Alles kunnen zeggen

Wie voor zichzelf de vrijheid van meningsuiting opeist, zal hem ook aan anderen moeten gunnen.
Kun je tegenwoordig alles nog zeggen in Nederland?” Met die vraag ging een verslaggever van BNN/VARA begin november de straat op. Het leidde tot interessante televisie. “Nee”, was het antwoord van de ondervraagden bijna standaard. De vervolgvraag “Wat kunt u dan niet zeggen?” bleek ongemakkelijk. 
 
Dat de regering eens naar zichzelf moest kijken. Dat ze niet aan onze tradities moesten sleutelen. Dat zwarte piet zwart moest blijven. En dat moest je maar niet zeggen want dan kon je aangeklaagd worden, of een klets om je kop krijgen. “Maar u heeft het nu toch gezegd?” vroeg de verslaggever. Ja. En nu? “Nu niks”, zei de ondervraagde. 
 
Het is exemplarisch voor de vaak gehoorde opvatting dat vrijheid van meningsuiting is verdwenen of niets meer voorstelt. Tegelijkertijd heerst het gevoel dat de vrijheid van meningsuiting wordt misbruikt. De steun om in het openbaar te mogen zeggen wat je wilt, is in 25 jaar flink teruggelopen: volgens cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau van 81% begin jaren ‘90 tot 66% in 2017. 
 
Dat komt volgens het SCP door de sociale media: op Twitter en Facebook kan iedereen zonder filter van alles online zetten. “Het is gemakkelijker geworden anderen te beschadigen met beschuldigingen of dreigementen”, aldus onderzoeker Rob Bijl. “Daardoor zijn we terughoudender geworden. Je hoeft niet alles te zeggen, vinden we.”
 
Is dat reden tot zorg? Met rekening houden met een ander is natuurlijk niets mis - integendeel. Maar een van de kenmerken van populisme is dat er groot belang wordt gehecht aan vrijheid en gelijkheid - zolang het maar gaat om mensen die hetzelfde denken als jij. Vrijheid houdt op bij het eigen gelijk, gelijkheid betekent dat anderen moeten zijn en denken als ‘wij’. “De gezamenlijkheid is gediend bij de verschillen in de samenleving”, zei Erik Borgman is zijn Het Goede Leven-lezing op 14 november - en dat besef dreigt te verdwijnen.
 
Angela Merkel sprak wijze woorden in de Bondsdag. “Als je een uitgesproken mening ventileert, moet je ermee leven dat die weerstand oproept. Vrijheid van meningsuiting kost wat. Ze bestaat niet als iedereen het met elkaar eens is. Maar de vrijheid van meningsuiting heeft grenzen. Die beginnen daar waar gehaat wordt, waar haat gepredikt wordt, waar waarden van andere mensen aangetast worden.” Daartegen moeten we ons te weer stellen, voegde ze er aan toe. Anders is onze maatschappij niet meer de vrije samenleving die ze was. 
 
De tv-verslaggever vroeg dóór. En misschien begint het daar wel mee. Toon interesse, vraag door. “Misschien zeg ik het wel te makkelijk, dat je niet alles meer kunt zeggen”, zei de laatste ondervraagde. “Misschien is dat eigenlijk wél zo.” “Wat heerlijk”, zei de verslaggever. En zo is dat.
 
Ruth Peetoom is uitgever van Het Goede Leven
 

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief