Hoezo integer?

De overheid wil dat burgers integer handelen, maar gaat daarbij zelf soms over de grens van het betamelijke.
De term ‘integer handelen’ valt de laatste tijd vaak. Steeds meer gemeenten maken zich zorgen omdat bepaalde clubs of winkels heel andere dingen blijken te doen dan wat op de etalageruit staat.

Er zijn voorbeelden van een café met achterin een bordeel en van een nagelstudio die in de achterkamer een pand blijkt te zijn voor vrouwenhandel en andersoortige witwaspraktijken. De criminele onderwereld blijkt een steeds duidelijker plek veroverd te hebben in de bovenwereld. Hoe kun je als overheid de ooit verstrekte vergunning of subsidie intrekken, omdat je terecht criminaliteit wilt bestrijden? Het wordt nog moeilijker wanneer gemeentelijke politieke partijen luid roepen dat ze de stem van het volk vertegenwoordigen, maar zich intussen via crowdfunding laten financieren door figuren met schimmige connecties. In den Haag loopt een integriteitsonderzoek naar een inmiddels afgetreden wethouder van zo’n grote politieke partij. 

Er bestaat een nieuw beleidsinstrument: de wet BIBOB, officieel Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Met deze wet kunnen gemeenten veel strenger oordelen of clubs die zich in de gemeente willen vestigen, recht hebben op subsidie of een vergunning en dat verzoek eventueel afwijzen. Op zich een goed bedoeld instrument, dat een dam kan opwerpen tegen criminele clubs.

Er kleven echter een tamelijk groot aantal onduidelijkheden aan. Gemeenten werken met een lijst van risicocategorieën. Op welke gronden wordt die lijst samengesteld? Kun je bezwaar aantekenen wanneer jouw club ineens tussen de vechtsportscholen, nagelstudio’s en motorclubs wordt opgenomen? In het BIBOB-voorstel in Enschede staat - in een lijstje dat van a tot en met x maar niet alfabetisch loopt - een beetje verstopt bij de letter O ‘religieuze instelling’. Dat betekent dus dat iedere religieuze instelling die iets wil bouwen of een bestaand pand betrekken tot risicocategorie wordt bestempeld. Is dat niet in strijd met het principe ‘onschuldig totdat schuld bewezen is’?

Uit de gang van zaken bij de Belastingdienst blijken duizenden gezinnen tot fraudeur te zijn bestempeld omdat zij kinderopvangtoeslag hadden aangevraagd. Een regeling die fraudebestrijding heet, loopt volstrekt uit de klauwen wanneer ambtenaren jarenlang weigeren om een duidelijk antwoord te geven op de vraag waarom jij ineens niet meer lijkt te deugen. Dan verwordt zo’n op zich goed bedoelde maatregel om criminaliteit te bestrijden, tot het omgekeerde. Dan moeten burgers eerst bewijzen dat ze deugen. Dat is de omgekeerde wereld, die wij in Nederland niet moeten willen.

Hanneke Gelderblom-Lankhout was twaalf jaar gemeenteraadslid den Haag en dertien jaar lid van de Eerste Kamer, waarvan vijf jaar ook lid van de Raad van Europa.
 

 

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief