Het midden des vaderlands

Stefan Paas, scheidend Theoloog des Vaderlands, bezint zich op zijn rol, op Twitter en op de rechtsstaat.
Twitter is voor mij een serieus medium, waar je vaak boeiende en inhoudelijke discussies hebt met mensen die je in het dagelijks leven niet zomaar tegen het lijf loopt. Je kunt er snel veel mensen bereiken en het is, zoals iedere journalist weet, ook een visvijver voor de media.

Wie een enigszins opmerkelijke opvatting plaatst op sociale media, kan zomaar een telefoontje verwachten van een krant of de radio. En als dat weer interessant genoeg is, volgt soms de tv – de Olympus van aandachtminnend Nederland. Voor een Theoloog des Vaderlands is dat allemaal niet verkeerd, want het is nu eenmaal een publicitaire rol. Het is mijn taak om de theologie zichtbaar te maken in de publieke arena, en dat lukt tegenwoordig niet zonder de combinatie van sociale media en klassieke media. Twitter is mijn zeepkistje, zogezegd.

Hoe je zo’n rol invult, hangt onder meer van persoonlijke interesses af. En van wat er op je weg komt. In de afgelopen maanden mocht ik bijvoorbeeld op het Jeugdjournaal (als ‘Paas-deskundige’) uitleggen wat Pasen betekent. En ik mocht een tv-programma presenteren over de Nationale Synode in Dordrecht. De Nashville-verklaring vroeg aandacht, de CBS-cijfers over religie, en zo was er van alles. Mijn inzet daarbij is steeds dat ik niet zozeer een bepaalde ‘achterban’ vertegenwoordig, maar mijn best doe om theologische gezichtspunten of kennis van het christendom uit te leggen aan een breed publiek.

Maar ik ben ook veel bezig met politiek, in mijn ogen een belangrijke bijzaak voor christenen. Daarbij gaat het me vooral om de rechtsstaat – dat prachtige bouwsel van scheiding der machten, regeringen die onder de wet staan, erkenning van de fundamentele gelijkheid van mensen, en bescherming van hun individuele vrijheden (grondrechten). Ik beschouw de rechtsstaat als minstens voor een belangrijk deel als christelijk cultuurgoed. Natuurlijk hebben ook andere invloeden eraan bijgedragen, maar zoals ik in mijn boek Vrede stichten (2007) betoog: de ontwikkeling van de rechtsstaat is niet los te denken van onze christelijke geschiedenis. Daarbij hoort naar mijn overtuiging ook het opkomen voor de instituties die onze rechtsstaat schragen en voeden: het parlement, de serieuze media, de rechtspraak, internationale verdragen, de wetenschap, en religieuze organisaties. 

Roekeloze ondermijning van de rechtsstaat

Die steun hoeft uiteraard niet kritiekloos te zijn – politiek is mensenwerk, en er gaat een hoop mis – maar ik neem afstand van een politieke stijl die momenteel hand over hand toeneemt. De groei van die populistische stijl gaat gepaard met roekeloze ondermijning van de rechtsstaat en een chronisch wantrouwen zaaien aan instituties. 

Wie mijn bijdragen op Twitter volgt vanuit een niet al te gepolariseerde houding, kan volgens mij ook vaststellen dat ik deze stijl bekritiseer zowel ter linker- als ter rechterzijde. Ik doe dat vooral (eigenlijk haast uitsluitend) bij politieke leiders, juist vanwege hun voorbeeldfunctie en hun macht. Als de Partij voor de Dieren opnieuw een poging doet om de godsdienstvrijheid aan te tasten met een verbod op ritueel slachten, protesteer ik. Als mevrouw Sargentini van Groen Links in een tweet de niet-onderbouwde suggestie doet dat de marechaussee op Schiphol racistisch is, protesteer ik. Als Sylvana Simons na een schietincident in Amsterdam suggereert dat de politie te graag op zwarte jongeren schiet, benoem ik dat als politieke pyromanie. Als DENK-leider Kuzu in Turkse media opschept over zijn stuntje met een Palestijnse vlag in Israël, benoem ik de hypocrisie daarvan. Als een SP-politicus de vrijheid van onderwijs weer eens ter discussie stelt, kom ik daartegen in het geweer. Ik vind het namelijk uiterst bezwaarlijk dat politici zo roekeloos omgaan met het fragiele weefsel van de rechtsstaat en haar instituties. 

Tegelijk kan niemand volgens mij ontkennen dat de grootste machtsconcentratie en dynamiek qua populisme momenteel niet op links zit, maar op rechts. PVV en FvD hebben ongeveer een kwart van de kiezers achter zich. De eerste partij, geleid door een politicus die al een veroordeling wegens groepsbelediging aan de broek heeft, heeft een programma dat gericht is op het afschaffen van de godsdienstvrijheid voor moslims – een keiharde aanval op de rechtsstaat. De tweede partij heeft een programma dat wantrouwen zaait aan allerlei instituties (‘saneren’ van de NPO, ontkennen van klimaatwetenschap, ‘saneren’ van het ministerie van onderwijs, meldpunt leraren, enz.), maar bovenal heeft de FvD een leider die voortdurend extreemrechtse taal uitslaat. Naar mijn idee is de bedreiging voor de rechtsstaat die uitgaat van deze partijen momenteel groter dan die van de (toch doorgaans incidentele en individuele) oprispingen op links, van partijen die bovendien veel kleiner zijn. 

Ik heb dat meermalen benoemd, en zal dat blijven benoemen. Ik doe dat altijd beargumenteerd en onderbouwd. Ook probeer ik altijd beschaafd te blijven. Als ik kritiek heb op iemand als Baudet, heb ik het niet over zijn voorkomen, zijn spreken over vrouwen, zijn zelfbeleden conservatisme, ik plaats geen spotprenten of wat dies meer zij. Mijn interesse betreft zijn (gebrek aan) rechtstatelijkheid; niet meer, niet minder. Het gaat me niet om de persoon; het gaat me om zijn opvattingen – de opvattingen van de leider van een grote Nederlandse partij.

Gematigd conservatief

Zelf beschouw ik deze aanpak als een middenpositie. Toegegeven, het midden is geen punt maar eerder een zone. Je kunt wat links of rechts van het midden zitten. Neutraal ben ik niet, zoals ik hierboven aangaf. Ik zie mezelf eerder als gematigd conservatief: respecteer de rechtsstaat, bescherm de instituties, kom op voor burgerlijke vrijheden, bestrijd gezwets en lege praat, bescherm de zwakken. Vanuit linksere hoek krijg ik daarbij weleens het verwijt dat ik te veel praat vanuit een geprivilegieerde positie, en daar zit wel iets in. Dat is de achilleshiel van elke conservatief, vermoed ik.

Uitgesproken links of rechts ben ik dus niet. Ruud Koopmans schreef een islamkritisch boek en werd direct door sommigen uitgemaakt voor ‘islamofoob’. Ik schreef een positieve recensie, want ik vind islamkritiek geen probleem, zolang het onderbouwd en fair is. Baudets recensie van Houellebecq in American Affairs werd door linkse krachten aangegrepen om een aanval op de persoon te openen: Baudet wil abortus afschaffen, enzomeer. Ik heb het verhaal gelezen en geconstateerd dat de verwijten grotendeels nergens over gaan. Klimaatbeleid is voor mij niet links of rechts; het is wel een must. Kritiek op de staat Israël, die claimt een rechtsstaat te zijn, lijkt me prima. Een streng asielbeleid kan men, wat mij betreft, uitstekend verdedigen – zolang het maar gebeurt met respect voor de mensenrechten en zonder denigrerend te spreken over migranten. Over de zaak Lily en Howick en over het kerkasiel voor een andere Armeense familie heb ik kritisch geschreven. Ik zie structurele problemen aan beide kanten, en die benoem ik ook. Gegeven de huidige machtsverhoudingen en de recente ontwikkelingen met de pijlsnelle opkomst van Baudet is het echter onvermijdelijk dat rechts nu vaker genoemd wordt. Laten we wel zijn, communisme is momenteel niet het grootste gevaar dat de wereldvrede bedreigt.

De middenpositie sneeuwt onder

Het twitterdraadje dat ik aan het begin van de zomer - bij het ingaan van mijn jaarlijkse Twitter-retraite - plaatste, ging erover dat zo’n middenpositie (niet neutraal, maar wel midden!) momenteel ondersneeuwt in de polarisatie. En vooral was ik teleurgesteld omdat ik zo weinig (tot op dat moment helemaal geen) inhoudelijke reacties had gekregen op mijn onderbouwde betoog waarom Thierry Baudet een racist is, en waarom christenen naar mijn overtuiging niet op hem zouden moeten stemmen. 

Daarom vind ik het ook onbegrijpelijk dat uitgerekend de directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, Wouter Beekers, mij (als reactie op dat draadje) verwijt dat ik die polarisatie juist voeding geef. Zijn verwijt komt er in het kort op neer dat ik mijn pijlen vooral op rechts richt, en dat ik beide kanten zou moeten belichten. Aanleiding was een kort debatje dat ik met hem had op Twitter, naar aanleiding van de rellen in Eindhoven bij de Pegida-demonstratie aldaar. Beekers stelde daarover op Twitter vragen die erop neerkwamen dat hij vond dat er met ongelijke maat gemeten werd: de blokkeerfriezen die een anti-Zwarte-Piet-demonstratie verhinderden werden streng aangepakt, maar de blokkeermoslims in Eindhoven liet men lopen.

Ik gaf daarop een inhoudelijke reactie, die erop neerkwam dat je bij zulke vergelijkingen altijd moet oppassen en dat iemand in zijn functie niet zo snel moet zijn met het zaaien van twijfel aan het optreden van het OM. Als directeuren van wetenschappelijke instituten van politieke partijen ook al in populistische frames gaan denken, kunnen we die instituten wel afschaffen. Vervolgens stelde ik, wederom vanuit rechtstatelijke overwegingen, de vraag of Pegida sowieso wel zou mogen demonstreren. Het is immers een organisatie die het afschaffen van een fundamenteel mensenrecht – godsdienstvrijheid – in de doelstellingen heeft staan. 

Aangezien Beekers mij al lange tijd volgt op Twitter, kan hij weten dat het verwijt dat ik mij vooral op rechts richt onterecht is. Ik legde hem dat ook uitgebreid uit in die twitterdiscussie, ongeveer op de manier zoals hierboven (uiteraard een stuk korter). Niettemin vond hij het nodig zijn verhaal nog eens te doen, in de krant, in de vorm van een jijbak en persoonlijke aanval. Niet erg sjiek, wat mij betreft – even afgezien van de selectieve weergave van onze discussie.

Het midden is: toewijding aan de rechtsstaat

Beekers meent dat ‘bruggenbouwers’ de polariserende flanken geen podium moeten geven, en dat ‘de principiële mens zoals Paas’ de polariserende flanken niet moet bekritiseren. Zo krijgen de flanken onevenredig veel aandacht. In plaats daarvan moeten we onze aandacht verleggen ‘naar de achterliggende problematiek: de sociale kwesties van onze tijd’. Tja, ik snap wel wat hij wil zeggen, en hij heeft ergens ook wel een punt. Maar die sociale kwesties zijn natuurlijk juist het voorwerp van debat; men is het er niet over eens wat die kwesties zijn, en hoe ze aangepakt moeten worden. En dan is het onvermijdelijk dat er toch ook bruggen gebouwd moeten worden, en dat er ook principiële kritiek geleverd zal moeten worden op iedere machthebber die knaagt aan de rechtsstaat. 

Het ‘midden’, kortom, zit in politiek opzicht niet bij de pragmatiek of bij een vermeende neutraliteit. Het zit in een toewijding aan het huis dat wij als burgers met elkaar delen: de rechtsstaat. Juist mensen met macht, verantwoordelijkheid en een publiek podium moeten daarvoor opkomen.

Weetwatjegelooft.nl organiseert op 13 november 2019 een live debatavond met Stefan Paas ‘over theologie en andere hot issues’, ter gelegenheid van zijn afscheid als Theoloog des Vaderlands. Het debat staat onder leiding van Elsbeth Gruteke en is gratis toegankelijk. Meer informatie en aanmelding via www.weetwatjegelooft.nl/stefanpaas).

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief