Abraham-akkoord betekent een ongekende doorbraak in het Midden-Oosten

Met de normalisatie van de betrekkingen tussen Israël en Arabische landen door het Abraham-akkoord wordt de Palestijnse kwestie gedegradeerd tot een lokaal conflict. Dit is de grootste verandering in het Midden-Oosten sinds de Iraanse revolutie van 1979.

Martin Janssen
Afbeelding bij 'Abraham-akkoord betekent een ongekende doorbraak in het Midden-Oosten'
In het Witte Huis werd op 15 september het Abraham-akkoord getekend. Foto: ANP

Van Lenin is de uitspraak opgetekend dat ‘er decennia zijn waarin niets gebeurt terwijl er weken zijn waarin zich decennia afspelen’. In het Westen werden velen volkomen overrompeld toen begin 2011 beelden verschenen van massale demonstraties in Arabische hoofdsteden. Het leek een revolutie die zich als een olievlek van Tunesië in het westen oostwaarts verspreidde via Syrië naar Jemen.

In westerse media werden vergelijkingen gemaakt met de situatie in oostelijk Europa na de val van de Berlijnse muur. De Arabische onrust zou eveneens een voorbode zijn van een democratische beweging in het Midden-Oosten, die zou afrekenen met lang zittende presidenten die heersten over wat feitelijk politiestaten waren.

Het bestaan van Israël werd door Arabische leiders altijd dankbaar aangegrepen als excuus voor eigen falen

Tijdens het politieke tumult in 2011 was er echter een factor die weinig werd benoemd. Arabische leiders konden vaak elkaars bloed wel drinken, maar het was steeds de Palestijnse kwestie die voor het oog van de camera’s voor een gemeenschappelijk eenheidsfront had gezorgd. Het bestaan van Israël werd door Arabische leiders altijd dankbaar aangegrepen als excuus voor eigen falen.

Er zou pas rust, stabiliteit en economische voorspoed in de regio komen als er een oplossing zou worden gevonden voor het Palestijns-Israëlische conflict dat door Arabische leiders werd getransformeerd tot een Arabisch-Israëlisch conflict. Dit idee werd vooral door Palestijnse leiders tot een dogma verheven, dat ook aan het Westen werd verkocht.

Frustratie

Met de zogeheten Arabische lente van 2011 kwam echter de eerste kink in de kabel. Van Tunis en Caïro tot Damascus en Sanaa trokken miljoenen veelal jonge Arabieren de straat op om uiting te geven aan hun onvrede en frustratie over een breed scala aan problemen. Problemen die helemaal niets met Israël van doen hadden en die uitsluitend geworteld waren in de onhoudbare politieke systemen van diverse Arabische staten.

Er waren twee niet-Arabische staten in het Midden-Oosten die bij de onrust kansen roken. Allereerst Turkije, waar premier en later president Recep Tayyip Erdogan zijn land probeerde te verkopen als een soort model van islamitische democratie.

Ook de ayatollahs in Iran waren opgetogen over de onrust in de Arabische staten, die ze geestdriftig voorstelden als geïnspireerd door de eigen Iraanse revolutie van 1979. Turkije gebruikte aanvankelijk vooral diplomatieke middelen en steunde overal in de Arabische wereld de Moslimbroeders. Iran was vanaf het begin tevens militair verwikkeld in bijvoorbeeld Syrië.


Massale protesten in Egypte, hier in Caïro, leidden in 2011 uiteindelijk tot het aftreden van president Mubarak. Foto: ANP


Israël moest ondertussen met lede ogen toezien hoe in buurland Egypte de Moslimbroeders aan de macht kwamen, terwijl Iran in dat andere buurland Syrië een militaire infrastructuur begon op te bouwen. De Israëlische zorgen werden stilzwijgend gedeeld door een groot aantal soennitische staten, die zich bovendien in de steek voelden gelaten door de Amerikaanse president Barack Obama.

De Amerikaanse president zag de Moslimbroeders als een soort van islamitisch CDA dat geopteerd had voor het democratisch proces. Ondertussen onderhandelde Obama heimelijk met Iran over een nucleair akkoord.

Normalisering

En toen kwamen er plotseling weken waarin, in Lenins woorden, decennia leken te gebeuren. Op 13 augustus jongstleden werd het Abraham-akkoord tussen Israël en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) wereldkundig gemaakt.

En toen dit akkoord op 15 september in de Verenigde Staten werd ondertekend, had ook Bahrein zich hierbij aangesloten. Te verwachten valt dat ook andere Arabische en islamitische landen voor normalisering met Israël kiezen. Voorlopig zal Saudi-Arabië niet van de partij zijn. De Saudische kroonprins Mohammed bin Salman zou wel willen, maar zijn vader koning Salman houdt dit vooralsnog tegen.

Belangrijker is echter dat de Arabische vijandigheid tegen Israël weliswaar nog aanwezig is, maar dat de scherpe randjes er vanaf zijn. Met de plechtigheid op 15 september in het Witte Huis werd het Arabische conflict met Israël losgekoppeld van de strijd tussen Israël en de Palestijnen. De Palestijns-Israëlische strijd, die bijna zeventig jaar werd beschouwd als hét kernprobleem in het Midden-Oosten, werd op 15 september gedegradeerd tot een plaatselijk en lokaal conflict. Dit is de grootste verandering in het Midden-Oosten sinds de Iraanse revolutie van 1979.


Het woord 'vrede' wordt in Tel Aviv in verschillende talen op een gebouw geprojecteerd, ter ondersteuning van het Abraham-Akkoord. Foto: ANP

Vrede in de regio

In pers en literatuur werd sinds jaren geschreven over de twee ‘assen’ in het Midden-Oosten. Enerzijds was er een as van gematigde Arabische staten, terwijl daarnaast nog een ‘as van verzet’ bestond die door Iran werd geleid. Die as was tegen de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden-Oosten en pretendeerde Palestina te willen bevrijden. De Palestijnen werden hierdoor verscheurd omdat Hamas in de Gazastrook zich had aangesloten bij de Iraanse as, terwijl de Palestijnse Autoriteit in Ramallah tot het Arabische kamp behoorde.

Het vredesakkoord tussen Israël en twee Arabische Golfstaten bracht echter tektonische veranderingen te weeg. Er ontstond een as van landen die de normalisatie met Israël goedkeurde, omdat hierin een weg werd gezien naar vrede in de regio. Een tweede as echter veroordeelde deze normalisatie en tot deze as behoren Turkije, Qatar, Iran en de Moslimbroeders. Een belangrijke vraag was: wat gaan de Palestijnen doen?

Palestijnse leiders reageerden furieus op het Abraham-akkoord en riepen de Palestijnen op tot demonstraties. Er verschenen inderdaad beelden van Palestijnen die de vlag van de VAE verbrandden, maar op video’s is te zien dat het steeds slechts enkele honderden personen zijn. Ook in de rest van de Arabische wereld bleef het opvallend rustig. In geen enkele Arabische hoofdstad gingen duizenden mensen de straat op om te protesteren tegen het Abraham-akkoord.


Protesten in de Arabische wereld tegen het Abraham-akkoord, zoals hier in Libanon, bleven vaak kleinschalig. Foto: ANP


Heel anders reageerden helaas de leiders van de Palestijnse Fatah en Hamas-beweging. Ismael Haniya van Hamas vloog naar Libanon waar hij kopstukken van de door Iran gesteunde Hezbollah ontmoette. Haniya liet weten dat Hamas samen met Hezbollah de strijd tegen Israël zal voortzetten.

Vervolgens vlogen de leiders van Hamas en Fatah naar Turkije. Met president Erdogan werd besloten dat Fatah en Hamas zich zouden verzoenen om samen met Turkije en Iran normalisatie met Israël af te wijzen. Hiermee hield de Palestijnse kwestie feitelijk op een Arabisch probleem te zijn, doordat de hulp werd gezocht van twee niet-Arabische landen in de regio.

Lees ook de column van Hanneke Gelderblom over dit akkoord: De Abraham-akkoorden, een weg naar vrede

Het Abraham-akkoord had ertoe kunnen leiden dat de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen werden hervat. De VAE en Bahrein hadden immers duidelijk gemaakt dat ze voorstanders waren van een Palestijnse staat. En door hun normalisatie met Israël hadden ze voor de Palestijnen een nieuwe deur kunnen openen.

Palestijnse leiders hadden moeten begrijpen dat de tijd niet aan hun zijde was en dat ook zij concessies moesten doen. Deze Palestijnse leiders hebben lang hun kwestie gebruikt om de Arabische wereld te chanteren. Nu kunnen ze nog slechts hun eigen volk chanteren. Uit onderzoeken blijkt dat slechts 11 procent van de Palestijnen gelooft in een verzoening tussen Israël en Hamas.


Martin Janssen is arabist en woont in Amman, Jordanië

Deel dit artikel