'Tot de schijt ons doodt'

De klimaatplannen van de overheid kunnen niet uitgevoerd worden zonder zich verantwoordelijk wetende burgers.
De gymdocent op mijn middelbare school laste met enige regelmaat een zogeheten ‘bosloop’ in: een lesuur lang hardlopen door de bossen op de Amersfoortse Berg. Tijdens een van die gevreesde boslopen, ergens begin jaren negentig, hield de docent plots halt. ‘Zien jullie die prachtige bomen? Als de overheid en wij niets doen, zijn ze over twintig jaar allemaal kaal door de zure regen.’ 

Het was de tijd dat het verantwoordelijke ministerie posters uitgaf met teksten als ‘Zure regen. Onze eigen schuld. Onze eigen zorg’. In bushokjes hingen foto’s van gezonde bossen die veranderden in dode bossen, en foto’s van een Mariabeeld met een door de zure regen aangevreten gezicht. Het maakte indruk, het lesje milieukunde van onze gymdocent. Met het ‘Waldsterben’, zoals de Duitsers het noemden, stierf er ook iets in onszelf.

Geen cynisme

Onlangs reed ik er nog eens langs. Volle groene bomen, geen kaal dennetje te bekennen op de Amersfoortse Berg. Maar cynisme over deze ‘verzuringshype’ van toen is te gemakkelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelde een aantal jaren geleden in een evaluatierapport dat de ingrijpende en impopulaire overheidsmaatregelen van destijds ‘terecht’ waren. 

Want auto’s werden duurder door loodvrije benzine en katalysatoren, de stroomprijs ging omhoog en Landbouwminister Gerrit Braks trok ten strijde tegen de mestuitstoot (‘tot de schijt ons doodt’, zei Braks). De maatregelen hadden al vrij snel effect, toonde het Planbureau aan.

De vergelijking met het klimaatdebat van nu dringt zich gemakkelijk op. Maar er is een belangrijk verschil. In de jaren tachtig was er een gedeelde sense of urgency, van links tot rechts. Nu is er minder eigenaarschap en meer polarisatie. Klimaatsceptici menen dat het vanzelf goed komt en de klimaatalarmisten gaan uit van het vijf-voor-twaalf-scenario.

Complexer

Dit gebrek aan eigenaarschap heeft drie oorzaken. Om te beginnen is de uitdaging nu veel complexer, van de opwarming van de aarde tot het verlies van biodiversiteit, van de stikstofkringloop tot het gat in de ozonlaag. Waar te beginnen? 

In de tweede plaats ging het bij zure regen om een Europees probleem. Nu is sprake van een wereldwijd vraagstuk, met vele belangen. Ten slotte, niet onbelangrijk, was de zure regen destijds verbonden met onze eigen leefwereld. We zagen het voor onze ogen gebeuren, die aantasting van onze bossen en monumentale gebouwen.

Technocratie

Precies daar ligt de uitdaging voor de nieuwe Europese Commissie en de nationale overheden: de verbinding leggen tussen allerlei duurzaamheidsdoelstellingen en de leefwereld van burgers. Klimaatpolitiek slaat makkelijk om in technocratie. Dat blijkt onder andere uit de modernistische taal van maakbaarheid en grootschaligheid: ‘100 procent CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050’.

Dit soort goedbedoelde maar abstracte doelstellingen kunnen gemakkelijk omslaan in hun tegendeel: ze ontnemen burgers hun verantwoordelijkheid en zijn daarmee ten diepste niet duurzaam. Echt ‘duurzaam’ betekent immers vervlochten met de leefomgeving, en rekening houdend met haar mogelijkheden en beperkingen.

Het klimaatvraagstuk is een zaak van gespreide verantwoordelijkheid. De sleutels voor de klimaattransitie liggen bij de overheid en het bedrijfsleven, maar de klimaattransitie is onmogelijk zonder bedding in een morele burgerij. Dat begrepen de kabinetten in de jaren tachtig en mijn gymnastiekleraar maar al te goed.


Pieter Jan Dijkman is directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief