Dikastocratie

De rechter heeft niet per definitie ongelijk – maar ook niet altijd gelijk. Munitie voor discussie bij de kerstdis.
Vlak voor Kerst doet de Hoge Raad uitspraak in de Urgenda-zaak. Dat kan de sfeer tijdens een kerstdiner verpesten.Daarom hierbij de Wat & Hoe van de dikastocratie, een samenleving waarin de rechter het laatste woord heeft. Voor als uw disgenoot er per se over wil praten. 
 
Mocht u naast een kloon van Thierry Baudet belanden die maar blijft fulmineren tegen rechters die ‘de boel overnemen’ van de ‘democratisch verkozen politici’, dan kunt u vragen waarom dan juist Baudet destijds een proces tegen de Staat begon toen die in zijn ogen onrechtmatig lang talmde met het indienen van een wetsvoorstel in reactie op de uitslag van het referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Dat was een political question uit het boekje waarover juist Baudet een uitspraak van de rechter wilde. De zaak was zo kansloos, als de rechter niet bereid bleek om politieke vragen te beantwoorden. Dat maakt van Baudet met zijn Parlementaire Werkgroep Dikastocratie een falende pyromaan die klaagt over brand. 
 
Mocht u echter naast iemand uit de school van Thom de Graaf worden geplaceerd die zich blijft verslikken in verontwaardiging over de aanranding van de rechterlijke waardigheid door politieke opportunisten, dan kunt vragen naar de rechtsbescherming van de slachtoffers van de Belastingdienst. Onder de kop ‘vicepresident Raad van State tikt Baudet op vingers’ noteerde het Algemeen Dagblad uit de mond van De Graaf: ‘De burger mag er in een rechtsstaat ook op vertrouwen dat hij een beroep kan doen op een rechter om besluiten van de overheid te toetsen. Als de rechter vervolgens oordeelt dat een besluit niet rechtmatig is en de overheid zich dus niet aan de regels heeft gehouden, dan betekent dat nog niet dat er sprake is van een ‘rechtersstaat’, maar juist van een goed functionerende rechtsstaat.’ Dat zijn best wel stevige woorden voor iemand wiens college jarenlang weigerde de individuele evenredigheid van de astronomische terugvorderingen van de kinderopvangtoeslag te toetsen. 
 
Het debat over de rol van de rechter, dat in Nederland inderdaad te weinig wordt gevoerd, is noch met populistische verontwaardiging, noch met regenteske zelfgenoegzaamheid gediend. De rechter heeft niet per definitie ongelijk – maar ook niet altijd gelijk. Het is een staatsmacht net als de andere: rechters moeten de ruimte krijgen hun ding te doen maar ze zijn niet verheven boven de checks and balances. Daar moeten we het dus zeker nog eens over hebben. Maar niet tijdens het kerstdiner. Dat is een goed voornemen.
 
Geerten Boogaard is hoogleraar decentrale overheden en bekleedt in die hoedanigheid de Thorbeckeleerstoel aan de Universiteit van Leiden.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief