Is een goed leven ook een moreel leven?

Betekenisvol leven botst soms met moreel optimale keuzes. Ethicus Rob Compaijen over lastige dilemma’s.
Een moreel dilemma: zelf genieten van een natuurwandeling of een ander helpen als taalmaatje? Foto: ANP
Een moreel dilemma: zelf genieten van een natuurwandeling of een ander helpen als taalmaatje? Foto: ANP
Meer dan ooit komen we de uitdrukking ‘het goede leven’ tegen. Waarin bestaat dat eigenlijk, het goede leven? Wanneer we die vraag aan mensen voorleggen, zullen we veel verschillende antwoorden ontvangen.

Mensen zullen voor 'het goede leven' verwijzen naar vriendschappen, liefdesrelaties, zinvol werk, hobby’s, vakantie, bezoek aan musea, enzovoorts, maar ook naar het spreken van de waarheid, tolerant zijn, het nakomen van beloftes, zorg dragen voor kwetsbare mensen, enzovoorts. Voor de meeste mensen bestaat er gevoelsmatig een verschil tussen de eerstgenoemde zaken (vóór het ‘maar ook’) en de laatstgenoemde zaken. Dat heeft met de rijke betekenis van het begrip ‘goed’ te maken: daaronder verstaan we zowel datgene wat betekenisvol is en gelukkig maakt (de eerstgenoemde zaken) als datgene wat moreel goed is (de laatstgenoemde zaken). In de ethiek wordt er daarom vaak onderscheid gemaakt tussen het morele leven en het goede leven. 

Het goede en het morele leven kunnen flink botsen

Hoe moeten we de verhouding tussen het morele leven en het goede leven begrijpen? Een goede reden om die vraag te stellen is dat er (diepgaande) conflicten lijken te kunnen bestaan tussen beide. Het geld dat ik uitgeef aan hobby’s en vakantie zou bijvoorbeeld uitstekend gebruikt kunnen worden voor projecten die schrijnende armoede bestrijden. En de tijd die ik investeer in vriendschappen kan ik ook heel goed besteden door mensen te bezoeken die geen vrienden hebben. Het lijkt er dus sterk op dat de eisen van de moraal kunnen schuren met onze gehechtheid aan activiteiten en mensen die ons leven betekenisvol en/of gelukkig maken. En dat roept de vraag op: hoe moet ik kiezen wanneer ik geconfronteerd wordt met een conflict tussen mijn gehechtheid aan zulke activiteiten en mensen aan de ene kant, en de eisen van de moraal aan de andere kant? 

De natuur in of taalmaatje worden?

Laat ik, voordat ik een filosofische visie op deze thematiek bespreek, eerst een persoonlijk voorbeeld uitwerken om de problematiek scherp te krijgen. Mijn vrije tijd besteed ik graag in de natuur. In het bijzonder ga ik graag vogels kijken. Het contrast met mijn universitaire baan ervaar ik als heilzaam: vogels kijken brengt me naar buiten, dwingt me te bewegen, en in plaats van mijn hersenen te kraken ben ik één en al oog en oor. Het gevoel in de natuur tamelijk nietig en overbodig te zijn, staat bovendien in groot contrast met de ambitie en eerzucht die ik binnen de academie bij mezelf bespeur. Kortom: voor mij is tijd doorbrengen in de natuur iets dat mijn leven voor een belangrijk deel van zin en betekenis voorziet. Het is een wezenlijk onderdeel van wat ik, voor mezelf, als een goed leven beschouw. 
 
Welnu, kan ik de tijd die ik doorbreng in de natuur, niet beter besteden door me in te zetten voor zaken die, gezien vanuit het grotere en minder persoonlijke perspectief van de moraal, van meer belang zijn? Ik kan bijvoorbeeld taalmaatje worden voor iemand die onlangs in de buurt is komen wonen, of vrijwilligerswerk gaan doen bij een dagbesteding voor mensen met dementie. Vraagt de moraal mij niet mijn in het licht van de eeuwigheid ongetwijfeld tamelijk futiele ‘project’ - een term die de Britse filosoof Bernard Williams gebruikt om te verwijzen naar activiteiten die ons leven van zin en betekenis voorzien - van tijd doorbrengen in de natuur op te geven?
 
Soms bemerk ik bij mezelf een nog radicalere versie van deze gedachtegang. Wat is nu eigenlijk, moreel gezien, de waarde van mijn leven als academisch filosoof? Zou ik niet veel meer kunnen betekenen voor andere mensen - of voor de natuur – als ik deze carrière zou opgeven en mijn leven fundamenteel anders zou invullen?

Drie visies op het conflict

Wanneer ik de vraag stel naar de verhouding tussen het morele leven en het goede leven, denk ik dus aan kwesties zoals deze. Iedereen kan ongetwijfeld voorbeelden bedenken van de manier waarop deze problematiek in het eigen leven een rol speelt. Ethici die zich met deze thematiek bezighouden, maken onderscheid tussen vijf verschillende manieren waarop we die verhouding kunnen begrijpen. Twee daarvan gaan ervan uit dat er eigenlijk geen conflict kan bestaan tussen goed leven en moreel leven, maar omdat we volgens mij goede reden hebben om aan te nemen dat dergelijke conflicten wel degelijk bestaan, laat ik ze hier onbesproken. De resterende drie visies kunnen we dan als volgt samenvatten. 
 
1. Het goede leven is belangrijker dan het morele leven.
Deze visie zegt: als je geconfronteerd wordt met het conflict tussen het goede leven en het morele leven, kies dan voor het goede leven. Het is, wanneer je voor de keuze staat, altijd belangrijker om te kiezen voor een gelukkig en/of betekenisvol leven dan om je te schikken naar de eisen van de moraal. Deze visie wordt nogal eens aan Friedrich Nietzsche toegeschreven en lijkt ingegeven te zijn door het idee dat de eisen van de moraal onze vrijheid inperken en ons (of: het) leven verarmen.
 
2. Het morele leven is belangrijker dan het goede leven.
Deze visie zegt: als je geconfronteerd wordt met het conflict tussen het goede leven en het morele leven, kies dan voor het morele leven. Het is, wanneer je voor de keuze staat, altijd belangrijker om je te schikken naar de eisen van de moraal dan te kiezen voor een gelukkig en/of betekenisvol leven. In de Engelstalige literatuur over ethiek wordt in dit verband gesproken over de overridingness van de eisen van de moraal. Deze visie erkent wel dat het vervelend voelt wanneer het handelen in lijn met de eisen van de moraal je leven minder gelukkig of betekenisvol maakt, maar stelt daartegenover dat dat strikt genomen irrelevant is: het enige dat telt, is of jij het moreel juiste doet. 
 
3. Soms is het goede leven belangrijker, soms het morele leven.  
Deze visie zegt: het staat niet op voorhand vast welke keuze we moeten maken. Er kunnen goede redenen zijn om voor het goede leven te kiezen maar ook om voor het morele leven te kiezen. Hoe de keuze uit zou moeten vallen, hangt af van de aard van de keuze, van wie ik ben als deze unieke mens, van de fase in mijn leven waarin ik me bevind, van de mensen om me heen voor wie ik een verantwoordelijkheid heb, enzovoorts. 
 
De eerste visie lijkt me heel problematisch. Zo gemakkelijk kunnen we de eisen van de moraal niet naast ons neerleggen (zelfs niet als we zouden willen). Wat mij betreft is de werkelijke kwestie dan ook of we voor de tweede of de derde visie moeten kiezen. Moeten morele overwegingen altijd doorslaggevend zijn, of mogen we soms ook het meeste gewicht toekennen aan onze gehechtheid aan activiteiten en mensen die ons leven gelukkig en/of betekenisvol maken?    

Morele overwegingen tellen zwaar

Er bestaat in de ethiek een sterke neiging om te zeggen dat, in het geval van een conflict, de eisen van de moraal altijd voorrang hebben. Welnu, morele eisen zoals de eis om je aan je beloftes te houden of de eis om behoeftige anderen behulpzaam te zijn, wegen heel zwaar. We voelen allemaal aan dat we uitzonderlijk goede redenen nodig hebben om ze terzijde te kunnen schuiven. En wanneer we menen een morele eis (zoals de eis de waarheid te spreken) terzijde te kunnen schuiven, doen we dat doorgaans met een beroep op een andere morele eis (zoals de eis zorg te dragen voor behoeftigen) waarvan we vinden dat die, in dit geval, zwaarder weegt – en dat versterkt nog eens de gedachte van de kracht van morele overwegingen. 

Het is onredelijk de moraal bij voorbaat voorrang te geven

Ondanks het grote belang van de eisen van de moraal denk ik echter dat ze niet altijd voorrang mogen hebben, zoals de tweede visie verdedigt. Dat zou namelijk betekenen dat we steeds bereid moeten zijn onze gehechtheid aan die activiteiten of mensen die ons leven gelukkig en/of betekenisvol maken op moeten geven, zodra (en voor zover) ze conflicteren met de eisen van de moraal. Maar dat is een onredelijke eis. Het is onredelijk om van mensen te eisen dat ze datgene opgeven wat maakt dat ze überhaupt door willen gaan met leven. Dat wil helemaal niet zeggen dat de eisen van de moraal niet belangrijk zijn. Het zegt alleen dat het niet bij voorbaat vaststaat dat de eisen van de moraal zwaarder wegen dan onze gehechtheid aan activiteiten en mensen die ons leven gelukkig en/of betekenisvol maken. Er zijn, met andere woorden, situaties waarin een keuze tegen de eisen van de moraal een goede keuze is. 
 
In deze tekst heb ik op een fundamentele menselijke ervaring gewezen: we bevinden ons nogal eens in situaties waarin we onszelf geconfronteerd weten met een conflict tussen de eisen van de moraal en onze gehechtheid aan activiteiten en mensen. We willen recht doen aan beide aspecten van goed leven, maar soms is een keuze voor het één een keuze tegen het ander. Ik denk dat we daarom moeten erkennen dat er een diepe tragiek kleeft aan onze pogingen het goede leven te realiseren. 
 
Rob Compaijen is ethicus en betrokken bij het Moral Compass Project van de PThU. Klik hier voor meer informatie over het Moral Compass Project.
 

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief