Wij willen meer dan ons gelukkig voelen

Wij mensen verlangen naar aangename ervaringen, maar óók naar werkelijkheid.
 
Wie graag een berg wil beklimmen, wil dat ook daadwerkelijk doen en niet alleen de ervaring hebben van het beklimmen van een berg. Foto: Shutterstock
Wie graag een berg wil beklimmen, wil dat ook daadwerkelijk doen en niet alleen de ervaring hebben van het beklimmen van een berg. Foto: Shutterstock
Als kind deed ik eens mee aan een bescheiden, lokale schaatsmarathon. Een dag lang spande ik me in om 40 kilometer af te leggen. Aan het einde van de dag kon ik, op vertoon van de behaalde stempels, mijn medaille ophalen. 
 
Ik liep een klasgenootje tegen het lijf die me vol trots zijn medaille liet zien. Hij vertrouwde me echter toe dat hij natuurlijk niet 40 kilometer had geschaatst. Hij had gewoon een stempel gehaald, was lekker gaan zitten, had een stempel gehaald, was lekker gaan zitten – net zo lang tot hij een volle stempelkaart had. Ik herinner me nog dat ik dat heel slim, maar ook raar vond: wat was in vredesnaam de waarde van die medaille? 
 
Deze anekdote onthult iets dat ik toen aanvoelde, maar natuurlijk nog niet onder woorden kon brengen. Iets wat ik in deze bijdrage wil verkennen: ons verlangen naar werkelijkheid. 

Hedonisme

In het Moral Compass Project waaraan we op de Protestantse Theologische Universiteit werken, verkennen we hoe we voorbij kunnen gaan aan sommige manieren waarop in onze cultuur over het goede gesproken wordt. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan relativisme en subjectivisme. 
 
In deze bijdrage wil ik stilstaan bij het hedonisme. Ik denk dan niet per se aan de egoïstische visie die zegt dat elk mens voor zichzelf leeft en zelf zoveel mogelijk moet proberen te genieten. De vorm van hedonisme waar ik op doel, zegt dat het goede hetzelfde is als je gelukkig voelen. 
 
Iets preciezer gezegd: het goede bestaat in het hebben van aangename ervaringen, zoals plezier, tevredenheid, dankbaarheid, rust, euforie, enzovoorts. Het realiseren van zoveel mogelijk aangename ervaringen – in jezelf en in anderen – is uiteindelijk het enige dat moreel gezien telt in onze levens. 
 
Naastenliefde, de strijd tegen onrecht, moed, andere mensen de ruimte geven, je inzetten voor het milieu – al deze dingen zijn natuurlijk goed. Maar wat ze goed maakt, is dat ze aangename ervaringen teweegbrengen in mensen. 
 
Dat klinkt op het eerste gezicht helemaal niet zo gek. Deze gedachtegang vormt dan ook de achtergrond van de invloedrijke morele theorie die (klassiek) ‘utilisme’ genoemd wordt. Volgens deze theorie is het onze morele taak om zoveel mogelijk aangename ervaringen teweeg te brengen (wat de grondlegger van de theorie, Jeremy Bentham, ‘pleasure’ noemde) en zo min mogelijk pijnlijke ervaringen (‘pain’).
 
Ik vermoed dat nogal wat mensen in onze cultuur deze gedachtegang zullen onderschrijven. In wat volgt zal ik echter kritisch reflecteren op deze manier van denken. 
 
Ik doe dat door middel van een bespreking van een prachtig gedachte-experiment, ontwikkeld door de Amerikaanse filosoof Robert Nozick. Ik probeer te laten zien wat er schort aan het idee dat het hebben van aangename ervaringen uiteindelijk het enige is dat van belang is in ons leven. Duidelijk zal worden wat dat te maken heeft met het verlangen naar werkelijkheid waarmee ik deze bijdrage begon. 

Aangename ervaringen

In zijn boek Anarchy, State, and Utopia uit 1974 schrijft Nozick over een ‘ervaringsmachine’. Stel je voor, zegt hij, dat neurowetenschappers erin zouden slagen een machine te ontwikkelen die je elke mogelijke ervaring waarnaar je verlangt zou kunnen schenken. 
 
We moeten ons de ervaringsmachine voorstellen als een groot vat waarin je zweeft terwijl er elektroden met je brein verbonden zijn. Je brein wordt zo gestimuleerd dat je bijvoorbeeld ervaart dat je een geweldige roman aan het schrijven bent. Of dat je vrijt met de persoon op wie je (heimelijk) verliefd bent. Of dat je erin slaagt een reeks hoge bergen te beklimmen. Of dat je band met je vader – die je, tot je verdriet, al jaren niet hebt gesproken – uitstekend is. De ervaringsmachine kan je die prachtige ervaringen allemaal schenken en wanneer je ze ondergaat, is het net alsof je deze dingen werkelijk meemaakt. 
 
Voor het geval je je misschien zorgen maakt bepaalde ervaringen te zullen missen, schrijft Nozick dat we ons de situatie zo kunnen voorstellen dat de ervaringsmachine elke twee jaar voor korte tijd wordt stopgezet. Je hebt dan de mogelijkheid om een database met ervaringen te raadplegen om inspiratie op te doen voor een nieuwe verzameling aangename ervaringen die je de volgende twee jaar zult ondergaan. 
 
Alle mensen krijgen de keuze zich aan de ervaringsmachine aan te laten sluiten. Als je ervoor kiest jezelf aan te laten sluiten is dat echter een keuze voor het leven. Je kunt er dus niet tussentijds uitstappen. Wat zou je doen? 

Wij verlangen meer

Nozick zelf meent dat het gedachte-experiment ons krachtige redenen geeft tegen het idee dat het hebben van aangename ervaringen uiteindelijk het enige is dat van belang is in ons leven. Hij bespreekt drie redenen die ik hieronder weer zal geven. Met elk van die redenen probeert hij te laten zien dat wij ten diepste meer verlangen dan het hebben van aangename ervaringen. 
 
De eerste reden die hij noemt, is deze: wij verlangen ernaar bepaalde dingen in onze levens daadwerkelijk te doen, en niet alleen maar de ervaring te hebben ze te doen. Ook al is de door de ervaringsmachine gegenereerde ervaring van het beklimmen van een berg levensecht, dan nog hechten we er meer aan om daadwerkelijk die berg te beklimmen. 
 
Nozick voegt er nog een belangrijk punt aan toe: we kunnen eigenlijk alleen maar begrijpen dat we verlangen naar de ervaring van het beklimmen van een berg, als we aannemen dat we reeds een verlangen hebben om daadwerkelijk die berg te beklimmen. Wie zou er immers verlangen naar de ervaring een berg te beklimmen terwijl hij of zij bergbeklimmen in werkelijkheid oersaai vindt? 
 
De tweede reden hangt samen met een punt dat ik hierboven al besprak. Wij willen in ons leven een bepaald soort persoon zijn, een bepaald karakter hebben. Iemand die aan de ervaringsmachine is gekoppeld, is eigenlijk niet langer een persoon. We kunnen zelfs betwijfelen of zo iemand nog als mens beschouwd kan worden. De keuze om je leven door te brengen in de ervaringsmachine, zegt Nozick, is een soort zelfmoord. 
 
Maar, zoals gezegd, wij hebben een diep verlangen een bepaald soort persoon te zijn. We willen daadwerkelijk moedige, rechtvaardige, grappige, liefdevolle mensen zijn. We willen niet slechts ervaren dat we het zijn terwijl we feitelijk als willoze poppen rondzweven in een vat.
 
De derde reden is wat abstracter, maar eveneens belangrijk. Verreweg de meeste mensen verlangen ernaar in contact te staan met een werkelijkheid die voorbij de mens en de menselijke invloed gaat. We zouden dat een verlangen naar transcendentie kunnen noemen. 
 
Het is voor de hand liggend om dit verlangen religieus of mystiek te duiden: als een verlangen naar God, of als een verlangen naar zelfverlies. Maar we kunnen volgens mij ook denken aan het verlangen tijd door te brengen in de natuur, of het verlangen plekken te bezoeken die niet aangetast zijn door (of zelfs vijandig zijn voor) de mens. 
 
Welnu, de ervaringsmachine beperkt onze wereld tot een volledig door mensen gemaakte wereld. Eenmaal aangesloten aan de ervaringsmachine ervaren we misschien dat we in contact staan met een diepere werkelijkheid, maar in werkelijkheid bevinden we ons in een wereld die compleet door de mens bepaald wordt. 

Verlangen naar werkelijkheid

Als Nozicks analyse overtuigend is – en dat is zij wat mij betreft – dan zouden maar heel weinig mensen gebruik willen maken van de ervaringsmachine. En dat geeft natuurlijk te denken. 
 
Als het hebben van aangename ervaringen het enige zou zijn dat wij van belang achten in het leven, dan zou iedereen ervoor kiezen de ervaringsmachine te gebruiken. Maar blijkbaar verlangen wij veel meer (en dieper) dan alleen het ondergaan van aangename ervaringen. 
 
Het gedachte-experiment van de ervaringsmachine wijst ons op drie van die diepgaande verlangens: we willen bepaalde dingen daadwerkelijk doen, we willen werkelijk een bepaald soort persoon zijn en we willen verbonden zijn met een realiteit die voorbij de mens en de menselijke invloed gaat. Elk van deze verlangens is, op een eigen manier, een verlangen naar werkelijkheid
 
Dat wij verlangen naar werkelijkheid toont zich in veel alledaagse situaties. Wij willen dat onze kinderen echt van ons houden, niet slechts dat we denken dat ze van ons houden. Onze bewondering voor een sporter is afhankelijk van het vertrouwen dat hetgeen hij of zij presteert echt is en niet een kwestie van valsspelen. De erkenning die ik krijg van mijn collega’s is alleen maar waardevol voor zover ze oprecht is. 
 
Wat de bovenstaande analyse en zulke alledaagse voorbeelden laten zien, is, zoals Nozick het formuleert in zijn boek Examined Life: Philosopfhical Meditations, dat het in het leven om meer gaat dan je gelukkig te voelen. 
 
Rob Compaijen is ethicus en betrokken bij het Moral Compass Project van de PThU. Klik hier voor meer informatie over het Moral Compass Project.

Lees hier meer artikelen van Rob Compaijen

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief