Voorvechter voor een betere toekomst

Econoom Herman Wijffels is met zijn 77 jaar onverminderd strijdbaar, blijkt uit een boek over zijn opvattingen.
Herman Wijffels was topman bij de Rabobank, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER), bestuurder bij de Wereldbank, informateur van het kabinet Balkenende IV, hoogleraar duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht, is bekend lid van het CDA en onvermoeibaar voorvechter voor een andere, betere manier van leven in overeenstemming met de mogelijkheden van de aarde. In het boek De gulden snede tekent Volkskrant-journaliste Wilma de Rek zijn opvattingen op.

We staan wereldwijd op een kruispunt waar het steeds meer zichtbaar wordt dat mensen anders gaan denken over hoe we met de aarde moeten omgaan”, zegt Wijffels. ,,We lopen tegen grenzen aan, of sterker nog, we overschrijden al enige tijd de grenzen van wat de wereld aankan. Dat is op vele fronten te zien: ecologische problemen, zoals verschraling van landbouwgronden, de vervuiling van de bodem en de oceanen en recent in ons land de hele stikstofdiscussie. Maar er zijn vele andere mondiale problemen op te noemen, zoals de verdeling tussen rijkdom en armoede. Ik zie deze als uitingsvormen van hetzelfde probleem. Mijn visie is dat er hoop is op een ander, een beter en gezonder leven als we nu bereid zijn de bakens te verzetten.”

Gulden snede

In het boek dat eind november 2019 is gepresenteerd speelt, zoals de titel al zegt, de ‘gulden snede’ een belangrijke rol. De naam van het boek verwijst naar de ideale verhoudingen die in de wiskunde, architectuur en kunst worden gebruikt om evenwicht te bereiken. Maar ook overal in de natuur is de gulden snede waar te nemen, bijvoorbeeld in de bloeiwijze van planten en bloemen.

Eveneens wordt de aantrekkelijkheid van een menselijk gezicht of lichaam wel verklaard doordat de gulden snede, een natuurlijke balans, er in aanwezig is. Voor Wijffels is zij de evenwichtigheid die er moet zijn tussen wat hij noemt ‘expansieve krachten’ en krachten die deze beteugelen en in goede banen leiden.

Wijffels laat zijn analyse beginnen met de verlichting. ,,Als je toch een moment wilt aanwijzen waarop de expansieve krachten het voortouw namen, dan kies ik die periode. De industriële ontwikkeling vanaf deze tijd zorgde ervoor dat er een enorme vooruitgang werd geboekt in het verwerven van materiële voorspoed. Dat gebeurde door de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen die de aarde ons biedt. Over deze ontwikkeling oordeel ik trouwens positief. Er is heel veel bereikt. Vanaf het begin van de negentiende eeuw kon de wereldbevolking groeien van 1 naar 7,5 miljard mensen. De wereldeconomie kon tachtig keer zo groot worden; de welvaart groeide enorm. Maar uiteindelijk – en nu merken we dat – is de verhouding tussen mens en aarde in het ongerede geraakt. Je kunt stellen dat de grondstoffen uit de aarde werden weggehaald, ecosystemen werden vernield en de leefwereld op grote schaal vervuild. De vraag is hoe we nu verder moeten. En op basis van welke waarden bepalen we dat?”

,,De expansie - ik zei het zojuist al - die in materiële zin veel goeds heeft gebracht, associeer ik met het masculiene. Je zou dat het mannelijke aspect kunnen noemen. Maar dat werkt nu tegen ons omdat het de aarde steeds verder uitput. De tegenkracht is het feminiene, het vrouwelijke, dat de laatste eeuwen een kleinere rol heeft gespeeld. Je kunt ze beide ook omschrijven als de twee aspecten van de gulden snede die samen de balans brengen. Het feminiene is over het algemeen minder op het ego gericht, beter in samenwerken, minder gericht op het scoren op korte termijn. Dat laatste zijn dingen die we de komende decennia hard nodig hebben, in het belang van het grotere geheel, in het belang van de aarde.”

Openhartig

Opmerkelijk openhartig trouwens is Wijffels in het boek over zijn eigen karakter. Hij zegt daar: ‘Ik denk dat vrouwen een meer integrale beleving van de werkelijkheid hebben, minder de neiging tot specialiseren… Zelf ben ik ook wel iemand die vooral kijkt naar de samenhang. Ik ben in die zin misschien wat feminiener dan veel andere mannen.’

Overheid, bedrijven en de financiële sector zijn van groot belang om verandering tot stand te brengen, vindt Wijffels. ,,Samen moeten ze het mogelijk maken dat - om maar een modewoord te gebruiken - de ‘transitie’ naar een betere omgang met de aarde tot stand komt. We moeten van een lineair systeem over naar een circulairemanier van produceren. Dat betekent dat we niet de aarde uitputten maar alles wat we onttrekken aan de aarde kunnen hergebruiken, waarbij de kosmische straling, of zo je wilt de zon, steeds de energie inbreng geeft die we nodig hebben. De technische mogelijkheden daarvoor zijn voorhanden en verder te ontwikkelen. We moeten het alleen samen wíllen en doen.”

Bij elkaar kruipen tijdens overgangsperiodes

Samen. Dat is het woord. Als voormalig topman van een coöperatieve bank (Rabobank) weet hij er alles van. ,,Als je de geschiedenis bekijkt, zie je dat mensen tijdens grote overgangsperiodes bij elkaar kruipen en antwoorden op grote problemen proberen te vinden. Een voorbeeld: de Rabobank ontstond in de jaren 1880, toen boeren elkaar los van markt of overheid als coöperatie financieel hielpen het hoofd te bieden aan de industriële maatschappij die toen in opkomst was. In onze huidige samenleving waar zich door nieuwe technologische en economische ontwikkelingen en andere manieren van met elkaar omgaan een nieuwe situatie ontwikkelt, zie je hetzelfde. Mensen die elkaar opzoeken om zelf vorm te geven aan de eigen omstandigheden waarin ze leven.”

,,Dat is heel iets anders dan de manier waarop - ook na de financiële crisis - sommige banken en grote ondernemingen aankijken tegen hun verdienmodel. Dat is veelal nog steeds gebaseerd op het maken van geld met geld als schuld. De crisis kwam toen banken niet meer vertrouwden dat die schulden van derden die ze aan elkaar verkochten ooit nog terugbetaald zouden worden. En toen het onderlinge vertrouwen tussen banken stil kwam te liggen zakte het hele kaartenhuis in elkaar. Uiteindelijk moesten overheden de zaak redden. Hoewel de banken in Nederland hun les lijken te hebben geleerd, vervallen ze in veel andere landen weer in dezelfde fouten.”

Coöperaties

Er zijn nu voorbeelden te over van organisaties die een andere manier van omgaan met geld in dienst van de reële economie en een goede manier van omgaan met de aarde laten zien, in plaats van te fungeren als geldmachine, zegt Wijffels. Overal komen coöperaties of anderszins samenwerkingsverbanden tussen burgers tot stand: energiecoöperaties, dorpscoöperaties, onderlinge ouderenzorg, afzet van gezonde voeding direct van boeren aan consumenten, of broodfondsen van zzp’ers die elkaar steunen in moeilijke tijden.

Ook sociale ondernemingen zijn een uiting van deze trend. En de moderne digitale (internet)technologie helpt hen daarbij. ,,Dit zijn de manieren waarop we met elkaar de samenleving zullen moeten bouwen, wat trouwens ook al gebeurt. Samen als verstandige en mondige burgers die hun lot niet alleen willen laten afhangen van de overheid waarin je als snel last hebt van bureaucratie of de markt waar je nooit zeker weet of je niet wordt bedonderd.”

,,Voedsel is belangrijk voor de hele wereld. En wat mij betreft staat het woord ‘gezondheid’ daarbij voorop. In de landbouw: gezondheid van de grond en de dieren, een gezond inkomen voor de boeren en gezond voedsel voor de consumenten. Het streven naar gezondheid van de hele voedselkolom moet de kern zijn van het beleid van overheden, financiële instellingen en ondernemingen. ” De veranderingen waar Wijffels op wijst, ziet hij ook in zijn eigen partij.

De gemeenschap centraal

Als nog steeds CDA-lid (hoewel niet altijd stemmer) heeft Wijffels met instemming de toekomstvisie gelezen die onlangs is gemaakt door het Wetenschappelijk Instituut van zijn partij. ,,Het is een degelijke christendemocratische visie op de maatschappij die daarin wordt gepresenteerd. En het lijkt me ook een breuk met de voorafgaande rechtse politiek van het CDA. De samenleving wordt weer centraal gezet. ‘Community driven’ staat bovenaan. Dat is een Engelstalige uitdrukking, maar er is voor zover ik weet geen goed Nederlands woord voor dat de inhoud ervan even goed weergeeft. De ecologische paragraaf in het stuk mag wat mij betreft nog meer worden uitgewerkt. Ik heb daarover contact met diegenen die voor het Wetenschappelijk Instituut met dit onderdeel bezig zijn.”

Wijffels is als rooms-katholiek opgevoede boerenzoon in Zeeuws-Vlaanderen (het buurtschap Turkeye) grootgebracht met het christelijk-sociale gedachtegoed, gepokt en gemazeld in het subsidiariteitsprincipe. Het houdt in dat hogere instanties niet iets moeten doen wat ook door lagere instanties kan worden gedaan.

Dit principe is een centraal grondbeginsel in de katholieke maatschappijleer, maar ook bekend bij andere christelijke stromingen. Iets dergelijks (maar niet hetzelfde) hadden de gereformeerden (vooral gemunt door filosofen van de Vrije Universiteit en vertegenwoordigers van de Antirevolutionaire Partij) met hun beginsel van ‘soevereiniteit in eigen kring’. In de traditie van subsidiariteit wortelen nog steeds Wijffels’ ideeën over een betere toekomst voor de wereld.

‘Waartoe ben ik op aarde?’

Voor Wijffels is de vraag ‘waartoe ben ik op aarde?’ een wezenlijk onderdeel van zijn leven. ,,Het is de eerste vraag van de catechismus en de belangrijkste vraag die er is. Als je hier toch rondloopt, maak er dan iets van. De grote vraag is: hoe wil je en kun je bijdragen aan de samenleving? Voor mij is het transcendente aspect hierbij heel belangrijk. We zijn onderdeel van het leven vanuit de oorsprong. De mens is een heel klein deel van het totale scheppingsproces, maar we zijn hier en we kunnen wat doen. Ik heb geen beeld meer van een persoonlijke God, maar voel me wel onderdeel van het mysterie dat vanuit de oorsprong ooit is begonnen.”

'De gulden snede. Herman Wijffels over een economie die werkt voor mens en aarde'. Wilma de Rek, uitgeverij Balans € 15.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief