Voor leesplezier bij kinderen zijn enthousiaste docenten nodig

W.G. van de Hulst wordt tegenwoordig niet veel meer gelezen. Hij wist hóe je een verhaal moet vertellen.
W.G. van de Hulst omstreeks 1960
W.G. van de Hulst omstreeks 1960
December blijkt iedere keer weer een maand met een groot verlangen naar knusse gezelligheid, van kaarsen branden, van vieren en nostalgie. Nostalgie naar sneeuw, als het kan graag tijdens de kerstdagen en het liefst natuurlijk in de kerstnacht.
 
Ook ik ontkwam niet aan nostalgisch verlangen. Naast het bezoek aan een kerstmarkt in Duitsland, bezocht ik het W.G. van de Hulst-festival in Hasselt.  Zo, eens in de twee, drie jaar wordt sinds 2006 in dit kleine stadje een middag  halverwege december de sfeer opgeroepen van zo’n honderd jaar geleden. De beleving is hier geheel gericht op de kinderboeken van een van de bekendste protestants-christelijk schrijvers uit de twintigste eeuw, Willem Gerrit van de Hulst (1879 -1963). 
 
Terwijl het langzaamaan een beetje donker wordt, verschijnen overal vuurkorven en kraampjes met allerlei lekkernijen in de straten. Kaarsjes verlichten de boeken van ‘WG’ (koosnaam voor kenners van zijn werk) achter de ruiten van vele woningen, kenners en verzamelaars van zijn oeuvre kijken nieuwsgierig rond in de speciale tweedehands boekenmarkt, toneelspelers bereiden her en der kleine toneelstukjes voor die ‘s avond worden opgevoerd en om vier uur vindt er een officiële programmaopening plaats door de kleindochter van WG, Rose Marijne van de Hulst. Zij geeft leiding aan de Maatschap Erven W.G. van de Hulst. 
 
Een groepje kinderen in volkse kleding uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, met een opengeslagen boek op hun hoofd,  zingen een lied en Rose Marijne spreekt haar dankbaarheid uit voor het feit dat er alweer zo’n  gedenkwaardig festival plaatsvindt rond haar in kinderboek-Nederland eens zo bekende en geliefde opa.

Vroeger populair

Als verzamelaar van het werk van Van de Hulst, als een van zijn opvolgers in zijn functie als hoofdmeester van de lagere school in Utrecht waar hij vrijwel zijn hele leven werkte, en als bewoner van de vroegere dienstwoning bij de school, ben ik nog steeds geïnteresseerd in zijn persoon en zijn werk. 
 
Daarin ben ik overigens in goed gezelschap. Op het internet is een veel bezochte site over hem te vinden die wordt bijgehouden door Andries Hibma. In Utrecht is een Stichting W.G. van de Hulst Sr. Toen en Nu, die de nagedachtenis van deze grote schrijver in ere houdt en een paar maal per jaar geef ik lezingen over zijn werk.
 
Eens zo bekend en geliefd? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de bijna honderd boeken, ook wel boekjes genoemd, van Van de Hulst niet meer stukgelezen worden. Die tijd is er echter wel geweest. In de eerste zestig jaar van de vorige eeuw was zijn werk ongekend populair.
 
In de jaren negentig werd een deel van zijn werk nog eens opnieuw herdrukt en ook via verschillende tentoonstellingen in die tijd beleefde zijn werk een kleine revival. Maar langzaam is het toch stiller geworden en is zijn werk ook in de evangelische boekhandels steeds minder zichtbaar.
 
Wel zijn er nog geluiden. In 2013 werd in Utrecht uitgebreid zijn vijftigste sterfdag herdacht en kreeg historicus Jacques Dane de opdracht een nieuwe biografie te schrijven over Van de Hulst. Oktober jongstleden werd het feit herdacht dat precies honderd jaar geleden het door de schrijver als meest geliefdste boek gekenmerkte Peerke en z’n kameraden, dat inmiddels 32 drukken beleefde, werd uitgegeven. 

Ontlezing door beeldschermen

Van de Hulst was via vele lezingen ook een groot promotor van lezen in het algemeen en van het kinderboek in het bijzonder. Juist in december bleek uit de resultaten van het internationale PISA-onderzoek dat de leesvaardigheid van Nederlandse vijftienjarigen blijft dalen.
 
Op internet  en in dagbladen en tijdschriften zijn inmiddels veel artikelen verschenen waarin gezocht wordt naar oorzaken en gevolgen. Een paar reacties hieruit: ‘er is een proces van ontlezing gestart’, ‘lezen  is tegenwoordig een straf’, ‘hoezo zou lezen leuk moeten zijn’, ‘kinderen kunnen zich niet meer concentreren’, ‘grootste boosdoeners zijn de smartphone en de tablet’, ‘we moeten breed gaan inzetten op leesbevordering’, ‘de school is de eerst aangewezen plek voor het stimuleren van lezen’, en ‘er wordt al te veel op de school afgewenteld’. En dit zijn maar enkele opmerkingen.
 
Uit eigen ervaring zie ik veel in het aanwijzen van allerlei beeldschermen als boosdoener. Als ik mijn zevenjarige kleinzoon van school haal, moet ik duidelijk met hem afspreken, hoeveel tijd hij de rest van de middag mag besteden aan het kijken naar een paar YouTube-filmpjes en het spelen met zijn tablet. Daarnaast is er tijd voor spelen met zijn speelgoed, een boodschap doen of een spelletje doen met mij en het luisteren naar een verhaaltje dat ik zal gaan voorlezen. Als het aan hemzelf ligt, trekt hij zich terug op de bank en is hij uren bezig met zijn tablet. 
 
Het positieve van het werken met tablets en internet is overigens ook aan te wijzen. In het onderwijs doet men goede ervaringen op met de mogelijkheden van het internet bij het maken van werkstukken. Ook biedt het digitale schoolbord legio mogelijkheden bij instructie.
 
Het zorgelijke van een jeugd die steeds meer films kijkt en steeds minder leest, en dit wordt door meerdere schrijvers genoemd, is dat de creatieve vaardigheid om eigen beelden te vormen bij het lezen van boeken niet ontwikkeld wordt.  Door lezen vorm je eigen creatieve beelden van de natuur en van spannende historie, je gaat je identificeren met bepaalde personages, je wordt je bewust van gevoelens van jezelf en anderen en daardoor leer je ook hoe je in het leven zal kunnen staan.    

Beleving

Niemand zal ontkennen dat films ook meeslepend, indrukwekkend en identificerend zijn, maar deze dragen niet bij tot die wonderlijke eigenschap van eigen beeldvorming en innerlijk genot. Daarbij komt wat Van de Hulst noemt: de beleving van de ziel van een boek, een beleving die het hart aanspreekt. Die beelden en die beleving geven leesplezier, een prachtig fenomeen. 
 
Eigen beeldvorming dus, daar gaat het om. En wie zal ontkennen dat naast ouders en opa’s en oma’s de school de grootste stimulator zal moeten zijn bij leesbevordering? Uit eigen ervaring weet ik dat de laatste veertig jaar het leesonderwijs op de basisschool krachtig is gestimuleerd door bibliotheekbezoek, niveau-lezen, vrij lezen, inschakeling van leesouders, apart begrijpend lezen, boekbesprekingen, voorleeswedstrijden enzovoorts. 
 
Er zijn echter ook zaken naar de achtergrond verdwenen die mijns inziens juist sterk bijdroegen tot eigen beeldvorming. Zo vindt het veel bekritiseerde klassikale lezen (het zogenaamde ‘wie volgt lezen’) steeds minder plaats. Maar juist dit kan ook uitnodigen tot gesprek en interactie tussen leerlingen en leerkracht.  En zo wordt er ook steeds minder verteld door de leerkracht. Verteld in de traditionele zin: de juf of meester vertelt uit het blote hoofd een verhaal, de kinderen luisteren veelal geboeid toe. 
 
Tot ver in de vorige eeuw was dat het eerste wat een aanstaande leerkracht moest leren: een verhaal vertellen, voor de klas, uit het hoofd. In het protestant-christelijk onderwijs werd ’s morgens ongeveer zo’n drie keer per week een Bijbelverhaal verteld. Als je dit als ‘kwekeling’ met veel vallen en opstaan had geleerd, dan wist je zeker: ik heb de kinderen te pakken, onderwijzer(es) wordt mijn vak! 
 
Vertellen kwam terug bij allerlei vakken, natuurlijk het meest bij het vak geschiedenis. Langzamerhand kwam er steeds meer aanschouwelijk lesmateriaal op de markt waarmee je je vertelling kon ondersteunen. Maar het verhaal met de toon, de mimiek, de verontwaardiging, de boosheid, het verdriet of de blijdschap die de juf of meester liet zien, vormden de belangrijkste basis voor de verbeelding van de kinderen.
 
Vaak heb ik oud-leerlingen horen zeggen: ,,Meester, u kon zo mooi vertellen.” En ik weet dan: dit was het plezier van beleving, net zoals leesplezier bij het lezen van boeken. 

Vertel uit het hoofd

Ik zou daarom de huidige generatie leerkrachten op de basisscholen, die overigens zoals we weten voor veel inspannende uitdagingen staan in onze tijd, willen adviseren: denk bij leesbevordering naast boeiend voorlezen ook eens aan de vertelling uit het hoofd. Prikkel daarmee dan ook de fantasiewereld en het voorstellingsvermogen van de kinderen.  
 
Een paar tips die ik haal uit het boekje Het vertellen van wie anders dan ‘meester-verteller’ Van de Hulst: leef je in in wat je vertelt, zie zelf alles voor je, dan zien de kinderen het ook. Vertel zoveel mogelijk in de tegenwoordige tijd, alsof je ter plekke een verrassende ontdekking doet en gebruik de directe rede: Niet zo: ,,De kapitein riep dat alle hands aan dek moesten komen.” Maar: ,,De kapitein riep: ‘Alle hands aan dek!’”
 
Ben ik nu als al een tijdje gepensioneerde schoolmeester nostalgisch aan het mijmeren over hoe het vroeger allemaal beter was in het taal-en leesonderwijs? Nee, zeker niet. 

Uit mijn woorden mag blijken dat een enthousiaste leerkracht voor de leesontwikkeling van kinderen het allerbelangrijkste is. Enthousiaste leerkrachten, een vraag van alle tijden. Daar komt geen nostalgie bij kijken.
 
René Kil is oud-directeur van de W.G. van de Hulstschool in Utrecht, tegenwoordig basisschool De Wereldwijzer

Lees hier meer artikelen van René Kil

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief