Eerst begrijpen, dan begrepen worden

Een goed debat brengt ons dichter bij de waarheid en kan helpen bij het depolariseren van maatschappelijke tegenstellingen.
na de algemene politieke beschouwingen wil ik van commentatoren niet horen dat premier Rutte elke aanval weer behendig van zich afsloeg. Foto ANP
na de algemene politieke beschouwingen wil ik van commentatoren niet horen dat premier Rutte elke aanval weer behendig van zich afsloeg. Foto ANP
Toen ik halverwege de jaren negentig kennismaakte met parlementair debatteren als sport, was net het eerste Paarse kabinet aangetreden. De voormalige tegenpolen PvdA en VVD namen plaats in een kabinet, met D66 als bindmiddel. Dit kabinet stond symbool voor het einde van de ideologische tegenstellingen. De BV Nederland kon ook wel managerial worden bestuurd; de Nederlandse politiek was bevangen door het misverstand dat objectief was vast te stellen welk besluit het beste was voor het land. 

In die tijd maakte ik kennis met de beginselen van het op Angelsaksische leest geschoeide parlementair debatteren als teamsport. Een openbaring vond ik het, niets minder dan dat. Dit was wat de ingedutte Nederlandse politiek nodig had! 

Onze parlementaire geschiedenis had geen grote debaters of sprekers voortgebracht. Kent u legendarische citaten van Nederlandse politici zoals u die van Winston Churchill, Franklin Delano Roosevelt, John F. Kennedy en Martin Luther King wel kent? Ik dus ook niet. 

Ons politiek bestel bestond uit minderheden en hun leiders blonken daarom vooral uit in onderhandelen en compromissen sluiten. Dat stond in schril contrast met het Britse Lagerhuis, waar welbespraakte parlementariërs elkaar met scherpe argumenten en snedige opmerkingen het vuur na aan de schenen legden. 

Waardestelling

Ik volgde lessen in de beginselen van het parlementair debatteren en leerde dat een debat kan gaan over een waardestelling (‘Veiligheid is belangrijker dan privacy’) of een beleidsstelling (‘Om de veiligheid op straat te vergroten moeten er meer camera's worden geplaatst’) en dat aan elke beleidsstelling een waardestelling ten grondslag ligt. 
Het meningsverschil kan zich toespitsen op de vraag of iets een probleem is, wat de oorzaak kan zijn, wat een goede oplossing is en of neveneffecten van een oplossing wel opwegen tegen de voordelen. 

De belangrijkste les was wel hoe je met de toepassing van stijlmiddelen je verhaal onweerstaanbaar overtuigend kunt maken. Zoals de herhaling (‘I have a dream’). Of de tegenstelling, waarbij je bijvoorbeeld een bestaande situatie negatief afzet ten opzichte van wat mogelijk is als jouw oplossing wordt gevolgd. Als uitsmijter van een speech kan een drieslag uitermate effectief zijn: "het voorstel van mijn opponent is ondoordacht, onuitvoerbaar en onbetaalbaar." 

Behalve het plezier dat het debatteren mij gaf, leefde bij mij een sluimerend besef dat een scherp debat ertoe kan bijdragen dat we dichterbij de ongekende waarheid komen. Het is essentieel dat botsende visies op het goede leven expliciet worden uitgesproken en onderling bekritiseerd. 

Zo komen immers de verschillen in de samenleving tot uiting en krijgen alle (botsende) opinies een plek in de publieke arena van een democratische samenleving, het parlement. Als iedereen er daarbij vanuit gaat dat hij of zij er zelf altijd naast kan zitten, kan een debat de meningen scherpen en fouten voorkomen. Kortom, een goed en scherp debat draagt bij aan goede democratische besluitvorming en de pacificatie van tegenstellingen in een samenleving. 

Debattoernooi

Dat ideaal bracht mij ertoe om zelf debattraining te gaan geven. Ik heb heel wat gemeentehuizen van binnen gezien om de leden van de plaatselijke gemeenteraad te scherpen in hun debatvaardigheden. Achteraf vind ik dat ik daarbij een faux pas heb gemaakt. Ik leerde hen namelijk een regel die wél voor het parlementair debat als spel geldt, maar die niet mag gelden voor het debat in de Kamer of de gemeenteraad, namelijk: probeer niet je opponent te overtuigen, maar probeer het publiek mee te krijgen. 

Voor een debattoernooi is dat logisch: je tegenstanders zul je niet kunnen overtuigen omdat zij gedurende het debat vastzitten aan het aan hen opgedragen standpunt. Om het debat te winnen moet je vooral de jury mee nemen. Maar als je er al bij voorbaat van uitgaat dat je je politieke opponent nooit zult overtuigen, wordt het politieke debat een spel. De belangrijkste doelen van een goed en scherp gevoerd debat vervallen: goede besluitvorming en pacificatie van tegenstellingen. 

Inmiddels krijgt ieder Kamerlid al voor de maiden speech een debattraining. De dames en vooral heren politici putten inmiddels naar hartenlust uit het Handboek Debatteren. De toegepaste retorische hulpmiddelen en stijlvormen zijn voor iedere geoefende debater onmiddellijk herkenbaar. Maar de debattrucs worden niet gebruikt om de waarheid dichterbij te brengen of een voorstel te verbeteren, maar vooral om het debat te winnen van de opponent, en de gunst van de kiezer. 

Wedstrijdje

Het politieke debat in de Nederlandse politiek is al kort na de millenniumwisseling verworden tot een spel of erger nog: een wedstrijd. RTL4 introduceerde het zogenoemde premiersdebat, alsof de Kamerverkiezingen een strijd tussen personen is. Na elk verkiezingsdebat duiden deskundigen het verloop van de wedstrijd. Niet met een analyse van de standpunten maar alleen door een winnaar aan te wijzen. Hetzelfde gebeurt na de algemene politieke beschouwingen kort na Prinsjesdag, waarbij tegenwoordig een winnaar van het debat wordt aangewezen. 

Een symptoom van die 'verwedstrijding' is de kunst van het framen. Politici en hun adviseurs bouwen nu zogenoemde frames rond thema's. Bijvoorbeeld: de één benadert vluchtelingen als kwetsbare mensen die hulp nodig hebben, de ander als gelukszoekers die hier geen plek verdienen. Ook hier geldt: het neerzetten van een frame dient niet om goede oplossingen dichterbij te brengen maar om de eigen kiezers te bedienen. 

De politieke geschiedenis laat daarbij zien dat het winnen van een debat en het succesvol neerzetten van een frame vaak slechts kortstondig plezier oplevert. Het CDA wist bij de verkiezingen van 2006 met succes Wouter Bos te framen als iemand die draait en niet eerlijk is. De neergaande lijn in de opiniepeilingen werd omgezet in verkiezingswinst. Na de verkiezingen moesten de opponenten CDA en PvdA echter gewoon met elkaar samenwerken. De verzuurde persoonlijke verhoudingen werkten door en waren er mede de oorzaak van dat het laatste kabinet-Balkenende de eindstreep niet haalde. 

Polarisatie

Als de VS en het Verenigd Koninkrijk ons voorland zijn, moeten we gewaarschuwd zijn. Daar zijn politieke opponenten verworden tot vijanden met wie je niet behoort samen te werken. Natuurlijk, beide landen hebben met een districtenstelsel en het winner takes it all-principe totaal andere politieke stelsels, die de polarisatie bevorderen in plaats van dempen. Dat heeft ook zijn weerslag op het sterk gepolariseerde maatschappelijke debat. 

Zo ver zijn we in Nederland gelukkig nog niet. Maar ook hier zien we tendensen van politieke en maatschappelijke polarisatie. We verliezen de kunst om samen te werken en om te gaan met verschil, met mensen die anders denken. Partijen die verantwoordelijkheid willen nemen, worden electoraal afgestraft. 

Het politieke debat draagt inmiddels niet meer bij aan het verminderen van de polarisatie, maar versterkt die juist. Het wordt gebruikt om de slag om de beeldvorming te winnen. Dat maakt politieke samenwerking steeds moeilijker. Daarvoor is het nodig om te overleggen, te luisteren naar de ander, te zoeken naar een begaanbare weg, ook voor je (voormalige) politieke opponent. Zo'n attitude wordt nu in een debat nog weggezet als 'toegeven' of 'slappe knieën'. 

Het roer moet om. De jaren twintig van deze eeuw moeten geen roaring twenties worden, maar het decennium waarin we een nieuwe weg inslaan, terug naar het debat als middel om de waarheid te achterhalen en de polarisatie te dempen. Luisteren naar je opponent is daarvoor een belangrijk ingrediënt. 

Eerst begrijpen

Daarbij moet ik denken aan de vijfde van de beroemde zeven eigenschappen van effectief leiderschap van Stephen Covey: eerst begrijpen, dan pas begrepen worden. Om de ander goed te begrijpen moet je eerst veel vragen stellen: hoe bedoel je dat? Begrijp ik je goed als ik jouw wensen als volgt samenvat? Waarom is dat voor jou belangrijk? Pas als de ander aangeeft dat je hem goed hebt begrepen, staat die open om van jou te vernemen wat voor jou belangrijk is, hoe jij tegen een bepaalde kwestie aankijkt. 

Als we het maatschappelijke en politieke debat weer zijn oorspronkelijke functie willen laten vervullen van waarheidsvinding en depolarisatie, kunnen we niet zonder het stellen van goede vragen. Verkiezingsdebatten moeten daarom na afloop niet beoordeeld worden op wie punten heeft gescoord door een opponent in het nauw te drijven, maar wie de beste vraag heeft gesteld en daarmee daadwerkelijk probeerde de ander te begrijpen. 

En na de algemene politieke beschouwingen wil ik van commentatoren niet horen dat premier Rutte elke aanval weer behendig van zich afsloeg en daarom wederom de grote winnaar was, maar vooral welke interpellatie voor een belangrijke verduidelijking zorgde en daarmee de kwaliteit van het debat verhoogde.

Rien Fraanje is publicist.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief