Op reis met de ‘godsdiensten van het boek’

Utrechtse joden, christenen en moslims reisden samen naar Marokko.
Al zo’n veertien jaar bestaan er in Utrecht goede contacten tussen de Omar Al Faroukmoskee en de Remonstrantse Gemeente Utrecht. Afgelopen september was er een trialoogreis naar Marokko: met christenen, joden en moslims. 

De 25 deelnemers kwamen uit protestantse geloofsgemeenschappen, de Rooms-Katholieke Kerk, de joods-liberale gemeente, de Omar Al Faroukmoskee en het Utrechts Platform voor Levensbeschouwing en Religie. Door eerdere reizen was ik geïnteresseerd geraakt in de positie van joden en christenen in Marokko. 

Onze trialogische zoektocht startte in Fez met het bezoek aan twee kleine synagogen en een begraafplaats in de Mellah, de oude joodse wijk. De synagogen zijn gerestaureerd en dienen nu als museum en toeristische trekpleister. Er wonen geen joden meer in de Mellah en ook de prachtige begraafplaats ademt alleen nog historie uit. 

Trots en verlegenheid

Een beetje triest eigenlijk. Marokko is zijn joden vrijwel kwijt. Van de 350.000 die er in 1947 woonden, zijn er - veelal door vertrek naar Israël - nog maar zo’n 3000 over. Ik bespeurde in de verhalen een mengeling van trots en verlegenheid. Trots op de vroegere aanwezigheid van de joden. Ver voor de islam woonden zij al in Marokko en tot 1915 zat de davidster in de vlag van Marokko. Zij maakten lange tijd deel uit van de Marokkaanse identiteit. Maar ik bespeurde ook een gevoel van verlegenheid, en misschien zelfs van gemis. 

Marokkaanse joden in een synagoge in Casablanca
Deze gevoelens herkende ik ook bij ons bezoek aan een synagoge, annex tot museum verbouwd woonhuis in Essaouira. In deze stad bestond de bevolking ooit voor de helft uit joden, er waren 37 synagogen, bijna allemaal huissynagogen. 

Het museum ‘Huis van Geheugen’ is gerenoveerd onder toezicht en met bijdragen van het Marokkaanse Ministerie van Cultuur. Het ademt een sfeer van een lange historie van grote godsdienstige en culturele bloei van de joodse gemeenschap in Essaouira en dus ook van een pijnlijk gemis van joden in onze tijd. Er woont nog maar één joodse familie in Essaouira. 

De Utrechtse groep bezoekt een synagoge annex museum in Essaouria. Foto: René Kil

Tijdens ons bezoek bevond zich een grote groep joden uit het buitenland (veelal Amerika) in Essaouira die allen familiair verbonden zijn met de synagoge van Pinto. Dat is een kleine synagoge die alleen wordt gebruikt bij het bezoek van deze familie bij de viering van bepaalde feesten.

Islamitische bouwprestatie van formaat

Vrijwel iedere dag zagen we de minaretten van de moskeeën, in een bouwstijl die doet denken aan de minaretten uit Andalusië, zoals de Koutoubiamoskee in Marrakech. Overweldigend was de aanblik, de gebedsruimte en de ruimtes voor de reiniging van de Hassan II-moskee in Casablanca. Een wereldprestatie van islamitische religieuze bouwkunst.

De gebedshal van de Hassan II moskee in Casablanca. Foto: René Kil

We bezochten de grote Sint-Pieter Kathedraal in Rabat en een kleinere kerk in Essaouira, de St. Franciscuskerk in Fez en de Kerk van de Heilige Martelaren in Marrakech. Uit onze ontmoetingen met de priesters rijst het beeld van katholieken die zich vrij voelen om hun christen-zijn te beleven. De kerkgangers bestaan voor het grootste deel uit studenten en volwassenendie werk hebben gevonden in de grote steden; de meesten afkomstig uit zuidelijker gelegen landen in Afrika. 

Een kleiner deel van de kerkgangers bestaat uit mensen die op een of andere wijze iets te maken hebben met de vroegere Franse aanwezigheid in Marokko gedurende het Franse protectoraat, en met de huidige Europese aanwezigheid in Marokko. 

Bemoediging voor de weinige christenen

Waren er in 1956 nog 300.000 christenen en 200 katholieke kerken in Marokko, de laatste schattingen gaan uit van nog maar 30.000 christenen en 50 kerken (katholiek en protestant). Enige bemoediging van de weinige christenen door het bezoek van de paus Franciscus afgelopen maart, leek daarom wel op zijn plaats. 

Priester Koos Smits als medecelebrant van de mis in de Kerk van de Heilige Martelaren in Marrakech. Foto: René Kil

Bij dit bezoek werden nogal wat positief klinkende verklaringen uitgewisseld. Koning Mohamed VI ziet Marokko niet als een land alleen voor moslims, maar ook voor de ‘religies van het boek’ (joden en christenen) en hij garandeert een vrije praktijk van religie. De tijd van alleen tolerantie is voorbij, men moet elkaar nu meer respecteren en zich openstellen voor elkaar. Religie moet daarom terug in opvoeding en onderwijs. Paus Franciscus roept christenen op niet te streven naar bekering van moslims. Hij spreekt zich uit voor een bevordering van de interreligieuze dialoog en tot samenwerking. 

Gedurende ons bezoek had ik toch mijn twijfels over de goede vooruitzichten voor de christenen in Marokko. Totdat ik met onder anderen de Utrechtse priester Koos Smits op zondagmorgen naar de Kerk van de Heilige Martelaren in Marrakech toog voor de eredienst. Daar was ik getuige van een volle kerk met mensen van allerlei huidskleuren, met een enthousiast zingend en swingend koor, een blij vierende gemeente. Koos Smits mocht optreden als medecelebrant van de mis. Als protestant was ik getuige van prachtig stukje eenheid van de katholieke wereldkerk. 

Trots op onderlinge samenwerking

Deze viering gaf mij de hoop dat er werkelijk nieuwe tijden zijn aangebroken. Tijden waarin er weer sprake is van groei en waarin Marokko blij is met en trots op een duidelijker aanwezigheid van en samenwerking met christenen en joden. 

Dat kan dan de beeldvorming van Marokko bij Nederlanders positief beïnvloeden en ook weer positief doorwerken naar de manier waarop wij in Nederland (en breder in Europa) in vrede kunnen leven met onze Abrahamitische broeders en zusters. Aan dat onderlinge begrip en vrede hebben wij deze reis gewerkt. 

René Kil is lid van de stuurgroep Utrechts Platform voor Levensbeschouwing en Religie.

Het Goede Leven Word abonnee van Het Goede Leven

  • Onbeperkt toegang
  • Gratis deelname 1 evenement
  • Wekelijkse nieuwsbrief