De slavendrijver, dat ben ik

Er werken meer slaven voor ons dan we vermoeden. Hoe pak je de slavendrijver in jezelf aan?
Het welzijn van postbezorgers doet er minder toe dan de snelheid van leveren. Foto: ANP
Het welzijn van postbezorgers doet er minder toe dan de snelheid van leveren. Foto: ANP
In een brainstormgroepje voor de Michazondag 2020 - met aandacht voor armoede en onrecht - praatte ik mee over moderne slavernij als mogelijk onderwerp. Dat leidde tot een schrikbarende ontdekking

We kregen als tip om via de website Slavery Footprint uit te laten rekenen hoeveel slaven je voor je had werken. Tot mijn stomme verbazing bleek het in mijn geval om 36 slaven te gaan! Ik schrok ervan. 

Deze oefening was niet lang nadat ik met een specialist mensenhandel om de tafel had gezeten om te spreken over een mogelijke rol van de kerken. Bovendien had ik een paar maanden daarvoor zelf gepreekt uit het bijbelboek Filemon waarbij ik ontdekte dat er vandaag de dag meer slavernij is dan in die zwarte dagen van de transatlantische slavenhandel (±1500-1873) waar maar liefst tussen de 12 en de 15 miljoen slaven werden gebruikt. Zo leerde ik dat er in 2014 wereldwijd naar schatting 35,8 miljoen mensen als slaaf zouden leven. Misselijkmakende getallen. 

Hoe kom ik aan 36 slaven?

Jammer genoeg liet de eerder genoemde website niet zien hoe ik aan die 36 slaven kwam. Als gezin zonder vaatwasser wassen we zelf af, we betalen onze huishoudelijke hulp, we maken geen gebruik van sekswerkers en ik koop zoveel als haalbaar fairtrade of direct trade producten. Hoe kom ik in vredesnaam aan 36 slaven die kennelijk op de een of andere manier voor me werken? We kwamen er in ons groepje niet uit en ook thuis wist niemand me te vertellen waar dat aan zou kunnen liggen. Totdat ik afgelopen zaterdag met mijn oudste dochter naar de film ging. 

We bezochten de film Sorry, we missed you van de 83-jarige, Britse filmregisseur Ken Loach. Deze regisseur had in een aantal vorige films een enorme indruk achtergelaten (I, Daniel Blake en My name is Joe), waar hij misstanden in onze cultuur aan de kaak stelde door het leven van gewone mensen te laten zien. Ook in deze film is dit weer het thema en het resultaat greep ons bij de keel. 

Een kansloos bestaan

Ricky, een bouwvakker die tijdens de crisis zijn baan heeft verloren, woont samen met zijn vrouw Abby en hun twee kinderen in Newcastle. Abby werkt lange dagen in de thuiszorg, Ricky verdient sinds zijn ontslag als gevolg van de economische crisis bij met verschillende klussen. Om rond te kunnen komen gaat Ricky aan de slag als pakketbezorger, maar daarvoor moet hij wel eerst - op afbetaling - een bestelbusje kopen. Wat een kans had moeten zijn op een betere toekomst, wordt al gauw een molensteen om de nek van het gezin.

Ineens zag ik waar een groot deel van ‘mijn slaven’ vandaan komen. Ze werken bij al die pakketdiensten die er voor zorgen dat ik mijn producten lekker snel thuisbezorgd krijg. Alles wordt geklokt, de snelheid van leveren is heilig en het welzijn van de werknemers (soms zzp’ers) doet er minder toe dan de kwaliteit van de dienstverlening. In de film zien we Ricky soms rennen naar een voordeur waar iets afgeleverd moet worden, want op te laat bezorgen zit een boete en die dient hij zelf te betalen. De ritten zijn zo krap gepland dat er geen tijd is voor een basale plaspauze; Ricky en zijn collega’s hebben een fles achterin de bestelbus liggen waar ze even snel een plas in kunnen doen. 

De ziekte van onze tijd

De film laat de ziekte van onze tijd zien: diensten boven mensen. En hoewel Ricky ‘eigen baas’ is, is hij een moderne slaaf. Geen vakantiedagen, bij ziekte zelf vervanging betalen, als de scanner kapot gaat zelf betalen en altijd maar rennen. Ook het beeld dat van de thuiszorg wordt geschetst, kennen we uit de verhalen. Een beperkt aantal minuten per cliënt, nauwelijks tijd voor echte menselijke aandacht en onmenselijke taferelen van mensen die stuk gaan aan eenzaamheid. Dat wordt pijnlijk zichtbaar als een cliënt van Abby expres haar bord eten op de grond laat vallen zodat Abby langer bij haar kan blijven. 

De afgelopen dertien jaar werkte ik in de kerk; sinds een jaar ben ik directeur van een christelijke netwerkorganisatie. Het mooie pastorale en geestelijke werkritme dat ik had, is verdwenen. De dagen zitten vol met allerlei vergaderingen en to do punten die elkaar in snel tempo opvolgen. Geen bel die de werknemers oproept voor het middaggebed, maar een bel die het volgende bezoek aankondigt. Ik moet na twaalf maanden nog steeds wennen aan het tempo dat deels wordt bepaald door de onverbiddelijke WhatsAppjes waarmee mijn telefoon volstroomt. Hoe vrij ben ik zelf eigenlijk?

Waar is het misgegaan?

Sla een willekeurige krant of een tijdschrift open en de artikelen over slimmer werken, burn-out en meditatie staren je aan. We hebben als samenleving een groot probleem. We willen alles! En we willen het nu! Wachten past bij een lang vervlogen tijd. We willen niet meer wachten. We eten snel, lopen snel, werken snel, rijden snel en proppen onze dagen vol met van alles en nog wat. Als we dan ergens even niets te doen hebben stoppen we die ‘wachttijd’ vaak vol met het staren naar onze smartphone. Zelfs in de rij bij de supermarkt lezen we onze WhatsApp berichten. Wat is er mis met ons? We zijn hier domweg niet voor gemaakt!

Mijn vader was automonteur. Hij werkte lange dagen, maar was in het weekend altijd vrij voor het gezin. Ons gezin richtte zich vooral op het dorp waar we woonden en veel gereisd werd er niet. Reizen was duur en je had toch al voldoende te doen in het slaperige tuindersdorp waar ik opgroeide. We speelden altijd buiten, tenzij de regen uit de hemel stroomde. Waar we konden, voetbalden we. Mijn vriendjes waren er altijd. Immers, na schooltijd was iedereen vrij. Er waren geen volle agenda’s. We verveelden ons soms te pletter, maar druk waren we zelden. Uitstapjes naar een grote stad waren op een hand te tellen. Het leven was eenvoudig en overzichtelijk. 

De slavendrijver ben ik zélf!

Al mijmerend over moderne slavernij kijk ik terloops in de etalage waar ik langsloop en daar ontdek ik het! In dat overbekende gezicht dat in de loop der jaren steeds ouder is geworden, zie ik het gelaat van een slavendrijver. Ik ben het zelf die grenzeloos meedraait in deze dolgedraaide wereld! De sleutel tot verandering ligt in mijn eigen hand. Alleen ik ben in staat om te kiezen: gejaagd meebewegen of meer afstand nemen. Niet mijn leven laten leiden door de omstandigheden die ik regelmatig de schuld geef van mijn drukte, maar zelf de teugels van mijn leven in handen nemen. 

Ik sta het allemaal zelf toe en kennelijk beschadig ik niet alleen mijzelf, maar neem ik in mijn val ook nog eens 36 onschuldige slaven mee! Hoewel ik niet in staat ben om de onderdrukkende systemen van deze wereld omver te werpen, kan ik wel zorgen dat mijn leven anders is dan de gemiddelde levens om mij heen. Slaafvrij, stressvrij, onrechtvrij, vrij van drukte en vooral: gefocust op God. Ineens komen de mysterieuze woorden van Jezus uit Johannes 5 in mijn gedachten: ,,Uit zichzelf kan de Zoon niets doen. Maar hij ziet wat de Vader doet, en hij doet dan precies hetzelfde.” (Bijbel in Gewone Taal)

Zou dat de uitweg zijn? De exodus van de moderne slaven? Meer rust en contemplatie? Gewoon een boek kopen bij de lokale boekhandel en dan maar een paar dagen wachten als het niet op voorraad is? Stoppen met WhatsApp en al die drukte om onszelf steeds maar zichtbaar te houden op social media zodat we zeeën van tijd overhouden die we misschien zouden kunnen inzetten om eenzame mensen te bezoeken zodat de mensen van de thuiszorg vooral andere zorg kunnen verlenen. Lekker lang luisteren naar mensen van een andere generatie om te leren dat ook zij hun worstelingen kennen. 

Ik wil op weg naar een slaafvrij leven, maar dan zal ik moeten beginnen om de slavendrijver in mezelf van zijn taak te ontheffen. En vandaag ben ik daarmee begonnen.

Jan Wolsheimer is directeur van Missie Nederland.


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief