Vertrouwen in het Malieveld

Net als het Malieveld zal de samenleving zich herstellen. Maar dan moet er wel vertrouwen in professionals zijn.
Het Malieveld ligt er omgewoeld bij. Platgetrapt en uit elkaar gereden door trekkers en bouwvoertuigen. Het heeft duizenden en duizenden schoenen en laarzen over zich heen gehad. Er is zelfs vervuilde grond op uitgestort. In toenemende mate kreeg ik medelijden met dit veld. Als inwoner van Den Haag heb ik de protesten van de afgelopen tijd bijna aan den lijve meegemaakt. Nu de rust enigszins weerkeert, probeer ik op een rijtje te krijgen wat er aan de hand is.

Een paar maanden geleden stond ik zelf op het Malieveld. Met een groot aantal collega’s uit het wetenschappelijke onderwijs. We zijn het zat om eindeloze overuren te maken, om steeds meer te moeten leveren met steeds minder middelen, om gehouden te zijn aan protocollen die bedoeld zijn om uit te sluiten dat wij misbruik maken van het belastinggeld waarmee wij betaald worden. Het hoger onderwijs is alleen bepaald niet de enige sector van de samenleving die het zat is.

Protocollisering in de zorg

Ook de zorg betrad het Malieveld, zij het met meer zorg dan de latere demonstranten. De zorg lijdt nog meer onder geldgebrek en protocollisering. Te weinig handen aan bedden en rolstoelen, te veel regels waaraan zorgverstrekkers zich moeten houden, te veel marktwerking en te weinig vertrouwen in de professionaliteit van de mensen die zorg verlenen. Hetzelfde geldt voor het basisonderwijs en voor het voortgezet onderwijs. In een gesprek over de kwaliteit van het onderwijs merkte onlangs iemand terecht op: de gegarandeerde aanwezigheid van een leerkracht is wel de belangrijkste voorwaarde om te kunnen werken aan kwaliteit. 

De afgelopen weken waren het boeren en bouwers die het Malieveld betraden. Uitzonderingen daargelaten ging het bij alledrie de gelegenheden zo ongeveer vlekkeloos. Dat ik mijn woonwijk niet in of uit kon was een logisch effect van de acties. Daar heb ik niet zoveel last van. Waar ik wel last van heb, is het onbehaaglijke gevoel dat er heel veel mensen heel erg boos zijn.

Ik mijn pogen om te begrijpen wat er aan de hand is, kijk ik allereerst naar de boeren. Ik mag dan in Den Haag wonen en in Amsterdam werken, ik ben opgegroeid tussen de boeren van Oudwoude en Westergeest, waar mijn vader dominee was. Ik heb een onwaarschijnlijk gelukkige jeugd gehad en dat dank ik voor een groot deel aan de boeren om ons heen. Ik speelde met mijn vriendjes — bijna allemaal boerenzonen — in de weilanden. We gingen fierljeppen, vissen en wat je als kind al niet meer doet. Ik heb geleerd om koeien te melken (of ik het nog steeds zou kunnen, weet ik niet). Ik ben bij de geboorte van diverse kalveren geweest. Ik heb in overalls met laarzen gelopen en ik was gelukkig. 

Geen beroep maar een roeping

Intussen ben ik al elf jaar hoogleraar in Amsterdam en woon ik al decennia (weer) in de Randstad. En wat ik mij door het boerenprotest opnieuw ben gaan realiseren, is dit: boer zijn is geen beroep, maar een wijze van leven. Dat is in hoge mate vergelijkbaar met het leven van een wetenschapper. Ook daar geldt: je bent je vak. Bij boeren is dat misschien nóg sterker: het bedrijf wordt vaak overgenomen van generatie op generatie en niet alleen het werk, maar ook de traditie van deze wijze van leven vererft. 

Boeren, wetenschappers, medewerkers in de zorg, meesters, juffen, leraren en leraressen: in al deze beroepsgroepen draait het om roeping. Je vak is geen bezigheid van 38 uur per week, maar het bepaalt wie je bent. Precies in al deze beroepsgroepen gaat het om mensen die hun ziel en zaligheid leggen in wat ze doen en wie ze zijn. Wat is er dan aan de hand dat juist deze beroepsgroepen zo boos zijn?

Instrumentalisering. Dat is, in één woord, het antwoord. In een economisch systeem waarin de mens wordt gebruikt als middel in plaats van doel, komt er uiteindelijk een moment waarop duidelijk wordt dat het zo niet langer kan. De mens is namelijk geen middel om hogere productie te realiseren, om resultaten te genereren, om te komen tot efficiënte zorgverlening. Wie mensen wel als zodanig beschouwt en behandelt, ontkent de eigen verantwoordelijkheid van de professionals en miskent hen als verantwoordelijke mensen. Uiteindelijk ligt daar, naar mijn idee, de oorsprong van de boosheid.

Drie vormen van duurzaamheid

Is het dan slecht dat mensen aangeven dat het zo niet langer kan? Volgens mij niet. Een gezonde, levensvatbare samenleving heeft drie vormen van duurzaamheid nodig. Er is ecologische duurzaamheid - daarvan zijn de meeste mensen intussen wel overtuigd. Ook boeren die boos zijn uit angst dat de oplossing van het stikstofprobleem uitsluitend bij hen wordt neergelegd, snappen heel goed dat onze natuur het zwaar heeft en dat we met elkaar maatregelen moeten nemen om natuur en milieu te beschermen. Een tweede vorm van duurzaamheid is financiële duurzaamheid. Na de bankencrisis van 2007/2008 had ik de hoop dat zelfs de hardste kapitalisten binnen de financiële wereld zouden begrijpen dat spreiding van winst, verdeling van mogelijkheden en beteugeling van speculatie zullen bijdragen aan een stabiel systeem. Intussen twijfel ik daaraan en vrees ik een volgende crisis die voortkomt uit hebzucht. En dan nu de derde vorm van duurzaamheid: de sociale duurzaamheid. We staan voor de opgave een inclusieve samenleving te bouwen waarin iedereen haar plek kan vinden.

Sociale duurzaamheid betekent: geen mensen uitsluiten. Het betekent ook dat je de lasten voor het oplossen van een stikstofprobleem - nodig in verband met de ecologische duurzaamheid - niet eenzijdig bij slechts een beroepsgroep neerlegt. Het betekent een samenleving waarin we vluchtelingen en asielzoekers die dat echt nodig hebben, een hand reiken en een thuis bieden. 

Er is nieuw vertrouwen nodig

Terug naar het Malieveld. Dit grasvlak heeft al veel overleefd. Zo was er het concert van de Rolling Stones dat ik bijwoonde in 1998. Bruce Springsteen trad er op, net als Pink. Jarenlang werd de Pasar Malam er gehouden en nu staat Cirque du Soleil er opgesteld. Het gras zal zich herstellen, net als onze samenleving zich zal herstellen van de turbulentie die we nu meemaken. En toch is daarvoor nog een ding nodig: vertrouwen. De samenleving is gereguleerd vanuit wantrouwen, alsof iedereen in principe alles fout wil doen. We hebben controlemechanismen opgebouwd waardoor professionals worden gedwongen te bewijzen dat ze het goed hebben gedaan. En deze protocollisering draagt bij aan de collectieve boosheid.

Het Malieveld ligt er geschonden bij. En toch heb ik er vertrouwen in dat het goed komt met de grasmat. Het zal zich herstellen en over een tijdje kunnen de inwoners van Den Haag weer genieten van een mooie groene vlakte. Op dezelfde manier heb ik vertrouwen in onze professionals, of het nou gaat om boeren, verpleegsters, andere zorgverleners, juffen, meesters, leraren en leraressen of mijn directe collega’s in het hoger onderwijs. Geef mensen tijd en vertrouwen, dan zijn al deze geroepen krachten in staat om zelfs grote problemen op te lossen. Met voldoende vertrouwen zal de samenleving zich herstellen. Net als het Malieveld.

Bert Jan Lietaert Peerbolte is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Vrije Universiteit.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief