Leve de kringloop

De liefde voor kringloopspullen slaat vaak een generatie over.
Er zijn tijden geweest waarin ik nog niet dood gevonden wilde worden in een kringloopwinkel. Wij woonden in een nieuwbouwwijk in een nieuwbouwhuis met vijf zonen die niets liever deden dan eten en spelen. Heel gezond allemaal, maar het leverde de nodige schade op aan servies en meubilair. 

Alle reden voor een kringloopwinkel, zou je zeggen, maar neen. In de jaren ’90 - want daarover spreken we - was de kringloopwinkel een droeve verzameling van spullen die net uit de mode waren. Het stonk er naar rook en vocht, en er waren vooral spullen te koop die ik bij mijn ouders oud, lelijk en verweerd had zien worden. Borden en bekers (aan kop-en-schotels waagden wij ons niet meer) zaten onder de scheuren en aanslag, meubels waren doorgezakt en zouden het onder het pubergeweld niet langer dan drie weken uithouden. Dat wil zeggen, de massief eiken poten misschien nog wel, maar de rest niet.

Verder waren er oranje lampen te koop, bruine afwasteiltjes, en de driezitsbanken hadden mosgroen, bruin of okergeel gebloemde bekleding. Met andere woorden, precies wat nu in de mode is. Niet kopen, jeugd van tegenwoordig! Ik weet hoe het er straks uitziet.

Waar komt de populariteit van de kringloopwinkel vandaan? Is het de zoektocht naar authenticiteit, zijn mensen er moe van dat alles steeds maar weer nieuw en beter moet? Is het chagrijn omdat veel apparaten het nog maar twee jaar doen, en liefst twee weken nadat de garantiedatum is verstreken, kapot gaan?

Of dringt langzaam het besef door dat de grondstoffen eindig zijn, dat oud niet per se waardeloos betekent? Ook repaircafé’s worden immers populairder, SIRE lanceerde zelfs de kreet ‘waardeer het, repareer het’. 

Ondertussen zijn de kinderen voor zichzelf begonnen, wonen echtgenoot en ik in een oud huis, en zijn wij gevallen voor de charme van serviesgoed met een gouden dan wel zilveren randje en lieve bloemetjes. Precies zoals mijn oma ze had. En ook dat heeft een reden: kringloop slaat vaak een generatie over. Oma deed het, en ik doe het weer. Met spullen die in oma’s tijd in de mode waren, want die heb ik niet krakkemikkig zien worden. Hooguit herinneren ze me aan de heerlijke logeerpartijen. 

Mijn generatie moet het dus beter doen: niet weggooien, die spullen waarop we zijn uitgekeken, maar er zuinig op zijn en ze bewaren voor het nageslacht, dat wil zeggen de kleinkinderen. Misschien dat de afvalberg in hun tijd dan iets kleiner is geworden, en zij iets zuiniger dan wij.

Ineke Evink is redacteur van Het Goede Leven.
 

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief