigde verdeling van maatschappelijke behoeften”.

Hij zette zich in dat debat tegenover de socialist Van Raak door te stellen dat hij geen scherpe scheidslijn tussen markt en overheid wil maken. Om die reden is hij niet ideologisch voor nationaliseren of privatiseren.

De vraag die je bij elke maatschappelijke taak moet stellen is volgens Rutte ,wat werkt hier het beste”. En dan kan privatiseren soms goed zijn. Zolang een organisatie ,maar de druk van keuzevrijheid” van de burger voelt. Anders krijg je volgens Rutte organisaties die zich niet bekommeren om vragen van burgers.

Helder

Het was een opmerkelijke ontvouwing van zijn politieke wereldbeeld. Niet eerder was Rutte zo helder over zijn denkbeelden. En toch is het anders dan wat de Rutte van tien jaar geleden dacht. Na wat eerdere flirts met groen-rechts, won Rutte de verkiezingen dat jaar met het gouden VVD-trio: solide en kleine overheidsbegroting, hameren op veiligheid en vrij baan voor de automobilist.

In 2010 zag iedereen de noodzaak in om in crisistijd te bezuinigen, nu vindt iedereen dat onzin

Dat Rutte nu spreekt over een sterke staat die de burger in staat stelt in vrijheid te kunnen leven, laat zien dat zijn politieke denken in ontwikkeling is geweest. Dat is niet verwonderlijk, want deze ideologische verschuiving heeft de Nederlandse politiek in breedste zin gemaakt.

In 2010 zag iedereen de noodzaak om in crisistijd te bezuinigen, nu vindt iedereen dat onzin. Wat dat betreft is Rutte ideologisch klaar om nog vier jaar met jan en alleman te kunnen regeren.


Deel dit artikel