Gestraften verdienen een schone lei

Ons strafrecht is bedoeld om mensen een tweede kans te geven. Gevoelsmatig blijft dat moeilijk.
Badr Hari (rechts) in gevecht met Rico Verhoeven. Foto: ANP
Badr Hari (rechts) in gevecht met Rico Verhoeven. Foto: ANP
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.’

Voor de niet bijbelvasten onder ons: bovenstaande is een vers uit Mattheüs. Het is een van de vele verzen in de Bijbel die gaan over vergeving. Vergeving van overtredingen, van zonden.
 
Dat marketing goed werkt, werd maar weer eens bewezen door de massahysterie die ontstond rond de kickboks wedstrijd tussen Badr Hari en Rico Verhoeven. Althans, op mij werkte de marketing uitstekend, want tot voor kort had ik nog nooit een vechtsport-wedstrijd bekeken. En nu stond ik de wedstrijd zwetend voor de buis te bekijken, luidkeels mijn favoriet aanmoedigend. Mijn favoriet was uiteraard de ideale schoonzoon uit Brabant: Rico Verhoeven.

Bezoedeld verleden

Onbegrijpelijk vond ik het dat er onder andere BN’ers waren die openlijk voor Badr waren. Badr, de veroordeelde vechtersbaas. De man die een totaal onschuldige man tijdens het dancefeest Sensation volledig in puin trapte. Kortom een man met een bedoezeld verleden, onder andere goed verwoord in de biografie die over hem werd geschreven door misdaadjournalist Jens Olde Kalter. Net zo onbegrijpelijk als ik het vind dat er artiesten zijn die openlijk dwepen met beruchte criminelen. Of zoals de politiek correcte NPO dat deed met Willem Holleeder in College Tour.
 
Tijdens het spectaculaire gevecht, dat helaas met de blessure van Badr in een deceptie eindigde, betrapte ik mijzelf erop dat ik steeds meer respect voor de vechter Badr kreeg. Nog belangrijker voor mij persoonlijk was dat een simpel, op het eerste gezicht nietszeggend feit, mij aan het denken zette. Vlak voor de opkomst van de kickbokshelden was er een beeld vanuit de kleedkamer van Badr dat me intrigeerde: in een split second zag ik tussen een aantal imponerende zware jongens Arie Boomsma op een stoeltje zitten. Toch een beetje als Femke Halsema die aan het borrelen is bij de Industrieele Groote Club of Sjaak Zwart die Feyenoord traint. Out of place zal ik maar zeggen.

Tweede kans

Na te zijn bekomen van het welhaast hilarisch dissonerende beeld, zette het feit dat de voor mij gevoelsmatig integere, rechtschapen Arie Boomsma zich associeerde met de ‘veroordeelde crimineel’, me aan het denken. Ik realiseerde me dat ikzelf mensen feitelijk geen tweede kans geef. Dat ik het idee dat met het uitzitten van een straf iemand opnieuw mag beginnen, onbewust of misschien zelfs bewust, niet omarm.
 
Daarin ben ik duidelijk niet de enige. Sterker: de overheid werkt er zelf actief aan mee. Met de wet Bibob (‘bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur’) als instrument kan de overheid op basis van vermoedens, bijvoorbeeld door een strafblad, een aanvrager een vergunning weigeren. Dit gebeurt zeer veelvuldig. Uiterst tegenstrijdig natuurlijk dat we enerzijds een strafsysteem in Nederland hebben dat er voornamelijk op is gericht om veroordeelden terug te brengen in de maatschappij, maar ze dan vervolgens dwars gaan zitten in hun eventuele ondernemerschap door ze allerhande vergunningen te weigeren.
 
Zelfkritisch besef ik dat Mattheüs niet trots op me zal zijn. Hoewel ik mij er immer toe kan zetten om allerhande zonden van familie, vrienden en onbekenden te vergeven, stokt dit zodra het gaat om zonden die ernstig indruisen tegen onze formele wetten. Terwijl het juist voor ex-gedetineerden essentieel is dat die een tweede kans krijgen. Voor mensen die een dusdanig vreselijke daad hebben begaan dat we ze maatschappelijk gezien feitelijk geen of nauwelijks een tweede kans willen geven, bestaan in Nederland levenslang en tbs. Voor de overigen hebben we met elkaar afgesproken dat ze mogen terugkeren in de maatschappij. 

Een moeilijke opdracht

Dan moeten ze die kans ook in de praktijk krijgen. De eerlijkheid gebied me te zeggen, dat het me zeer veel moeite zal kosten om mijn instelling en gedrag te veranderen, maar hopelijk is het besef een start. Gevoelsmatig is het begrijpelijk dat mensen en overheden moeite hebben veroordeelde criminelen een tweede kans te geven, maar vanuit menselijk en zeker vanuit christelijk perspectief is het wel onze opdracht.
 
Dat vergeving ook kan doorschieten, bewees zeer recent de KRO-NCRV. Op Eerste Kerstdag werd een interview met de jonge kalifaat-vrouw Laura H. uitgezonden. Met het geven van een podium aan Laura, als IS-sympathisante medeverantwoordelijk voor grootschalige genocide, werd op de ziel van velen getrapt. De kritiek was dan ook niet van de lucht en gevluchte Jezidi Dalal Ghanim verwoordde de gedachten van velen op radio 1: ,,Er wordt geen aandacht besteed aan de slachtoffers, maar aan IS’ers die er zelf voor hebben gekozen om naar het kalifaat te gaan.”

Het belang van het slachtoffer gaat voor

Het verweer van de zender was dat Laura haar straf had uitgezeten en ze dus vergeving verdiende. Helder, maar om haar bijna als slachtoffer te portretteren en nauwelijks kritische vragen te stellen, is uiteraard een grove blamage. Massagraven spreken kennelijk minder tot de verbeelding dan een terugkerende deelnemer van dat afgrijselijke, gewetenloze en bloeddorstige regime.
 
Vergeving is een groot goed en een belangrijke opdracht aan ons allen. Echter, om maatschappelijke onrust en onbegrip te voorkomen zal het belang van het slachtoffer altijd boven dat van de dader gesteld moeten worden. Anders is vergeving een utopie. 
 
Maarten de Gruyter is vastgoedondernemer in Amsterdam en belijdend katholiek.
 

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief