Afscheid van Jemen, met frustratie

Matthijs Brouwer werkte twee jaar in Jemen, om de bevolking te helpen. Maar wat heeft hij bereikt? “Ik wilde dat ik een verschil voor hen kon maken.”

Matthijs Brouwer
Afbeelding bij 'Afscheid van Jemen, met frustratie'
Het straatbeeld in Aden is een rommelig allegaartje, zoals deze pick-up met een aantal dikke tonijnen die uit de achterbak steken. Foto: Matthijs Brouwer

Ruim twee jaar geleden vloog ik naar Jordanië om vanuit daar onze organisatie Medair te registreren bij de overheid in noordelijk Jemen. Ik had gerekend op een aantal maanden bureaucratie, maar inmiddels zijn we twee jaar verder en zie ik dat van alle pogingen van de hulporganisatie om voet aan de grond te krijgen in het noorden - waar verreweg de grootste noden zijn - vrijwel geen enkele succesvol is geweest. 

Ik trek mijn conclusie: Jemen was in 2018 de grootste humanitaire crisis in de wereld en is dat nog steeds. Sterker nog, de gevolgen van oorlog en economische neergang hebben het land en zijn bevolking enkel verder verschraald. 

Hadden destijds 8,4 miljoen mensen honger, nu zijn het er 9,9 miljoen. Sinds in 2015 het conflict escaleerde, heeft volgens de Wereldbank meer dan 40 procent van de huishoudens de primaire inkomstenbron verloren. Zo’n 80 procent van de dertig miljoen Jemenieten heeft inmiddels behoefte aan een of andere vorm van humanitaire hulp of psychologische zorg.

We hebben in ieder geval voet aan de grond gekregen en zijn in staat mensen te helpen met toegang tot basisbehoeften als zorg, voeding en water

Na negen maanden vloog ik naar zuidelijk Jemen om ons aldaar te registreren bij de internationaal erkende overheid in Aden. Ik was dankbaar – we waren wellicht niet ten noorden van de gevechtslinie, maar we konden in ieder geval aan de slag.

Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en zal ik deze maand mijn werk hier afronden. Mijn collega vroeg hoe ik terugkijk op deze tijd: op ‘successen’ of dingen die ik graag anders had gezien. Ik weet niet of je in deze context van succes kunt spreken, maar we hebben in ieder geval voet aan de grond gekregen en zijn in staat mensen te helpen met toegang tot basisbehoeften als zorg, voeding of water. Maar ik ben wel gefrustreerd over het gebrek aan toegang tot gebieden waarvan we weten dat de noden daar hoog zijn.

Ongeëvenaarde complexiteit

Helaas zijn veel dingen hier ingewikkeld. Ik heb in diverse fragiele staten gewerkt, maar de complexiteit van Jemen is wat mij betreft ongeëvenaard. En ik weet niet goed waarom. 

Ik hou van de mensen, ik geniet van mijn collega’s hier, van hun grappen en hun hoop voor morgen. Maar er lijkt iets over het land te liggen waardoor medestanders soms in een mum van tijd kunnen veranderen in tegenstanders. Het gebeurde bijvoorbeeld toen we het contract van een personeelslid niet verlengden – zijn blik veranderde en opeens leek het alsof daar niet de (ex-)werknemer stond maar een vijand, iemand die zich stante pede tegen ons had gekeerd. 

Oud-president Saleh zei het in zijn eigen woorden: “Regeren in Jemen is alsof je op slangenkoppen danst.” Dat beschrijft wel goed de onvoorspelbaarheid die om te hoek kan komen kijken, verdrietig genoeg. 

Overal mensen in nood

Ik stapte afgelopen week bij de supermarkt – dat is mijn uitje van de week - in de auto. Zoals altijd waren er kinderen die bedelden op de parkeerplaats. Terwijl we terugreden en om een scherpe hoek moesten draaien, zag ik een jongen, een tiener misschien, die er echt slecht uitzag. Zijn gestel was schraal, een kale plek bovenop zijn hoofd. 

Ik bedacht hoe hij zich wellicht voelde, in een lichaam zonder kracht om zich te weren tegen ziekte. En ik stelde me voor dat hij met een simpele kuur en wat goede voeding er binnen weken anders uit zou kunnen zien en zich zoveel beter zou kunnen voelen. 

Verbeeldde ik het me, of leken er meer mensen te bedelen dan toen ik zon anderhalf jaar geleden hier arriveerde?

Verderop stond een vrouw midden op de weg, haar ogen rood en zichtbaar geprikkeld van het opwaaiende stof. Ze was bedekt met een niqab zodat ik alleen haar ogen kon zien. Ik denk dat ze er al lang stond. Op een aantal meters bij haar vandaan stond een man met twee bevroren plastic flessen water om te verkopen aan een dorstige voorbijganger. Hij zag er arm uit, het was zijn poging om iets te verdienen in zichtbaar zware tijden. 


Verwoesting in beeld in Yemen. Foto: Shutterstock


Overal langs de weg zag ik mensen staan met een nood: een vrouw met een kind, een oude man - het viel me op hoeveel het er zijn. Verbeeldde ik het me, of leken er meer mensen te bedelen dan toen ik zo’n anderhalf jaar geleden arriveerde? Ik wilde dat ik een verschil voor hen kon maken: voor die jongen, voor die vrouw met de rode ogen, voor al die anderen.

We reden langzaam door Aden, een wirwar van gare auto’s, vrachtwagens en mini-busjes. Ik zag de gebolde wangen van chauffeurs gevuld met qat die gedurende uren wordt herkauwd: het middagritueel was in volle gang. Ik nam de indrukken in me op. 

Ik heb hier iets van mijn hart mogen geven. Maar ik denk dat ik hier ook iets van mijn hart heb gevonden

Ik zal deze plek gaan missen. De kapotgeschoten gebouwen, de vreemde Teletubbiehuisjes langs de strandpromenade, de pick-up met een aantal dikke tonijnen die uit de de achterbak steken; het is een bijzonder allegaartje waarvan ik kan genieten als we ons er langs bewegen. 

Aden is mijn thuis geworden en ik heb hier iets van mijn hart mogen geven. Maar ik denk dat ik hier ook iets van mijn hart heb gevonden. Ja, ik voel me dankbaar voor wat Jemen me heeft gegeven, voor wat ik mocht leren, voor de mooie ontmoetingen en de hoop van dit mooie volk. 

Ik bid dat die hoop spoedig waar mag worden. Ik bid voor het volk en vrede – in Jemen zoals ook in de hemel.


Matthijs Brouwer was landendirecteur van Medair in Jemen

Deel dit artikel