Justitiepastoraat verbindt gedetineerden met de samenleving

Het justitiepastoraat, dat in 2019 zeventig jaar bestaat, brengt gedetineerden in contact met de samenleving.
In het najaar van 2019 vierden het rooms-katholiek en het protestants justitiepastoraat hun 70-jarig jubileum. Deze vorm van pastoraat ontstond na de Tweede Wereldoorlog voor mensen die met de Duitse bezetter hadden samengewerkt. In de afgelopen zeventig jaar heeft het justitiepastoraat zich ambtelijk en professioneel ontwikkeld met een groot bereik onder de gedetineerden en inmiddels ook ex-gedetineerden. Waarin zit de maatschappelijke betekenis van het justitiepastoraat?

Betekenis voor gedetineerden

Veel gedetineerden bezoeken de zondagse kerkdiensten, de groepsgesprekken en hebben persoonlijk contact met de pastor. Nogal eens wordt gedacht dat zij naar de kerk komen om even uit hun cel te zijn. Natuurlijk zal dat ook meespelen. Dat is ook heel begrijpelijk, want ze zijn helemaal afgesloten van de buitenwereld. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat zij de kerkdiensten allereerst bezoeken om religieuze en sociale redenen. Zij zoeken steun bij God. Zo kwam een Antilliaanse gedetineerde vlak voor de kerkdienst naar me toe, toen ik gevangenispredikant was. Hij liet me een foto van z’n oma zien. ,,Ze heeft me nooit laten vallen en als ik in detentie was, kwam ze me altijd bezoeken” zei hij. ,,Vijf jaar geleden is ze overleden. Ze was de liefste die ik had. Vandaag zou het haar verjaardag zijn. Ik wil u vragen of ik deze foto van oma op de tafel bij de Paaskaars mag zetten om zo te zien dat ze leeft bij God.” 

Naast steun bij God zoeken ze ook sociaal contact met elkaar en de vrijwilligers van de kerk van buiten. Die vrijwilligers laten hen voelen dat ze er ondanks de muren bij blijven horen. Verder is het ambtsgeheim van belang. Daardoor kunnen ze vrij en veilig met de pastor spreken over wat hun ziel beroert.

Maatschappelijke betekenis

Met het justitiepastoraat zijn de kerken verbonden. Vrijwilligers en pastores koppelen hun ervaringen daar terug. Dat betekent dat door het justitiepastoraat brede samenlevingsverbanden georiënteerd zijn op de straftenuitvoerlegging. Het justitiepastoraat draagt daardoor bij aan de integratie daarvan in de samenleving. Steeds meer wordt het belang van deze verbinding met de samenleving gezien voor het terugdringen van de criminaliteit. Veel recidive ontstaat door gebrek aan motivatie en binding met de samenleving. Gemeenschappen van buiten kunnen de motivatie en de binding versterken. Door de samenleving binnen te halen kan er al tijdens de gevangenschap een basis worden gelegd voor een nieuw begin zonder criminaliteit.

Nazorg

Het justitiepastoraat heeft in samenwerking met de kerken veel nazorginitiatieven ontwikkeld, zoals Exodus en Kerken met Stip. Exodus ontstond in 1981 zonder financiële middelen met een kleinschalig  Open Huis. Justitiepastores konden mensen met wie ze contact hadden, ernaar verwijzen. Inmiddels is Exodus een grote landelijke organisatie met tien huizen voor begeleid wonen en vervolgbegeleidingstrajecten. In de Exodushuizen worden jaarlijks zo’n 500 ex-gedetineerden begeleid. Verder heeft Exodus 1500 vrijwilligers die  gedetineerden individueel en in kerkdiensten bezoeken. In het Ouders, Kinderen en Detentieprogramma (OKD)worden gedetineerde ouders en hun kinderen met elkaar in contact gebracht. Dit project heeft een grote vlucht genomen en heeft nu vader- en kindbijeenkomsten in gevangenissen door het hele land. In Exodus werken inmiddels meer dan 200 professionele medewerkers. Exodus is niet meer weg te denken. De kerken hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling ervan. 

Een ander project is Kerken met Stip. Dat is een landelijk netwerk van kerken die gastvrij willen zijn voor ex-gedetineerden en hun familie. Aan Kerken met Stip nemen protestantse, rooms-katholieke, evangelische en migrantenkerken deel. Het netwerk is ontstaan om gedetineerden na hun detentie met een kerk in contact te brengen. Kerken met Stip heeft een diaconaal pastor die bemiddelt tussen een gedetineerde en een kerk in zijn of haar woonplaats. Gedetineerden kunnen tijdens de detentie contact met haar opnemen om zo samen te zoeken naar een kerk in de buurt waar ze wonen. 

Er wordt vraaggericht gewerkt, dat wil zeggen dat centraal staat wat gedetineerden zoeken. Aan de ontvangende kerk wordt gevraagd daar op in te spelen. Het kan gaan om de behoefte aan een steunend contact voor een praatje, een bakkie koffie, of met iemand meegaan naar een instelling. Ook zijn er ex-gedetineerden die kerkdiensten gaan bezoeken of die deelnemen aan activiteiten zoals maaltijdavonden. In de Silokerk in Utrecht zijn ex-gedetineerden actief lid geworden van de kerk en verrichten ze daar taken.  

Albert zocht een kerk

Op de jubileumbijeenkomst van 70 jaar justitiepastoraat vertelde diaconaal pastor Hendrine Verkade van Kerken met Stip over een begeleidingscontact met Albert. Op verzoek van een justitiepredikant bezocht ze hem in de gevangenis. Hij zoekt een kerk om na zijn detentie naar toe te kunnen gaan. Hij hoopt daar op een steuntje in de rug en hij wil meer weten over God. De pastor benadert de kerkvrijwilliger Gert die in de buurt woont waar Albert naartoe gaat.

Als Albert vrijkomt, spreekt Gert regelmatig met hem af en hij leert ook zijn familieleden kennen. Ook gaat hij met Albert mee naar de kerk en naar een bijbelkring. Albert heeft geen eigen woning en hij verblijft bij diverse familieleden, of hij slaapt op de bank in het huis van zijn ex-vrouw en hun dochtertje. Na een halfjaar krijgt Albert een woning, met begeleiding vanwege zijn lichamelijke en psychische beperkingen. 

De pastor belt Gert regelmatig om te horen hoe het gaat. Na een tijdje vertelt Gert dat Albert een tijdje een pauze wil inlassen. De pastor gaat af en toe een kopje koffie drinken met Albert om het contact met hem niet te verliezen. Zo ontmoet ze ook zijn dochtertje. Ze ziet dat ze dol zijn op elkaar. Tijdens de bezoekjes hoort de pastor  waarom Albert geen contact meer wil met Gert. Het blijkt dat hij het in de kerk van Gert niet fijn vindt. ‘Ik ben anders en ik voel me er niet thuis’, zegt hij.

De pastor overlegt met Gert om te kijken naar andere mogelijkheden. Gert zoekt Albert weer op en stelt voor samen naar een andere kerk te zoeken. Ze vinden samen zo’n kerk en ze gaan daar ook samen heen. Na een tijdje wil Albert gedoopt worden. De datum staat gepland, maar de zaterdag voor zijn doop haalt de politie hem op. Hij moet nog een openstaande straf uitzitten. Albert is in de gevangenis heel erg van slag.  Hij mist zijn dochtertje. Gert en de familie zorgen er voor dat Albert regelmatig bezoek krijgt. Leden van de kerk sturen een kaartje.  De pastor gaat met zijn dochtertje bij hem in de gevangenis op bezoek, waar hij erg van opknapt. Albert is ervan onder de indruk dat zoveel mensen moeite voor hem doen nu hij in de gevangenis is. Na ruim drie maanden komt Albert weer vrij. Hij gaat ook weer naar de kerk. Met Pinksteren is hij gedoopt; een emotioneel gebeuren voor iedereen. 

Inspiratieprijs

Niet lang na deze doopdienst werd Kerken met Stip genomineerd voor de jaarlijkse KANS-inspiratieprijs van het KANS-fonds en de KRO-NCRV. In een tv-filmpje dat hiervoor werd gemaakt, vertelt Albert over de betekenis dat het contact met de kerk voor hem heeft. In een overvolle Sint Catharinakathedraal in Utrecht kreeg Kerken met Stip de eerste prijs, die samen met Albert en Gert  in ontvangst werd genomen. Onderdeel van de prijs is een beeld van de heilige Christoffel, de beschermheilige van de reizigers. Ook de reizigers op de levensweg kunnen erin worden gezien. Die reizigers kunnen vastlopen en dan is het goed dat er mensen zijn die zich over hen ontfermen en hen toerusten om hun levensreis te kunnen vervolgen.

Jan Eerbeek is emeritus-hoofdpredikant Ministerie Justitie en Veiligheid, oprichter van Exodus en voorzitter van Kerken met Stip.


Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief